Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "ral"


  • .com: .com is een generiek topleveldomein gebruikt bij het Internet Domain Name System. Het was een van de eerste TLD's en is uitgegroeid tot de meest gebruikte. Het wordt momenteel onderhouden door VeriSign. Het eerste .com internetadres werd geregistreerd op 15 maart 1985 door Symbolics, een computerbedrijf uit Cambridge.[1] Het wordt uitgesproken als dot-com en is zo in de Engelse taal gekomen. Dit wordt ook met andere TLD's gedaan zoals "dot-net' (.net), "dot-info" (.info), enz. Ze zijn niet zo populair geworden om in de taal te komen als .com, maar worden wel vaak zo uitgesproken in radiocommercials bijvoorbeeld. Topleveldomeinen die geen uitspreekbare woorden vormen, waaronder de meeste landcodes als bijvoorbeeld .uk, .ca, of .au, alsmede "dot-ee-dee-joe" (.edu) worden doorgaans gewoon gespeld.

    Alhoewel .com-domeinen altijd bedoeld zijn geweest voor commercieel gebruik, kan iedereen ze registreren. In de jaren '90 werd .com het meest algemene top-level domain voor websites, vooral commerciŽle. De introductie van .biz, dat voor bedrijven is gemaakt, heeft weinig impact gehad op de populariteit van .com.

    Een alternatief gebruik van de frase dot-com is dat bedrijven het gebruiken in hun naam. Voorbeelden zijn Amazon.com, eBay en Google. Er zijn ook bedrijven, en vooral organisaties die de extensie .org achter hun naam zetten zoals OpenOffice.org, maar dit is nooit zo populair geworden als .com.

    Iedereen kan een .com-domein registreren, maar ook landen (uitgezonderd de Verenigde Staten die domeinen gebruikt als .edu, .gov en .mil) gebruiken tweede-level-domeinen voor hun landcode-TLD. Deze hebben vaak de vorm van .com.xx of .co.xx, waarbij xx het landcode-TLD is. Voorbeelden zijn AustraliŽ (.com.au), het Verenigd Koninkrijk (.co.uk), Mexico (.com.mx), Nieuw-Zeeland (.co.nz), de Volksrepubliek China (.com.cn), Japan (.co.jp), Zuid-Korea (.co.kr), Polen (com.pl) en India (.co.in).

    Vaak registreren noncommerciŽle sites van non-profitorganisaties, regeringen enz. een .com-domein, waardoor het domein niet meer z'n oorspronkelijke doel heeft. Een .org- of .gov-domein past beter bij het doel van dat soort websites. Ook registreren sites vaak .com-domein als reserve en preventie tegen scams.

    Registraties verlopen via aangewezen ambtenaren en geÔnternationaliseerde domeinnamen worden ook geaccepteerd.


  • bedrijfsbrochure: Public relations (pr), oftewel Publieke relaties is het stelselmatig bevorderen van het wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publieksgroepen. Daartoe wordt gebruikgemaakt van interne en externe communicatie om een bepaald publiek te informeren of te beÔnvloeden met behulp van tekst, advertenties, publiciteit, promoties en speciale gebeurtenissen. Aan de andere kant heeft pr ook een signaalfunctie om trends en issues uit de buitenwereld op te merken en ernaar te handelen. Het voornaamste doel van pr is het bestendigen of scheppen van een goed imago en niet verkoop. Pr werkt vooral op basis van imago-onderzoek. De voornaamste gereedschappen van pr zijn beÔnvloeding van opinieleiders uit de doelgroep, of direct contact met de doelgroep via eigen media of media van anderen. De rol van internet is enorm gegroeid in de afgelopen tien jaar en geldt nu naast de bedrijfsbrochure als het belangrijkste medium. Met komst van sociale media als weblogs, wiki's, Facebook, Twitter en Hyves is er ook sprake van specialisatie richting online. Activiteiten die daaronder vallen worden ook wel pr 2.0 genoemd, als verwijzing naar de term Web 2.0.


  • brochure: Een brochure is een boekje, veelal in gedrukte vorm, van geringe omvang. Een brochure bestaat - in tegenstelling tot een folder - uit meerdere vellen gevouwen papier, die in de rug bijeengehouden worden door b.v. nietjes. Het aantal pagina's is altijd een veelvoud van vier.

    Volgens een Unesco-definitie, die al van 1950 dateert, zijn alle boekjes die niet bedoeld zijn voor kinderen, en die meer dan vijf en minder dan 49 pagina's tellen (het omslag niet meegerekend), te beschouwen als brochure.

    Deze definitie is vooral van belang voor statistisch gebruik, onder meer bij het marktonderzoek. In het dagelijkse taalgebruik kunnen brochures ook minder dan vijf pagina's beslaan en kunnen boeken minder dan 49 pagina's bevatten. ISBN-nummers zijn ook toegekend aan boeken van minder dan 49 pagina's.


  • cartoon: Een cartoon of spotprent is een humoristische tekening. Dit kan bijvoorbeeld een karikatuur van een bekend persoon, een persiflage van een actuele situatie of simpelweg een afbeelding van een komische situatie zijn.

    Veel kranten en tijdschriften publiceren cartoons. In kranten gaat het vooral om politieke spotprenten.

    Het woord voor cartoon wordt ook wel eens gebruikt voor stripverhalen of tekenfilms,


  • CMS: Een content-beheersysteem of contentmanagementsysteem is een softwaretoepassing, meestal een webapplicatie, die het mogelijk maakt dat mensen eenvoudig, zonder veel technische kennis, documenten en gegevens op internet kunnen publiceren (contentmanagement). Als afkorting wordt ook wel CMS gebruikt, naar het Engelse content management system (inhoudbeheersysteem). Een functionaliteit van een CMS is dat gegevens zonder lay-out (als platte tekst) kunnen worden ingevoerd, terwijl de gegevens worden gepresenteerd aan bezoekers met een lay-out door toepassing van sjablonen. Een CMS is vooral van belang voor websites waarvan de inhoud regelmatig aanpassing behoeft, en de inhoud in een vaste lay-out wordt gepresenteerd aan bezoekers. De meeste grote bedrijven gebruiken voor hun website tegenwoordig een CMS. Een bekende variatie op het CMS is bijvoorbeeld de weblog.

