Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:


Snelnavigatie: .|3|A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|R|S|T|U|V|W|X|Z|Volledige lijst

P


  • pack-shots: Een packshot (ook packshot) is een stilstaande of bewegende beelden van een product, meestal met inbegrip van de verpakking en etikettering , wordt gebruikt om het product te portretteren reputatie in reclame of andere media . Het is een belangrijke stimulans voor de verkoop, met als doel triggering in de winkel, on-shelf product erkenning. De term packshot verwijst ook naar productplaatsing in een film of tv-show . Pack shots vaak domineren tv-commercials , nemen uit twee tot vijf seconden van een dertig seconden commercial. gesmeed of gelekt packshots voor unreleased producten hebben geleid tot controverse of toegenomen belangstelling voor het product. Packshots kan een eenvoudige foto zijn van het product op een witte achtergrond of kan leiden tot het gebruik van de uitgebreide rekwisieten. Producten die verkocht worden als digitale downloads, zoals software, soms zijn digitaal gegenereerde packshots wanneer er geen fysiek product of de verpakking bestaat.


  • pantone: Pantone is de naam van een bedrijf dat kleurcoderingen publiceert. De coderingen, zoals PMS 200 ('Pantone Matching System'), zijn een eenduidige afspraak tussen alle partijen in een ontwerp- en productieproces (bijvoorbeeld ontwerper, textielleverancier en drukker). Het woord 'matching' ('overeenkomen, samenvallen') geeft aan dat het reproduceren van een bepaalde kleur een belangrijke doelstelling is; dit is geen vanzelfsprekendheid in ontwerp- en productieomgevingen.

    De eerste publicatie, in 1963, was vooral gericht op grafische ontwerpers, drukkerijen, en hun kleurtechniek CMYK. Op dit moment is de catalogus uitgebreid met vertalingen naar elektronisch gemaakte kleuren voor presentatie op beeldscherm.


  • papierdikte: De dikte van een vel papier wordt uitgedrukt in micrometers.
    Een micrometer is éénmiljoenste deel van een meter, ofwel éénduizendste millimeter, en wordt uitgedrukt in µm.

    De papierdikte kun je het beste meten met een micrometer.


  • papierformaat: Een papierformaat beschrijft de afmetingen van een vel papier. Er zijn verschillende standaarden voor de formaten van papier.

    De A-standaard
    De A-serie van papierformaten is een serie van vellen waarbij het eerstvolgende vel steeds een tweemaal zo grote (of kleine) oppervlakte heeft.
    De serie begint met A0, een vel met een oppervlakte van 1 vierkante meter. Met de berekende verhouding levert dat een vel op van 1189 mm bij 841 mm.

    B, C, D
    Overzicht DIN B-formaten

    Soms is één A-formaat te groot, maar het volgende te klein. Om deze reden is er ook een serie B-formaten die dezelfde verhouding van 1:v2 heeft als de A-formaten. Echter het uitgangspunt van de afmetingen is anders: bij het A0-formaat is dat de oppervlakte van 1 m², bij het B0-formaat is dat de lengte van de korte zijde: 1 m.
    B5 is groter dan A5, maar kleiner dan A4; het wordt naast die twee formaten ook vaak gebruikt voor boekwerkjes.

    C- en D-formaten zitten weer tussen de opeenvolgende A- en B-formaten in. C is net groter dan A en D is net iets kleiner dan A. C-formaten worden soms voor enveloppen gebruikt; dan past een vel van het A-formaat er goed in. D wordt nauwelijks gebruikt en is ook geen ISO-standaard.

    ISO 216

    De A-serie wordt beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en België sinds 1924.

    De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

    Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

    De C-reeks wordt vooral voor enveloppen gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochures worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.

    Papieren met een relatief grote verhouding lengte/breedte moeten bij voorkeur worden gesneden uit een van de standaard formaten (A, B, C). De originele breedte moet worden gehandhaafd en de lengte kan in 3, 4 of 8 gelijke stukken worden verdeeld. Een veel voorkomend formaat is 1/3 A4: 99 x 210 mm.

