Woordenlijst

 
Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.
Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor "webpagina"


  • asp: Active Server Pages (ASP) is een door Microsoft ontwikkelde technologie om dynamische webpagina's en complete websites te genereren. Met dynamisch wordt in dit verband bedoeld dat de pagina's zoals de gebruiker ze op z'n browser te zien zal krijgen elke keer opnieuw worden opgebouwd. Op deze manier kan actuele informatie deel uitmaken van een pagina. 'Actueel' kan betekenen dat de informatie pas beschikbaar komt nadat de html al bepaald is; het kan ook zijn dat de informatie pas bekend is nadat de gebruiker heeft aangegeven waarnaar hij op zoek is; denk aan snuffelen in een assortiment. Dit staat dan tegenover statische webpagina's waarbij de HTML code ooit is aangemaakt, de gebruiker krijgt steeds dezelfde versie te zien. Tegenwoordig wordt ASP verder ontwikkeld onder de naam ASP.NET. ASP.NET is een nieuwe taal, gebaseerd op ASP, waarin meer mogelijkheden zitten en waarbij gewerkt wordt binnen het .NET-framework.

    ASP is een technologie en dus geen programmeertaal. Je kunt ASP pagina's herkennen aan hun extensie ".asp". Net als binnen de nieuwe versie van ASP, ASP.NET, kunnen er binnen ASP pagina's gekozen worden voor een specifieke programeertaal. In de meeste gevallen wordt VBScript gebruikt omdat dit de standaard taal is, maar er kan ook standaard gekozen worden voor JScript. ASP kan in principe alle scripttalen ondersteunen als de desbetreffende interpreter op de webserver is geÔnstalleerd. Er is bijvoorbeeld een interpreter voor Perlscript beschikbaar via ActiveState.

    ASP wordt normaliter gebruikt op een Windows besturingssysteem. Er zijn echter ook goede implementaties van ASP beschikbaar voor Unix (en verwante) platforms.

    ASP wordt meestal gebruikt samen met een database op de server waarin gegevens worden opgeslagen. Hiermee kunnen applicaties worden gebouwd als een forum, een weblog, en een nieuwsapplicatie. Voor communicatie met een database zijn standaard ADODB componenten beschikbaar.

    Een ASP applicatie bestaat uit een aantal samenhangende webpagina's. Deze pagina's kunnen gebruikmaken van dezelfde cookies. ASP zet een session-cookie om het mogelijk te maken gegevens van een bezoeker in dezelfde website bij te houden. Deze gegevens worden op de webserver als tijdelijke sessievariabelen bijgehouden, bijvoorbeeld om te onthouden of een bezoeker is ingelogd.

    Het Microsoft.XMLDOM component geeft ASP de mogelijkheid om met XML te werken. Behalve HTML kan ASP ook andere contenttypes sturen, zoals GIF- en JPEG-afbeeldingen.

    Vanaf 2002 ontwikkelt Microsoft de opvolger van ASP in de vorm van ASP.Net. Belangrijke concurrenten van ASP zijn Java Server Pages, PHP, en mogelijk in de toekomst Ruby on Rails.


  • browser: Een webbrowser (ook internetbrowser , (web)bladeraar of webverkenner genoemd) is een computerprogramma om webpagina's te kunnen bekijken. Populaire browsers zijn Windows Internet Explorer, Mozilla Firefox en Safari. Een browser zet webpagina's, die door een webserver zijn aangeleverd, om in een voor mensen leesbare vorm. Vaste elementen van een webpagina zijn verschillende soorten opmaak van tekst, plaatjes en links naar andere webpagina's. Deze links kunnen worden gebruikt om naar andere pagina's te surfen.


  • css: Cascading Style Sheets (afgekort tot CSS) is een manier om de vormgeving voor een serie webpagina's in ťťn keer vast te leggen. De informatie over de vormgeving voor het hele document wordt toegevoegd aan de HTML-code ervan. Die informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern document dat wordt geÔmporteerd. Een dergelijk apart geÔmporteerd document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere documenten te bereiken.