    Naast bovenstaande betekenis van content management (ook wel web content management) wordt de term ook gebruikt voor de bredere variant, Enterprise Content Management (ECM).

    Een webmanager kan voor de invulling van een CMS-website zorgen.

    Ook: back office, backoffice, CMS-pakket, content management systeem, contentmanagementsysteem, web eye.

    Creatief gebruikt Web-Eye als CMS-pakket, dit werd volledig zelf ontwikkeld


  • cmyk: CMYK (Cyaan, Magenta, Yellow, Key) is een systeem om met vier basiskleuren, inclusief zwart, een groot aantal kleuren te kunnen verkrijgen door subtractieve kleurmenging. Dit systeem wordt vooral gebruikt bij drukinkten. Ook komt soms het CMY-systeem voor, waarbij geen zwart wordt gebruikt. Echter in druktechniek leidt dit doorgaans tot te lichte afbeeldingen, omdat de resultante van pure cyaan, magenta en geel donkergrijs is.

    * C staat voor Cyaan, (bij additieve kleurmenging een combinatie van blauw en groen licht);
    * M staat voor Magenta, een combinatie van rood en blauw licht;
    * Y staat voor Yellow (geel), een combinatie van rood en groen licht;
    * K staat voor Key, zwart.

    Bij meerkleurendruk betekent "Key plate" de drukplaat met de 'artistieke details', dat wil zeggen de lijnen en effecten (in tegenstelling tot kleur-vlakken). Deze details worden gewoonlijk in de donkerste kleur gedrukt, dus bij de vierkleurendruk CMYK in zwart. Bovendien: een 'B' voor Black zou verwarring kunnen geven met 'Blue' (blauw).


    De CMYK-code voor een kleur wordt weergegeven door het dekkingspercentage van de vier inkten die nodig is om die kleur te verkrijgen.


  • combinatievouw: Combinatievouw ontstaat door gebruik te maken van parallel- en kruisvouwslagen.


  • digitaal drukken: Digitale printers bestaan al sinds de 70-er jaren, maar zijn vooral de laatste 10 jaar sterk in opkomst als alternatief voor de traditionele druktechnieken. Los van de techniek is het grootste verschil met de traditionele druktechnieken dat de vaste kosten per drukwerkopdracht heel laag (virtueel nul) zijn. Daarentegen zijn de variabele kosten per vel veel hoger dan bij traditioneel drukwerk. Als gevolg hiervan is digitaal drukken vooral in het voordeel bij kleinere oplages en voor spoedklussen. De gemiddelde oplage van drukwerk is al sinds de jaren negentig aan het dalen. Ook de gewenste doorlooptijd van drukwerk wordt steeds korter omdat opdrachtgevers steeds meer gewend zijn dat in de digitale wereld alles instantaan kan. Beide trends stimuleren het gebruik van digitaal drukwerk.

    Digitale printers zijn in hoofdlijnen in 2 technologieŽn te verdelen: electrofotografisch en inkjet. Electrofotografische printers werken volgens hetzelfde principe als de bekende laserprinters, maar dan groter, sneller en betrouwbaarder.

    Fabrikanten van produktieprinters zijn onder meer Ocť, Kodak, Xerox, Canon en Infoprint.

    Professionele inkjetprinters werken globaal volgens hetzelfde principe als inkjetprinters voor consumenten. Vooral voor groot formaat drukken (alternatief voor zeefdruk) is inkjet al jaren de dominante technologie. Belangrijke leveranciers zijn hier o.a. Ocť, Mutoh, Vutek en Roland. Sinds enkele jaren is inkjet ook in opkomst als alternatief voor offsetdrukken. De nieuwste producten zijn qua snelheid al vergelijkbaar met sommige offsetpersen.


  • e-mail: E-mail (ook wel email, e-post of elektronische post) is het versturen van digitale boodschappen via onder andere internet. De eerste e-mail over een computernetwerk werd in 1971 door Ray Tomlinson verzonden. Rond 1995 werd het populair bij het grote publiek, samen met het wereldwijde web.

    E-mail wordt vaak gebruikt voor korte, informele berichten. In tegenstelling tot een brief op papier wordt het bij e-mail geaccepteerd om korte en compacte zinnen te gebruiken. Door het meesturen van bijlagen (attachments, mogelijk sinds de Multipurpose Internet Mail Extensions, MIME, zijn ingevoerd) is het ook mogelijk om inhoud in een andere vorm dan tekst te versturen.

    Recentelijk heeft communicatie per e-mail dezelfde wettelijke status gekregen als die per brief. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De authenticiteit moet zijn gewaarborgd, er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. De zogenaamde "elektronische handtekening" biedt hier uitkomst. De voordelen van een dergelijk gebruik van e-mail ten opzichte van andere vormen van communicatie zijn:
    - Snellere communicatie;
    - Sneller tot een contract kunnen komen;
    - Besparing van (verzend)kosten;
    - Men hoeft niet meer in persoon bij de ander langs.

    E-mail waaraan de ontvanger weinig waarde toeschrijft wordt junkmail genoemd. Een vorm van junkmail is spam, e-mail die ongevraagd aan een groot aantal ontvangers wordt verstuurd. Een e-zine is een tijdschrift dat via e-mail wordt verzonden. Een variant hierop is de e-mail-nieuwsbrief.