    [bewerk] Ruwe papierformaten

    De A-, B-, C- en D-reeksen beschrijven reeds gesneden formaten. De ISO-norm beschrijft tevens twee reeksen ruwe formaten voor de A-reeks. De verhouding lengte/breedte is weer v2. RA0 is 1,05 m2 groot en SRA0 is 1,15 m2 groot. De formaten worden afgerond tot op 1 cm.

    Z-formaten
    Bedoeld voor technisch tekenwerk. Het 1Z formaat is gelijk aan het A4 formaat. Vanaf 2Z blijft de breedte gelijk aan de lengte van A4, terwijl de lengte de volgende opbouw heeft: nZ = 180n+30 mm. De samengestelde Z-formaten hebben een afwijkende opbouw.

    Papierformaten in de VS
    Vergelijking van de A-formatenserie met letter en legal, de belangrijkste amerikaanse papierformaten
    Letter (en legal) zijn iets breder dan A4, het in Europa meestgebruikte papierformaat

    In de Verenigde Staten wordt de A-serie niet gebruikt. Daar gebruikt men in plaats van A4 het zogenaamde US Letter-formaat van 8½ bij 11 inch, ofwel 279,4 mm bij 215,9 mm. Dat is dus 6 mm breder dan A4, en 18 mm korter. Printers en kopieermachines kunnen probleemloos op beide papierformaten worden ingesteld.


  • POP3: POP (Post Office Protocol) is het meestgebruikte protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver. Inmiddels is POP in de 3e versie.

    POP3 is een internetstandaard voor het overbrengen van e-mail van een server naar een client (e-mailprogramma van de gebruiker) over een TCP/IP-verbinding (gewoonlijk over poort 110). Bijna alle internetproviders bieden een e-mailaccount aan dat beschikbaar is via POP3.

    De huidige versie van Post Office Protocol, POP3, verschilt sterk van de vroegere versies van het POP-protocol, nl. POP (gewoonlijk POP1 genoemd) en POP2. Gewoonlijk wordt met de term "POP" POP3 bedoeld als het over e-mail gaat.

    POP3 en zijn voorgangers zijn zo gemaakt dat de gebruikers zonder constante internetverbinding (zoals dial-up-internet) hun e-mail kunnen ophalen als ze verbonden zijn met het internet, en vervolgens de berichten kunnen bekijken en bewerken zonder dat het nodig is om met het internet verbonden te blijven.

    Het is gebruikelijk dat een client verbinding maakt met een POP3-server en dan alle e-mails ophaalt en lokaal opslaat. Vervolgens worden de berichten verwijderd van de server en wordt de verbinding verbroken. Daarnaast bieden de meeste clients de mogelijkheid om de berichten op de server te laten staan.

    Dit is in tegenstelling tot het modernere IMAP-systeem dat zowel een "disconnected mode" (de POP3-methode) als een "connected mode" ondersteunt. Clients die IMAP gebruiken laten de berichten gewoonlijk op de IMAP-server staan tot de server ze expliciet verwijdert. Dit en andere eigenschappen van het IMAP-systeem laten toe dat meerdere clients toegang hebben tot dezelfde mailbox. De meeste e-mailprogramma's ondersteunen zowel POP3 als IMAP, maar internetproviders bieden vaak geen IMAP aan.

    Zowel bij het gebruik van POP3 als IMAP om de e-mails op te halen wordt het SMTP-protocol gebruikt om e-mails te versturen. E-mailclients worden vaak "POP-clients" of "IMAP-clients" genoemd, maar in beide gevallen wordt voor de verzending van e-mail gebruikgemaakt van SMTP.

    Zoals veel andere oudere internetprotocollen ondersteunt POP3 oorspronkelijk maar één manier om in te loggen en dat is onversleuteld, dus zonder encryptie. Deze manier om het wachtwoord zonder versleuteling te versturen naar de POP3-server wordt nog heel veel gebruikt. Momenteel ondersteunt POP3 verschillende methodes om in te loggen met verschillende veiligheidsniveaus. Zo is het mogelijk gemaakt om POP3-verkeer door middel van SSL te versleutelen.