    De Engelse term 'style' leidt er vaak toe, dat in het Nederlands ook de term 'stijl' wordt gebruikt, waar echter in dit geval louter uiterlijk of opmaak wordt bedoeld.

    Een belangrijke reden voor de introductie van Cascading Style Sheets is om de vormgeving van webpagina's te standaardiseren, zodat verschillende webbrowsers dezelfde pagina op dezelfde wijze aan de gebruiker tonen. Het World Wide Web Consortium (W3C) heeft daartoe de standaard vastgelegd. De vastgelegde standaard is in de loop van de jaren uitgebreid. De oorspronkelijke standaard staat bekend als CSS1. Latere uitbreidingen staan bekend als CSS2 en CSS3. Deze laatste uitbreiding (CSS3) is gedeeltelijk nog in ontwikkeling en is als zodanig geen officiŽle standaard.

    Moderne browsers ondersteunen CSS1 inmiddels volledig. De ondersteuning voor CSS2 is minder. Omdat CSS3 nog geen officiŽle standaard is, is daar slechts experimentele ondersteuning voor. Een nog steeds veel gebruikte browser, Microsoft Internet Explorer (versie 6.0) wordt bekritiseerd omdat het onvoldoende ondersteuning van CSS2 biedt. In oktober 2006 heeft Microsoft een nieuwe versie van Internet Explorer (versie 7) uitgebracht. Microsoft heeft daarin grote verbeteringen aangebracht in de ondersteuning voor CSS2.


  • http: Het HyperText Transfer Protocol (HTTP) is het protocol voor de communicatie tussen een webclient (meestal een webbrowser) en een webserver. Dit protocol wordt niet alleen veel op het World Wide Web gebruikt, maar ook op lokale netwerken (we spreken dan van een intranet).

    In HTTP is vastgelegd welke vragen (de Engelse term hiervoor is requests) een cliŽnt, bijvoorbeeld een webbrowser, aan de server kan stellen en welke antwoorden (de Engelse term is responses) een webserver daarop kan teruggeven. Elke vraag bevat een URL die naar een webcomponent of een statisch object zoals een webpagina of plaatje verwijst.


  • portaalsite: In internetverkeer wordt portaal gebruikt als een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere websites, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp.

    De Engelse naam, die ook veel in Nederlandse teksten gebruikt wordt, is portal.

    Veeleer dan te proberen een eenduidige en algemeen geldige definitie te geven, volgen hierna enkele veel gebruikte definities of pogingen tot definitie.

    Een webtoepassing die via een eenvormige gebruikersinterface toegang geeft tot een gevarieerd aanbod aan informatiebronnen.
    Meer dan een webpagina met links naar andere toepassingen.
    De universele, verpersoonlijkte toegang tot elke toepassing of informatiebron.
    Beveiligde en verpersoonlijkte toegang tot inhoud en toepassingen.
    Alhoewel dus afwijkende definities gehanteerd kunnen worden, wordt algemeen aangenomen dat een portaalsite in grote mate over volgende functies moet kunnen beschikken:
    - Authenticiteit bevestigen
    - Verpersoonlijkbaar zijn (personalisatie)
    - Inhoud beheren
    - Toegang verlenen tot toepassingen
    - Groeperen en integreren
    - Zoeken en catalogeren
    - Samenwerken bevorderen
    - Meertaligheid
    -Distribueerbaar via diverse kanalen

    Het bedrijfsportaal en het gemeenschapsportaal zijn twee brede categorieŽn van portaalsites. Deze sites bieden dan een startpagina met nuttige links en informatie voor de medewerkers van het bedrijf of de leden van de gemeenschap.