    Voorgangers van e-mail zijn de brief, het telegram, de telex, de telefax en binnen Nederland het op Datanet gebaseerde Memocom 400 dat echter nooit succesvol werd. Wellicht wordt e-mail op termijn opgevolgd door mobiele communicatie, zoals de SMS. In de context van e-mail wordt de veel tragere briefpost vaak snail mail genoemd.

    E-mail is tegenwoordig vooral alleen toegankelijk via het Internet-netwerk, maar e-mail kan ook buiten het Internet-netwerk om toegankelijk zijn omdat de oorspronkelijke e-mail niet netwerkafhankelijk is.

    Routering en infrastructuur
    Over het algemeen wordt een e-mail niet direct naar de ontvanger gestuurd, maar verloopt de verzending via een of meer tussenschakels. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal andere internetdiensten, met name DNS. Een e-mail-gebruiker gebruikt een bepaald e-mail-account, bijvoorbeeld bij een Internet Service Provider of een andere aanbieder van e-mail-diensten zoals Gmail, Yahoo!, Hotmail of Windows Live Mail.

    Aan een e-mail-account is een e-mailadres gekoppeld. Dit adres is opgebouwd uit een aantal delen: een gebruikersnaam, het @-teken, server- of ISP-naam, en het top-level domain, bijvoorbeeld .be.

    Voorbeeld: info@creatief.be

    Hier is:
    - info" de gebruikersnaam
    - "creatief" de domeinnaam (kan de ISP-naam zijn)
    - ".be" de top-level-domain aanduiding
    De gebruiker schrijft de e-mail met behulp van een e-mailclient. Dit programma verstuurt de e-mail vervolgens naar de mailserver waarop het mailaccount bekend is. Als de e-mail gericht is aan een e-mailadres dat niet door deze mailserver wordt beheerd, wordt via DNS het adres van een mailserver gezocht die dat wel doet. De mailserver zal de e-mail dan doorsturen naar deze mailserver. Deze stap kan meerdere malen worden uitgevoerd. Vaak voorkomende begrippen in e-mailprogramma's zijn 'CC' en 'BCC', die meestal onder het vak van de geadresseerde staat bij het schrijven van een e-mail. Deze termen staan voor 'Carbon Copy' respectievelijk 'Blind Carbon Copy'. Dit wil zeggen dat er een kopie van de e-mail aan een andere persoon wordt gestuurd. Bij BCC wordt deze kopie verstuurd zonder dat de originele ontvanger dit kan zien bij de geadresseerden.

    Adressering
    Meestal begint een bericht zijn reis doordat het met SMTP aan een SMTP-server wordt verstuurd. Meestal is dat de SMTP-server van de eigen provider, maar het is soms ook mogelijk het bericht naar de SMTP-server van de ontvanger te sturen. Andere SMTP-servers zullen het bericht meestal[bron?] weigeren.

    Verzenden met SMTP
    Het bericht bestaat in SMTP uit de volgende delen:
    - EHLO (verouderd: HELO)
    - MAIL FROM: adres van afzender
    - RCPT TO: adres van ontvanger
    - DATA
    - From: adres van afzender
    - To: adres van ontvanger
    - Subject: onderwerp
    - (lege regel)
    - tekst van bericht
    - . (een regel met alleen een punt geeft het einde aan)

    + De regels 2 en 3 vormen de envelop en zijn vergeljkbaar met de envelop van een papieren brief. Deze gegevens worden gebruikt bij de verzending en eventueel om een bericht naar de afzender te sturen als er een probleem ontstaat.
    + De regels 5, 6 en 7 vormen de header. Deze gegevens zijn vergelijkbaar met het briefhoofd van een papieren brief. Terwijl het bericht met SMTP van server naar server wordt doorgegeven, worden er steeds gegevens aan de header toegevoegd, zodat de routering van het bericht kan worden nagegaan. Deze gegevens worden onderweg niet gelezen en het is dus heel goed mogelijk dat regel 5 en 6 onjuiste adressen bevatten. Ook bij een papieren brief let de post niet op het briefhoofd maar alleen op de envelop.
    + Na de header komt een lege regel en daarna komt de body.

    Een bericht kan naar meerdere adressen worden gestuurd door regel 3 te herhalen. Een e-mailcliŽnt zal dan ook de hele lijst (tot veler ergernis) in regel 6 zetten. Gebruikt men Bcc, dan wordt dat adres wel in regel 3, maar niet in regel 6 gezet, maar die wordt bij de routering immers genegeerd.

    Ontvangen met POP3
    De uiteindelijke bestemming is meestal een particuliere computer die niet altijd met het internet verbonden is. Daardoor is het niet praktisch het bericht met SMTP naar de bestemming te leiden. Meestal eindigt het bericht dan ook bij de POP3-server van de geadresseerde. De geadresseerde kan het bericht daar ophalen. Daarbij gaat de envelop verloren.

    De e-mailcliŽnt scheidt meestal header en body van elkaar. De body wordt in het berichtvenster getoond, en de relevante gegevens uit de header (verzender, ontvanger, onderwerp) in aparte velden. Wordt het bericht beantwoord, dan wordt er gebruik gemaakt van de regel Reply-to in de header, als die aanwezig is.

    Soms worden afbeeldingen in een e-mail niet meegestuurd maar worden ze bij het weergeven ingevoegd van het web. In dat geval moet men niet alleen bij het ophalen van de e-mail maar ook bij het lezen verbinding hebben met internet.

    Doorsturen
    Soms komt het voor dat een SMTP-server is ingesteld om een bericht naar een ander adres door te sturen. Deze server verandert dan het RCPT TO-adres in de envelop en stuurt het bericht verder.

