Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:


Snelnavigatie: .|3|A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|X|Z|Volledige lijst

H


  • hard copy: Een getypt origineel. Om deze hard copy te kunnen reproduceren moet het worden overgetypt en tegenwoordig digitaal worden opgeslagen.


  • harmonica vouwen: Wijze van parallel vouwen, om en om in tegengestelde richting gevouwen, wordt ook zig-zag gevouwen genoemd.


  • helderheid: Kleur
    Eigenschap die aan een kleur wordt toegekend, de helderheid wordt groter naarmate het percentage zwart in de kleur afneemt.

    Papier
    De witheid van papier.


  • herdruk: Het opnieuw drukken van een vorige opdracht.
    Ongewijzigde herdruk, er worden geen corerecties uitgevoerd, die nieuwe opdracht wordt exact gelijk aan het eerder geleverde drukwerk.
    Gewijzigde herdruk, hier worden in het bestand van de vorige order wel wijzigingen uitgvoerd. Het is zelfs mogelijk om een geheel nieuw bestand aan te leveren.


  • holohrafie / hologram: Fotografiemethode waarbij met een laser een foto wordt gemaak met een driedimensionaal effect. Is een dure techniek.
    Een hologram wordt ook in foliedruk gebruikt als extra beveiliging van waardedrukwerk. Bijvoorbeeld op geld of creditcards.
    Naast een keuze uit tientallen soorten kant-en-klare folies met holografische patronen, bestaat er tevens de mogelijkheid een uniek hologram te laten vervaardigen.


  • hoogdruk / boekdruk: De oudste druktechniek waarbij de afdruk op het papier ontstaat doordat de drukkende elementen hoger zijn dan de niet drukkende delen. Deze techniek wordt ook boekdruk genoemd.
    Een goede afdruk komt pas tot stand na het uitoefenen van enige druk.
    Eenvoudigste voorbeeld van hoogdruk is de kantoorstempel met los stempelkussen.


  • html: HyperText Markup Language (afgekort HTML) is een computertaal (meer specifiek, een opmaaktaal) voor de specificatie van documenten op het World Wide Web.

    Daarnaast is HTML een opmaaktaal zoals vele andere, met notaties voor het aangeven van nadruk in tekst, van kopjes, van indeling in paragrafen, van tabellen, en van plaatjes en multimedia (die echter zelf niet in HTML worden gespecificeerd).

    HTML bestaat uit platte tekst waarin met markeringstekens is aangegeven hoe de tekst moet worden geÔnterpreteerd, bijvoorbeld als lijst of als opschrift. Zo'n markering wordt (naar het Engels) een tag genoemd - er is geen goed Nederlands woord voor. HTML wordt meestal bekeken met een asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowser, een programma dat HTML-documenten opvraagt en als opgemaakte tekst aan de gebruiker toont.

    In de loop der jaren is het aantal verschillende markeringstekens (tags) dat in HTML wordt gebruikt, enorm uitgebreid. Om interpretatieproblemen te voorkomen heeft het World Wide Web Consortium (W3C) aanbevelingen opgesteld over welke tags geldig zijn en hoe ze moeten worden geÔnterpreteerd. De oorspronkelijke aanbeveling is een aantal malen geactualiseerd in verband met verdere ontwikkeling van HTML. De laatst geaccepteerde aanbeveling, HTML 4.01, dateert van december 1999.

    Sinds het ontstaan van HTML zijn er pogingen gedaan om het tot een exact gestructureerde taal te maken, door te eisen dat de syntaxis van de tags exact gevolgd wordt en hun combinatie aan een precieze grammaticale definitie voldoet. Dit is gedaan door de syntaxis van elke versie van HTML te beschrijven als een toepassing van SGML, en later XML. Dit is een wezenlijke voorwaarde om een uniforme interpretatie van HTML door software te kunnen garanderen. De meeste gebruikers en softwareontwikkelaars hebben zich hier nooit veel van aangetrokken, met als gevolg dat HTML-verwerkende software in de praktijk niet op het correct gebruik van tags mag rekenen, en de eindgebruiker niet op een consistente interpretatie.