  • SEA: Zoekmachinemarketing, ook wel bekend onder de Engelse term Search Engine Marketing is het specialisme dat webpagina's vindbaar maakt bij zoekdiensten. Dat wil zeggen dat een webpagina op een prominente plaats bij de zoekresultaten van een zoekmachine komen te staan als een zoekmachinegebruiker een voor die webpagina relevante zoekterm intypt. Doordat de webpagina beter gevonden kan worden, verhoogt het de effectiviteit van de reclameuiting op internet.

    Search Engine Marketing kan worden verdeeld in twee deelgebieden: Search Engine Optimization (SEO) en Search Engine Advertising (SEA).
    Creatief maakt gebruik van een eigen SEO-module, nl. Top-Eye, om uw ranking te verbeteren.


  • SEO: Zoekmachine-optimalisatie (Engels: search engine optimization of SEO) is een onderdeel van zoekmachinemarketing en kan worden gedefinieerd als het geheel aan activiteiten bedoeld om een webpagina hoog te laten scoren in de reguliere zoekresultaten van een zoekmachine, op voor de webpagina relevante trefwoorden of zoektermen. Aangezien de plaatsing in die reguliere resultaten gratis is, vormen deze zoekresultaten een interessant alternatief voor zoekmachine-adverteren.

    Hoe optimaliseren
    Over het algemeen kun je zeggen dat de beste optimalisatie voor een website het leveren van kwalitatief hoogstaande inhoud (zgn. "content") is in combinatie met een gedegen structuur. Zoekmachines gaan namelijk op zoek naar de beste inhoud voor de gebruikers van de zoekmachine, en een goede inhoud is daarom een noodzaak. Vaak wordt er rekening gehouden met keyword dichtheid, de title tag en het juiste gebruik van headers. Door juiste (X)HTML te gebruiken wordt er gewicht toegekend aan tekst. Zo weegt tekst tussen <h1> tags binnen websites zwaarder dan tekst tussen paragraph - <p> - tags. Het gebruiken van de juiste tags heet ook wel semantiek.

    Veel bedrijven geven soms veel geld uit aan reclame, maar besteden te weinig werk aan de inhoud van hun website. Wie goed gevonden wil worden op bepaalde producten zal in de eerste plaats er zoveel mogelijk over moeten vertellen.

    Daarnaast is het ook van belang om de website op een juiste manier op te bouwen en een goede titel te gebruiken. Metatags worden tegenwoordig niet veel meer gebruikt voor optimalisatie. Google heeft eind 2008 een 'SEO starter Guide' gepubliceerd. Hier staat duidelijk omschreven hoe Google over de meeste belangrijke zaken rond zoekmachine-optimalisatie denkt en worden de aanbevelingen, do's and dont's van SEO genoemd.

    "Black hat SEO"
    Sommige websites proberen de zoekresultaten van de zoekmachines in hun voordeel te beÔnvloeden door gebruik te maken van trucjes. Dit wordt "black hat SEO" genoemd.Een bekende truc is het gebruiken van zinnen met steekwoorden in dezelfde kleur als de achtergrondkleur van de website (cloaking); ze zijn dan wel zichtbaar voor de zoekmachine, maar niet direct voor de bezoeker. Deze trucjes werken vaak in het begin even, totdat ze veel gebruikt gaan worden. Dan verzinnen de makers van zoekmachines methodes om dit soort ongewenste optimalisatie tegen te gaan. Tegenwoordig treden makers van zoekmachines harder op tegen zulke ongewenste trucjes, waarbij websites zelfs uit de index van de zoekmachine verwijderd kunnen worden. Zo werd de Duitse website van BMW 30 dagen volledig uit de zoekindex verwijderd[4] , omdat ze een landingspagina met alleen maar keywords maakten voor zoekmachines, terwijl "echte" bezoekers werden omgeleid d.m.v. Javascript.