    Onzichtbare adressen
    Er wordt op gewezen dat de ontvanger, nadat hij een bericht met POP3 heeft ontvangen, in principe niet kan zien wie de verzender is en ook niet aan welk adres het bericht verstuurd was. Deze gegevens stonden namelijk in de envelop en die werd bij POP3 verwijderd. Verder werd het bericht wellicht doorgestuurd (zie vorige paragraaf) waarbij het RCPT TO-adres veranderd werd. Bovendien kan het MAIL FROM-adres onjuist zijn. De ontvanger ziet alleen From en To, maar deze gegevens kunnen door de verzender geheel willekeurig worden ingevuld.

    Soms echter zet de server ook nog een extra regel in de header waaraan de ontvanger kan zien welke adressen er oorspronkelijk op de envelop stonden.

    Vergelijking met papieren post
    De verzender schrijft op een vel papier de gegevens van afzender en geadresseerde (de header) en een bericht (de body). Hij doet de brief in een envelop en schrijft daarop ook de gegevens van afzender en geadresseerde.

    De post verstuurt de brief aan de hand van de gegevens op de envelop. Bij elk postkantoor wordt de brief geopend om een poststempel op de brief (niet op de envelop) te zetten.

    Moet de brief worden doorgestuurd, dan wordt de envelop vervangen.

    Bij aflevering wordt de envelop verwijderd. Alleen de brief wordt bezorgd.

    Misbruik
    Door de vatbaarheid van met name de e-mailcliŽnt Outlook Express is de verspreiding van virussen en wormen via e-mail een zeer groot probleem geworden. Voordat e-mail op grote schaal gebruikt werd, werden virussen vooral verspreid via diskettes.

    Ook het versturen van grote hoeveelheden spam is een groot probleem. De hoeveelheid spam die verstuurd wordt is dermate groot dat de hoeveelheid e-mails met virussen, wormen of spam meer dan negen maal groter is dan de hoeveelheid reguliere e-mails.

    Een andere vorm van misbruik wordt phishing genoemd. Bij phishing wordt onder valse voorwendselen een ongevraagde e-mail verstuurd, waarbij de ontvanger gevraagd wordt om bepaalde informatie, zoals een wachtwoord of een pincode. Meestal is phishing gericht op het verkrijgen van informatie met betrekking tot credit cards of elektronisch bankieren.

    Het grote probleem met het fenomeen e-mail is dat het protocol dat wordt gebruikt om e-mails te versturen, SMTP, ontworpen is zonder authenticatielaag. Dit was in eerste instantie misschien niet technisch mogelijk of omslachtig en stond de eigen uitbreiding in de weg, maar is in deze tijd uitermate lastig.

    Door dit hiaat kan eender wie een e-mail sturen met als afzendadres niet zijn eigen e-mailadres. Hierdoor krijgen internet gebruikers e-mails in hun postvak die zich voordoen als belangrijke berichten en de gebruiker oproepen actie te ondernemen waardoor ze persoonlijke gegevens zouden meedelen via een getruukeerde website (phishing).

    Enkel door de 'header' van de e-mail (een stukje informatie dat de route bevat) te gaan uitpluizen zou men kunnen uitzoeken vanwaar een e-mail daadwerkelijk zou zijn gestuurd, maar dit kan maar tot op een zeker punt, want het dynamisch IP-concept gooit roet in het eten. Doordat iedereen op specifieke momenten een ander IP-adres krijgt van zijn ISP, wordt het traceren van e-mail heel hard bemoeilijkt.

    Om misbruik via e-mail te voorkomen (zoals spam) worden ook wegwerp-e-mailadressen gebruikt.

    Nevenwerking van e-mailverkeer
    Onderzoek wees uit dat e-mailverkeer op de werkplek persoonlijk contact tussen collega's onder druk zet en zorgt voor een minder prettige werksfeer. De helft van de collega's mailt of belt elkaar terwijl men net zo makkelijk even langs kan lopen.


  • harmonica vouwen: Wijze van parallel vouwen, om en om in tegengestelde richting gevouwen, wordt ook zig-zag gevouwen genoemd.


  • huisstijl: De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstraling. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

    Huisstijl: ruime definitie
    Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. Design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

    Huisstijl: enge definitie
    In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

    Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentaties of op briefpapier, visitekaartjes, offertes, facturen, enveloppen, de website, e-mails etcetera.

    Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.


  • internetmarketing: Internetmarketing (ook wel online marketing of e-marketing genoemd) is de marketing van producten of diensten via internet.

    Het unieke voordeel van internetmarketing is dat het relatief goedkoop is om wereldwijd te adverteren.

    Internetmarketing is een samengaan van techniek, design, ontwikkeling, adverteren en verkoop. Tot internetmarketing wordt onder andere gerekend: zoekmachine optimalisatie, reclamebanners, e-mail marketing, referralmarketing, interactieve marketing, blogmarketing en virale marketing.


  • ISO 216 (papierformaten): De A-formaten worden beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en BelgiŽ sinds 1924.

    De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot en met nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

    Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

    De C-reeks wordt vooral voor enveloppen gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochures worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.


  • Microsoft Office PowerPoint: Is een computerprogramma van Microsoft dat deel uitmaakt van Microsoft Office. Het is een pakket waarmee vooral gemakkelijk presentaties gemaakt kunnen worden die bestaan uit meerdere dia's. Door het gebruik van een eenduidige opmaak kan men eenvoudig mooie, eenduidige presentaties maken. Vanaf de 2007-versie van PowerPoint zijn animaties mogelijk, bijvoorbeeld binnen het beeld schuivende tekst, of achter de schermen verdwijnende figuren.

    Tot aan versie 2002 werd het programma gewoon PowerPoint genoemd, vanaf versie 2003 werd het Microsoft Office PowerPoint om duidelijker te maken dat het een onderdeel was van de Microsoft Office suite. In het Nederlands wordt de merknaam PowerPoint ook wel gebruikt als soortnaam.