    Een tweede continue trend in de ontwikkeling van HTML vormden de pogingen om het tot een structurele (of logische) opmaaktaal te maken, waarbij de tags in het document alleen structuur en algemene eigenschappen van de tekst aangeven, terwijl de details van de presentatie apart van het document worden gespecificeerd. Dit heeft als voordelen dat de opmaak ineens kan worden gewijzigd voor alle documenten tegelijk en dat er verschillende manieren van opmaken kunnen worden gebruikt die bijvoorbeeld toegesneden kunnen zijn op de eigenschappen van de gebruiker (misschien kleurenblind of blind) of het weergevende apparaat (misschien een klein beeldscherm of zwart-wit-papier). Om historische redenen is dit aanvankelijk totaal mislukt, waardoor HTML een grote hoeveelheid presentatiespecifieke tags heeft gekregen, maar uiteindelijk toch doorgezet, waardoor in moderne HTML een nette scheiding van presentatiespecificatie mogelijk is, met behulp van CSS. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige paginavormgeving.

    HTML zelf voorziet alleen in zeer eenvoudige gebruiksinteractie:

    * het aanklikken van verwijzingen
    * het invullen van tekstvelden
    * het klikken in afbeeldingen

    Een min of meer gestandaardiseerde vorm om andere soorten interactie te ondersteunen is het inbedden van scripts geschreven in de taal Javascript. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige grafische user interfaces.

    Het derde doorlopende thema in de ontwikkeling van HTML is het spanningsveld tussen innovatie en standaardisering. De concurrentiestrijd tussen producenten van asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowsers heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van HTML. Producenten ontwikkelden op eigen houtje nieuwe tags, die vaak niet door andere asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowsers werden begrepen, hadden eigen interpretaties van stylesheets en een eigen interpretatie van JavaScript. Sommige van deze HTML-tags zijn later opgenomen in de aanbevelingen, andere niet. Ook nu nog zijn daarvan relicten te vinden in moderne browsers.


  • http: Het HyperText Transfer Protocol (HTTP) is het protocol voor de communicatie tussen een webclient (meestal een asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowser) en een webserver. Dit protocol wordt niet alleen veel op het World Wide Web gebruikt, maar ook op lokale netwerken (we spreken dan van een intranet).

    In HTTP is vastgelegd welke vragen (de Engelse term hiervoor is requests) een cliŽnt, bijvoorbeeld een asp?zoekwoord=webbrowser">webbrowser, aan de server kan stellen en welke antwoorden (de Engelse term is responses) een webserver daarop kan teruggeven. Elke vraag bevat een URL die naar een webcomponent of een statisch object zoals een webpagina of plaatje verwijst.


  • huis-aan-huis: Een huis-aan-huisblad is een gratis, huis-aan-huis verspreid lokale of regionale periodiek. Vrijwel iedere plaats in BelgiŽ heeft ťťn of meer van deze bladen, die meestal wekelijks worden uitgebracht en gedistribueerd. Andere namen worden ook gebruikt: nieuwsblad, courant, weekblad. Door het wegvallen van plaatselijke en regionale dagbladen neemt hun belang toe. Ook het nieuwsgehalte is sinds de jaren 1960 sterk gestegen.


  • huisstijl: De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstraling. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

    Huisstijl: ruime definitie
    Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. Design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

    Huisstijl: enge definitie
    In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

    Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentaties of op briefpapier, visitekaartjes, offertes, facturen, enveloppen, de website, e-mails etcetera.

    Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.


  • hyperlink: Een hyperlink (of kortweg link) - met een Nederlands woord verbinding of koppeling - is een computer- en internetterm en duidt op een verwijzing (referentie) in een hypertext (bijvoorbeeld een website).

    Het activeerbare element van de hyperlink wordt het anker genoemd; meestal is dit een stukje tekst, maar het kan ook bijvoorbeeld een knop, invulbaar veld, of plek (hot spot) in een afbeelding (image map) zijn.

    Het volgen van een hyperlink (bv. door erop te klikken) roept een andere plek in de hypertext op, meestal een andere pagina. In interactieve naslagwerken en helpsystemen, bijvoorbeeld, zijn de ankers veelal termen, waar de opgeroepen pagina's nadere uitleg over geven.

    Veel hypertext is te verdelen in onafhankelijk onderhouden verzamelingen "hyperdocumenten"; het World Wide Web bestaat bijvoorbeeld uit websites. Deze documenten hebben meestal een algemene voorpagina (de homepage van een website). Het maken van hyperlinks naar andere pagina's dan de beginpagina wordt dieplinken genoemd.


  • hysterese: Het absolute vochtgehalte in papier, waarmee het relatieve vocht in evenwicht is. Hysterese wil zeggen dat dit punt afhankelijk is of het vochtgehalte wordt verhoogd of verlaagd.


top ^