    Mogelijkheden
    De titel van de pagina (iedere pagina een eigen titel),
    gebruik van de juiste headers en semantische opmaak
    de naam het bestand (google vriendelijke urls, geen vreemde tekens in de url, niet meer dan 3 diep. GOED: www.wiki.nl/bedrijfsnaam/hosting.php SLECHT: www.wiki.nl/content/site/new/versie5/index?=id323232)
    de domeinnaam,
    "alt" tags aan plaatjes en links (beschrijving van afbeelding/links),
    de inhoud van de pagina
    andere pagina's op je site ,
    de inhoud van de sites die naar je linken
    de populariteit van de sites die naar je linken.

    Professionals
    Voor grote websites wordt zoekmachine-optimalisatie vaak door een specialist uitgevoerd die dit tot zijn commerciŽle kernactiviteit heeft gemaakt. Zoekmachine optimalisatie is inmiddels zover geprofessionaliseerd en gegroeid dat er zowel een Nederlandse, Europese als een internationale brancheorganisatie is ontstaan. Deze professionalisering is vooral bij het zoekmachine-adverteren aan de gang.

    Wedstrijden
    Er zijn ook websites die zogenoemde SEO contests (SEO-wedstrijden) organiseren waarbij het de bedoeling is, op vooraf bepaalde zoektermen, zo hoog mogelijk te scoren (ranking) in Google of een andere zoekmachine. Meestal gaat het dan om combinaties waar nog geen zoekresultaat voor bestaat.


  • typografie: Typografie, van het Griekse t?p?? (tupos: slag, vorm, afdruk) en ???fe?? (graphein: schrijven), behelst het zetten, drukken en vormgeven van teksten, zowel voor functionele als esthetische doeleinden.

    Om deze doeleinden te verwezenlijken speelt de opmaak van tekstblokken, de bladspiegel alsook de keuze van lettertypen, vette en cursieve varianten, witruimte en interpunctie een belangrijke rol.

    Oorspronkelijk was het belangrijkste medium voor de typografie het boek. Anders dan voor boeken is typografie tegenwoordig niet weg te denken van formulieren, webpagina's, interactieve cd-roms, reclameteksten of waarschuwingsborden. Typografie dient rekening te houden met het medium en doel van de geschreven teksten. Deze stellen verschillende eisen voor leesbaarheid en opvallendheid.


  • webbrowser: Een webbrowser (ook internetbrowser of (web)bladeraar genoemd) is een computerprogramma om webpagina's te kunnen bekijken. Populaire browsers zijn Windows Internet Explorer, Mozilla Firefox, Safari en Opera. Minder bekende, alternatieve browsers zijn Flock, Camino, Konqueror en Netscape. Een nieuwe ster aan het firmament is Google Chrome. De grootste verzameling gelinkte HTML-pagina's is het world wide web, een onderdeel van het internet. Het gebruik van een browser is in de volksmond synoniem aan surfen op het internet.


  • webdesign: Webdesign is het maken en vormgeven van alle websites in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerpen van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische aspecten is een webdesigner naast vormgever veelal ook programmeur.

    Structuur
    In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden websites over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriŽntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

    Opmaak
    De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor HTML-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiŽring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de designer niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn websites te raadplegen.

    Dynamische en interactieve webpagina's
    Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic HTML, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowsers als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

    Weergave
    Websites zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. HTML wordt door elke computer/browser afzonderlijk geÔnterpreteerd en weergegeven. Een webdesigner dient voor reguliere websites rekening te houden met deze pluriforme weergave.

    De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variŽren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
    De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
    De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geÔnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
    De soort webbrowser is ook van belang. Browsers hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geÔnterpreteerd. De browsers houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
    Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

    Werkwijze
    De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

    De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in HTML, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

    Toegankelijkheid
    Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is HTML bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browsers, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesigners steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.


  • webdevelopment: Webdevelopment is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor alles wat met het realiseren van een website te maken heeft.