    Ook kan er gesproken woord en muziek worden ingevoegd. Door gebruik van hyperlinks kan men per dia verwijzen naar bijvoorbeeld andere presentaties en filmpjes. Bij gebruik van veel foto's in een presentatie (over bijvoorbeeld huwelijk of vakantie) kan men een dia maken met veel hyperlinks. Daardoor kan men kiezen waar een presentatie moet starten. Zo kan men makkelijk een gedeelte dat men al heeft gezien overslaan. In de laatste versie van PowerPoint 2003 is het standaard mogelijk een presentatie zelfstartend op cd te zetten inclusief een viewer. Daardoor kan de cd op elke computer worden afgespeeld, zonder dat er PowerPoint op de computer aanwezig hoeft te zijn.

    Een PowerPointpresentatie gebeurt vaak met behulp van een beamer, een projector die door een computer gestuurd wordt.


  • pantone: Pantone is de naam van een bedrijf dat kleurcoderingen publiceert. De coderingen, zoals PMS 200 ('Pantone Matching System'), zijn een eenduidige afspraak tussen alle partijen in een ontwerp- en productieproces (bijvoorbeeld ontwerper, textielleverancier en drukker). Het woord 'matching' ('overeenkomen, samenvallen') geeft aan dat het reproduceren van een bepaalde kleur een belangrijke doelstelling is; dit is geen vanzelfsprekendheid in ontwerp- en productieomgevingen.

    De eerste publicatie, in 1963, was vooral gericht op grafische ontwerpers, drukkerijen, en hun kleurtechniek CMYK. Op dit moment is de catalogus uitgebreid met vertalingen naar elektronisch gemaakte kleuren voor presentatie op beeldscherm.


  • papierformaat: Een papierformaat beschrijft de afmetingen van een vel papier. Er zijn verschillende standaarden voor de formaten van papier.

    De A-standaard
    De A-serie van papierformaten is een serie van vellen waarbij het eerstvolgende vel steeds een tweemaal zo grote (of kleine) oppervlakte heeft.
    De serie begint met A0, een vel met een oppervlakte van 1 vierkante meter. Met de berekende verhouding levert dat een vel op van 1189 mm bij 841 mm.

    B, C, D
    Overzicht DIN B-formaten

    Soms is ťťn A-formaat te groot, maar het volgende te klein. Om deze reden is er ook een serie B-formaten die dezelfde verhouding van 1:v2 heeft als de A-formaten. Echter het uitgangspunt van de afmetingen is anders: bij het A0-formaat is dat de oppervlakte van 1 m≤, bij het B0-formaat is dat de lengte van de korte zijde: 1 m.
    B5 is groter dan A5, maar kleiner dan A4; het wordt naast die twee formaten ook vaak gebruikt voor boekwerkjes.

    C- en D-formaten zitten weer tussen de opeenvolgende A- en B-formaten in. C is net groter dan A en D is net iets kleiner dan A. C-formaten worden soms voor enveloppen gebruikt; dan past een vel van het A-formaat er goed in. D wordt nauwelijks gebruikt en is ook geen ISO-standaard.

    ISO 216

    De A-serie wordt beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en BelgiŽ sinds 1924.

    De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

    Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

    De C-reeks wordt vooral voor enveloppen gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochures worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.

    Papieren met een relatief grote verhouding lengte/breedte moeten bij voorkeur worden gesneden uit een van de standaard formaten (A, B, C). De originele breedte moet worden gehandhaafd en de lengte kan in 3, 4 of 8 gelijke stukken worden verdeeld. Een veel voorkomend formaat is 1/3 A4: 99 x 210 mm.

    [bewerk] Ruwe papierformaten

    De A-, B-, C- en D-reeksen beschrijven reeds gesneden formaten. De ISO-norm beschrijft tevens twee reeksen ruwe formaten voor de A-reeks. De verhouding lengte/breedte is weer v2. RA0 is 1,05 m2 groot en SRA0 is 1,15 m2 groot. De formaten worden afgerond tot op 1 cm.

    Z-formaten
    Bedoeld voor technisch tekenwerk. Het 1Z formaat is gelijk aan het A4 formaat. Vanaf 2Z blijft de breedte gelijk aan de lengte van A4, terwijl de lengte de volgende opbouw heeft: nZ = 180n+30 mm. De samengestelde Z-formaten hebben een afwijkende opbouw.

    Papierformaten in de VS
    Vergelijking van de A-formatenserie met letter en legal, de belangrijkste amerikaanse papierformaten
    Letter (en legal) zijn iets breder dan A4, het in Europa meestgebruikte papierformaat

    In de Verenigde Staten wordt de A-serie niet gebruikt. Daar gebruikt men in plaats van A4 het zogenaamde US Letter-formaat van 8Ĺ bij 11 inch, ofwel 279,4 mm bij 215,9 mm. Dat is dus 6 mm breder dan A4, en 18 mm korter. Printers en kopieermachines kunnen probleemloos op beide papierformaten worden ingesteld.


  • ral: RAL is een coderingssysteem om kleuren van verf en andere coatings te definiŽren. Het systeem is in 1927 in Duitsland ontwikkeld, RAL staat voor ReichsAusschuss fŁr Lieferbedingungen. De standaard wordt beheerd door het Deutsches Institut fŁr GŁtesicherung und Kennzeichnung e.V.

    Er zijn op dit moment drie RAL-coderingssystemen. Het cijferpatroon geeft eenduidig aan welk van de drie het betreft:

    * RAL 1012 Citroengeel: RAL Classic - 4 cijfers met unieke kleurnaam.
    * RAL 210 60 30: RAL Design - 7 cijfers, geen vaste naam.
    * RAL Digital: RAL Digital - Digitale, op beeldscherm beschikbare RAL-kleurenlijsten, met benaderingen voor mengverhoudingen in kleurcoderingen RGB, CMYK, HLC, Lab en Hexadecimaal.