    POP3 en veiligheid
    POP3 is een relatief onveilig protocol, met name doordat nergens in de RFC-documenten staat vermeld dat een account tijdelijk geblokkeerd moet worden als 3 keer het verkeerde wachtwoord wordt ingegeven. Hierdoor kan men zeer eenvoudig een woordenboek-wachtwoordhack op een account uitproberen zonder dat daar direct erg veel van opgemerkt wordt. Het is dus raadzaam om een goed wachtwoord te kiezen dat langer is dan 7 karakters en geen bekend woord is. Hiermee geef je jezelf meer garantie dat je e-mails ongelezen blijven.


  • portaalsite: In internetverkeer wordt portaal gebruikt als een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp.

    De Engelse naam, die ook veel in Nederlandse teksten gebruikt wordt, is portal.

    Veeleer dan te proberen een eenduidige en algemeen geldige definitie te geven, volgen hierna enkele veel gebruikte definities of pogingen tot definitie.

    Een webtoepassing die via een eenvormige gebruikersinterface toegang geeft tot een gevarieerd aanbod aan informatiebronnen.
    Meer dan een webpagina met links naar andere toepassingen.
    De universele, verpersoonlijkte toegang tot elke toepassing of informatiebron.
    Beveiligde en verpersoonlijkte toegang tot inhoud en toepassingen.
    Alhoewel dus afwijkende definities gehanteerd kunnen worden, wordt algemeen aangenomen dat een portaalsite in grote mate over volgende functies moet kunnen beschikken:
    - Authenticiteit bevestigen
    - Verpersoonlijkbaar zijn (personalisatie)
    - Inhoud beheren
    - Toegang verlenen tot toepassingen
    - Groeperen en integreren
    - Zoeken en catalogeren
    - Samenwerken bevorderen
    - Meertaligheid
    -Distribueerbaar via diverse kanalen

    Het bedrijfsportaal en het gemeenschapsportaal zijn twee brede categorieën van portaalsites. Deze sites bieden dan een startpagina met nuttige links en informatie voor de medewerkers van het bedrijf of de leden van de gemeenschap.


  • portfolio: Een portfolio, van het Latijnse portare (dragen) en folium (vel papier), is in het algemeen een verzameling van werken of verwezenlijkingen van een persoon.

    Een portfolio wordt opgesteld als iemand een overzicht wil geven van zijn werk. Zo vraagt men bij de toelatingsexamens voor het hoger kunstonderwijs in de fotografie een portfolio (een selectie) van reeds gemaakte foto's.


  • prepress: Prepress – Al het voorbereidende werk, van zetten tot films maken, voor dat iets gedrukt kan worden.


  • presentatie: Presentatie – Het aan een publiek tonen en vertellen van informatie


  • print: Printing – Een printer is een apparaat dat de uitvoer van een computer, scanner of digitale camera afdrukt op (foto)papier. Bekende producenten van printers zijn onder andere Konica Minolta, Samsung, Canon, Epson, HP, Lexmark, Brother, Nashuatec, Océ, Ricoh, Xeikon en Xerox.


  • product: Een artikel of winkelartikel is een product dat te koop wordt aangeboden. De verkoop vindt plaats vanuit een winkel, of webwinkel, bijvoorbeeld een supermarkt of een warenhuis. Het overgrote deel van de winkels markeren hun artikelen met barcodes. Artikelen zijn vaak ook beveiligd tegen diefstal door middel van een zichtbare of onzichtbare bescherming. Een artikel is een soort product wat een substantie heeft, dus geen dienst die geleverd wordt.


  • promotie: Alle activiteiten die tot doel hebben de verkoop te bevorderen. Promotie vormt samen met communicatie bovendien de vierde P van de detailhandelsmix.


top ^