  • SEO: Zoekmachine-optimalisatie (Engels: search engine optimization of SEO) is een onderdeel van zoekmachinemarketing en kan worden gedefinieerd als het geheel aan activiteiten bedoeld om een webpagina hoog te laten scoren in de reguliere zoekresultaten van een zoekmachine, op voor de webpagina relevante trefwoorden of zoektermen. Aangezien de plaatsing in die reguliere resultaten gratis is, vormen deze zoekresultaten een interessant alternatief voor zoekmachine-adverteren.

    Hoe optimaliseren
    Over het algemeen kun je zeggen dat de beste optimalisatie voor een website het leveren van kwalitatief hoogstaande inhoud (zgn. "content") is in combinatie met een gedegen structuur. Zoekmachines gaan namelijk op zoek naar de beste inhoud voor de gebruikers van de zoekmachine, en een goede inhoud is daarom een noodzaak. Vaak wordt er rekening gehouden met keyword dichtheid, de title tag en het juiste gebruik van headers. Door juiste (X)HTML te gebruiken wordt er gewicht toegekend aan tekst. Zo weegt tekst tussen <h1> tags binnen websites zwaarder dan tekst tussen paragraph - <p> - tags. Het gebruiken van de juiste tags heet ook wel semantiek.

    Veel bedrijven geven soms veel geld uit aan reclame, maar besteden te weinig werk aan de inhoud van hun website. Wie goed gevonden wil worden op bepaalde producten zal in de eerste plaats er zoveel mogelijk over moeten vertellen.

    Daarnaast is het ook van belang om de website op een juiste manier op te bouwen en een goede titel te gebruiken. Metatags worden tegenwoordig niet veel meer gebruikt voor optimalisatie. Google heeft eind 2008 een 'SEO starter Guide' gepubliceerd. Hier staat duidelijk omschreven hoe Google over de meeste belangrijke zaken rond zoekmachine-optimalisatie denkt en worden de aanbevelingen, do's and dont's van SEO genoemd.

    "Black hat SEO"
    Sommige websites proberen de zoekresultaten van de zoekmachines in hun voordeel te beÔnvloeden door gebruik te maken van trucjes. Dit wordt "black hat SEO" genoemd.Een bekende truc is het gebruiken van zinnen met steekwoorden in dezelfde kleur als de achtergrondkleur van de website (cloaking); ze zijn dan wel zichtbaar voor de zoekmachine, maar niet direct voor de bezoeker. Deze trucjes werken vaak in het begin even, totdat ze veel gebruikt gaan worden. Dan verzinnen de makers van zoekmachines methodes om dit soort ongewenste optimalisatie tegen te gaan. Tegenwoordig treden makers van zoekmachines harder op tegen zulke ongewenste trucjes, waarbij websites zelfs uit de index van de zoekmachine verwijderd kunnen worden. Zo werd de Duitse website van BMW 30 dagen volledig uit de zoekindex verwijderd[4] , omdat ze een landingspagina met alleen maar keywords maakten voor zoekmachines, terwijl "echte" bezoekers werden omgeleid d.m.v. Javascript.

    Mogelijkheden
    De titel van de pagina (iedere pagina een eigen titel),
    gebruik van de juiste headers en semantische opmaak
    de naam het bestand (google vriendelijke urls, geen vreemde tekens in de url, niet meer dan 3 diep. GOED: www.wiki.nl/bedrijfsnaam/hosting.php SLECHT: www.wiki.nl/content/site/new/versie5/index?=id323232)
    de domeinnaam,
    "alt" tags aan plaatjes en links (beschrijving van afbeelding/links),
    de inhoud van de pagina
    andere pagina's op je site ,
    de inhoud van de sites die naar je linken
    de populariteit van de sites die naar je linken.

    Professionals
    Voor grote websites wordt zoekmachine-optimalisatie vaak door een specialist uitgevoerd die dit tot zijn commerciŽle kernactiviteit heeft gemaakt. Zoekmachine optimalisatie is inmiddels zover geprofessionaliseerd en gegroeid dat er zowel een Nederlandse, Europese als een internationale brancheorganisatie is ontstaan. Deze professionalisering is vooral bij het zoekmachine-adverteren aan de gang.

    Wedstrijden
    Er zijn ook websites die zogenoemde SEO contests (SEO-wedstrijden) organiseren waarbij het de bedoeling is, op vooraf bepaalde zoektermen, zo hoog mogelijk te scoren (ranking) in Google of een andere zoekmachine. Meestal gaat het dan om combinaties waar nog geen zoekresultaat voor bestaat.


  • webdesign: Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

    Structuur
    In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriŽntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

    Opmaak
    De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiŽring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn websites te raadplegen.

    Dynamische en interactieve webpagina's
    Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

    Weergave
    Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geÔnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

    De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variŽren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
    De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
    De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geÔnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
    De soort webbrowser is ook van belang. Browsers hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geÔnterpreteerd. De browsers houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
    Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

    Werkwijze
    De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

    De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

    Toegankelijkheid
    Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.


  • webdevelopment: Webdevelopment is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor alles wat met het realiseren van een website te maken heeft.

    Hieronder wordt verstaan: e-commercebusinessdevelopment, webdesign, webcontentdevelopment, client-side/server-side coding, en webserverconfiguratie. Onder webprofessionals wordt met deze term meestal gerefereerd aan het schrijven van back-endcode en eventueel webserverconfiguratie.

    WYSIWYG
    HTML-code wordt gebruikt om een webpagina in te delen en op te maken (positioneren van tekstgedeelten en afbeeldingen, kleuren, lettertypen e.d.). De meeste developers schrijven het liefst de HTML-code zelf. Het voordeel hiervan is, dat je meer controle hebt over het resultaat. Een ervaren programmeur schrijft deze code vrijwel net zo snel als dat een ander de pagina bouwt in een WYSIWYG-editor. Andere programmeurs geven de voorkeur om de code niet zelf te schrijven, maar dit over te laten aan een zgn. WYSIWYG-editor. Hiermee stel je de pagina samen op een manier die te vergelijken is met het maken van een pagina in een tekstverwerker (zoals Open Office of MS Word). De onderliggende code wordt door de applicatie automatisch gegenereerd. Bekende HTML-WYSIWYG-editors zijn FrontPage en Dreamweaver. Een veelgehoorde kritiek op die twee is dat ze onnodig ingewikkeld coderen, wat twee nadelen heeft: de code is nauwelijks leesbaar voor de developer en het heeft aanzienlijk grotere bestanden tot gevolg, wat de download van pagina's aanzienlijk kan vertragen voor bezoekers die geen breedbandinternetverbinding hebben. SeaMonkey Composer daarentegen genereert veel compactere code, die toch goed leesbaar is, en heeft bovendien een aparte tab om die code in te kijken. Voor webdevelopers is het vaak handig om afwisselend de WYSIWYG-versie en de broncodeversie te bekijken, omdat iedere versie zo zijn voor- en nadelen heeft.

    Passieve en actieve websites
    Als je ťťn of meer pagina's hebt met een stuk tekst en eventueel een paar plaatjes, kan je al spreken van een website. Een dergelijke website noem je een passieve website omdat het niets anders doet dan een statische tekst en eventuele plaatjes tonen. Maar zodra je wilt dat een bezoeker zich op je website kan aanmelden (bijvoorbeeld voor een forum), of dat er actuele informatie wordt getoond, is het nodig dat de website haar gegevens kan opslaan in een database. Dan spreek je van een actieve website. De inhoud van de website wordt namelijk actief samengesteld met gegevens uit een database. Om deze handelingen te automatiseren wordt er gebruikgemaakt van scripting: het beschrijven van handelingen die de computer of server moet uitvoeren. Scripting kan je onderverdelen in twee hoofdgroepen: client-side en server-side scripting.

    Client-side scripting
    Een client-side script is een script dat door de browser van de websitebezoeker wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende scripttalen beschikbaar, zoals VBScript en JScript. Meestal werken sites met Javascript, omdat alle browsertypen Javascript ondersteunen. VBScript bijvoorbeeld wordt alleen ondersteund door Microsoft Internet Explorer en niet door Mozilla Firefox.

    Client-side scripting wordt veel gebruikt in combinatie met DHTML (Dynamic HTML). Denk hierbij aan het kopiŽren of juist verbergen van een tekstveld als dit nodig is, maar ook het controleren of je in een aanmeldingsformulier alle gegevens hebt ingevuld. Op een goed doordachte website zul je nooit beveiligingskritische functies vinden die door een client-side script moeten worden uitgevoerd.

    Server-side scripting
    Server-side script is een script dat niet door de browser, maar door de webserver wordt uitgevoerd. Deze voert de handelingen uit die in het script zijn beschreven, waaronder bijvoorbeeld het aanroepen van een database, en stelt aan de hand hiervan een HTML-bestand samen. Dit bestand wordt vervolgens naar de client (de browser van de websitebezoeker) gestuurd. De client ziet dus nooit het server-side script. En dat is maar goed ook, omdat dit cruciale informatie kan bevatten, zoals database-wachtwoorden e.d.

    De populairste talen voor server-side scripting zijn: ASP, ASP.NET en PHP. ASP.NET is de opvolger van ASP (Active Server Pages), beide van Microsoft. Hoewel ASP door (vooral kleinere) bedrijven nog veel wordt gebruikt, wint ASP.NET steeds meer aan populariteit. Vooral grotere IT-bedrijven geven de voorkeur aan deze taal, vooral vanwege de object-georiŽnteerde eigenschappen, die het eenvoudiger maakt om grote complexe systemen te bouwen en te onderhouden. PHP (PHP Hypertext Preprocessor) is het populairst onder amateurs en kleinere webbedrijven. Dit komt vooral omdat de taal redelijk eenvoudig van structuur is en daardoor vrij snel te leren is. Andere voordelen van PHP zijn, dat het door de manier waarop het script wordt uitgevoerd, deze websites erg snel laden. Ook zijn de investeringskosten laag omdat PHP een opensourceproject is en daarom gratis gebruikt mag worden. PHP kan zeer goed draaien op een PC of server onder Windows, maar is eigenlijk bedoeld om te worden gebruikt in een LAMP-configuratie. Dat is de combinatie van vier opensourceprojecten: een Linuxbesturingssysteem met een Apache-webserver, een MySQL-database en PHP-scriptondersteuning.

    Naast de genoemde scripttalen zijn er ook nog minder gebruikte talen zoals: Perl, ColdFusion, Python, Ruby en andere.

    Contentmanagementsystemen
    De laatste jaren worden kant en klare contentmanagementsystemen steeds populairder. Naast verschillende commerciŽle systemen, zijn er verschillende opensource-systemen beschikbaar zoals XOOPS, Joomla!, WordPress en Drupal. Hiermee is het mogelijk om een actieve website te bouwen zonder ťťn regel script te hoeven schrijven. In deze systemen kan je aan de hand van kant en klare templates en allerlei vooraf in te vullen instellingen een complete website configureren. Wel vergt het flink wat tijd en energie om thuis te raken in zo'n systeem.


  • webshop: Een webwinkel (e-shop, internetwinkel of online shop) is een online etalage waarbij diensten en producten kunnen worden aangeschaft via het internet.

    Kosten
    Vaak zijn de producten van een webwinkel voordeliger dan bij een reguliere winkel. De redenen hiervoor zijn:
    - Minder personeel nodig
    - Geen fysieke winkel nodig
    - Geautomatiseerde betalingen
    - Rechtstreekse levering door toeleveranciers (zogenaamde drop-shipments)
    - Hoge automatiseringsgraad

    Betrouwbaarheid
    Bij een webwinkel is de betrouwbaarheid niet eenvoudig te controleren, er is geen direct contact met de verkoper(s). Het kan daarom erg belangrijk zijn om de webwinkel even te bellen, na te gaan of er een fysieke aanwezigheid is (bijv. afhaalpunten), te letten op keurmerken van brancheorganisaties, certificatie door fabrikanten, ervaringen van andere shoppers, en natuurlijk Kamer van Koophandel-gegevens. Bedrijven zijn jaarlijks verplicht hun jaarcijfers te deponeren. Het is niet verstandig om bij een onbekend en verliesgevend bedrijf te kopen, hoe groot dit bedrijf ook is.


    KooporiŽntatie
    NIPO-Onderzoek heeft uitgewezen dat in Nederland sinds 2002 het internet het belangrijkste kooporiŽntatiemedium is geworden, zelfs belangrijker dan de traditionele papieren catalogus. Sindsdien is het belang van internet alleen maar gegroeid. Webwinkels worden in hoge mate voor kooporiŽntatie gebruikt, waarbij de koop niet per se online hoeft plaats te vinden. Daarbij groeit volgens de branche-organisatie Thuiswinkel.org het online webwinkelen ook nog steeds fors, zij het dat de groei wat afvlakt. Een zeer belangrijke ontwikkeling is dat steeds meer fabrikanten het webwinkelen omarmen, en inzien dat hun klanten vooral online -ook in webwinkels- zich oriŽnteren op hun producten. Vandaar ook ontwikkelingen richting een open catalogus.

    Belemmeringen bij webwinkelen zijn:
    - Sommige producten lenen zich minder voor verkoop-op-afstand zoals kleding of voedsel
    - Niet alle webwinkels zijn betrouwbaar gebleken.
    - Niet alle webwinkels bieden een boter-bij-de-vis betaalmogelijkheid (rembours, betalen-bij-afhalen)
    - Thuis moeten blijven voor in ontvangst nemen goederen
    - Trage uitlevering
    - Onvolledige productinformatie en beperkt advies

    Zoekmachines
    Er zijn veel webwinkels die aangesloten zijn bij een productenzoekmachine of productvergelijker. Hiermee krijgt men eenvoudig een overzicht welk product waar het goedkoopst is.

    Betalen
    Betalen van producten bij een webwinkel kan meestal met een credit card. In BelgiŽ is iDEAL een populaire online betalingsmethode van webwinkels.

    Rechten
    Op aankopen die via een webwinkel verricht worden is een zichttermijn (bedenktijd) van toepassing. Deze bedenktijd geldt enkel voor consumenten.

    Creatief gebruikt hiervoor meestal de eigen ontwikkelde Shop-Eye module.


  • xhtml: XHTML (Extensible Hypertext Markup Language) is een computertaal voor vooral websites, die de functionaliteit heeft van HTML, maar een striktere syntaxis. Dit omdat HTML gebaseerd is op het flexibele SGML, waar XHTML gebaseerd is op XML, een striktere subset van SGML. Door de striktere syntaxis van XML-documenten kunnen deze makkelijker verwerkt worden door een XML-parser, terwijl SGML-documenten een veel complexere parser nodig hebben. XHTML 1.0 is een W3C-standaard geworden op 26 januari 2000.

    XHTML biedt, mits goed gebruikt, enkele voordelen boven HTML. Doordat XML-documenten well-formed moeten zijn, kunnen ze makkelijker geÔnterpreteerd worden door User Agents, een correcte XML-parser moet namelijk een fatale error geven als een XML-document niet volledig correct is, terwijl bij SGML-parsers complexe error-correcties worden gedaan. Doordat voor het verwerken van XHTML minder rekenkracht nodig is kan deze ook beter verwerkt worden door User Agents met minder rekenkracht, zoals mobiele telefoons en PDA's.

    Door de modularisatie van XHTML kan XHTML makkelijk uitgebreid worden met nieuwe elementen en attributen. Ook worden hiermee de compatibiliteitsproblemen opgelost die ontstonden door onofficiŽle uitbreidingen van de HTML-standaard die niet door alle browsers werden ondersteund.

    In XHTML kunnen verschillende XML-namespaces gebruikt worden, zo kunnen MathML en Scalable Vector Graphics in een XHTML-document verweven worden.


  • xml: eXtensible Markup Language (XML) is een standaard voor het definiŽren van formele markup-talen voor de representatie van gestructureerde gegevens in de vorm van platte tekst. Deze representatie is zowel machineleesbaar als leesbaar voor de mens.

    Met andere woorden: XML is een bepaalde manier om gegevens gestructureerd vast te leggen. Deze manier is gedefinieerd en mag door iedereen gebruikt worden. Het is ontworpen om zowel door een programma als door een mens leesbaar te zijn. XML is niet alleen geschikt om gegevens in op te slaan maar wordt veel gebruikt om gegevens via het internet te versturen. De AJAX-methodiek maakt van XML gebruik.

    XML is een vereenvoudigde vorm van SGML, Standard Generalized Markup Language, een heel complexe standaard om de structuur van documenten vast te leggen.

    Een eerdere code die is afgeleid van SGML is HTML HyperText Markup Language. HTML heeft voor een doorbraak in SGML-achtig vormgegeven tekst gezorgd, maar gegevens die op een HTML-pagina staan zijn voor computers niet als zodanig te herkennen.


top ^