    Hieronder wordt verstaan: e-commercebusinessdevelopment, webdesign, webcontentdevelopment, client-side/server-side coding, en webserverconfiguratie. Onder webprofessionals wordt met deze term meestal gerefereerd aan het schrijven van back-endcode en eventueel webserverconfiguratie.

    WYSIWYG
    HTML-code wordt gebruikt om een webpagina in te delen en op te maken (positioneren van tekstgedeelten en afbeeldingen, kleuren, lettertypen e.d.). De meeste developers schrijven het liefst de HTML-code zelf. Het voordeel hiervan is, dat je meer controle hebt over het resultaat. Een ervaren programmeur schrijft deze code vrijwel net zo snel als dat een ander de pagina bouwt in een WYSIWYG-editor. Andere programmeurs geven de voorkeur om de code niet zelf te schrijven, maar dit over te laten aan een zgn. WYSIWYG-editor. Hiermee stel je de pagina samen op een manier die te vergelijken is met het maken van een pagina in een tekstverwerker (zoals Open Office of MS Word). De onderliggende code wordt door de applicatie automatisch gegenereerd. Bekende HTML-WYSIWYG-editors zijn FrontPage en Dreamweaver. Een veelgehoorde kritiek op die twee is dat ze onnodig ingewikkeld coderen, wat twee nadelen heeft: de code is nauwelijks leesbaar voor de developer en het heeft aanzienlijk grotere bestanden tot gevolg, wat de download van pagina's aanzienlijk kan vertragen voor bezoekers die geen breedbandinternetverbinding hebben. SeaMonkey Composer daarentegen genereert veel compactere code, die toch goed leesbaar is, en heeft bovendien een aparte tab om die code in te kijken. Voor webdevelopers is het vaak handig om afwisselend de WYSIWYG-versie en de broncodeversie te bekijken, omdat iedere versie zo zijn voor- en nadelen heeft.

    Passieve en actieve websites
    Als je ťťn of meer pagina's hebt met een stuk tekst en eventueel een paar plaatjes, kan je al spreken van een website. Een dergelijke website noem je een passieve website omdat het niets anders doet dan een statische tekst en eventuele plaatjes tonen. Maar zodra je wilt dat een bezoeker zich op je website kan aanmelden (bijvoorbeeld voor een forum), of dat er actuele informatie wordt getoond, is het nodig dat de website haar gegevens kan opslaan in een database. Dan spreek je van een actieve website. De inhoud van de website wordt namelijk actief samengesteld met gegevens uit een database. Om deze handelingen te automatiseren wordt er gebruikgemaakt van scripting: het beschrijven van handelingen die de computer of server moet uitvoeren. Scripting kan je onderverdelen in twee hoofdgroepen: client-side en server-side scripting.

    Client-side scripting
    Een client-side script is een script dat door de browser van de websitebezoeker wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende scripttalen beschikbaar, zoals VBScript en JScript. Meestal werken sites met Javascript, omdat alle browsertypen Javascript ondersteunen. VBScript bijvoorbeeld wordt alleen ondersteund door Microsoft Internet Explorer en niet door Mozilla Firefox.

    Client-side scripting wordt veel gebruikt in combinatie met DHTML (Dynamic HTML). Denk hierbij aan het kopiŽren of juist verbergen van een tekstveld als dit nodig is, maar ook het controleren of je in een aanmeldingsformulier alle gegevens hebt ingevuld. Op een goed doordachte website zul je nooit beveiligingskritische functies vinden die door een client-side script moeten worden uitgevoerd.

    Server-side scripting
    Server-side script is een script dat niet door de browser, maar door de webserver wordt uitgevoerd. Deze voert de handelingen uit die in het script zijn beschreven, waaronder bijvoorbeeld het aanroepen van een database, en stelt aan de hand hiervan een HTML-bestand samen. Dit bestand wordt vervolgens naar de client (de browser van de websitebezoeker) gestuurd. De client ziet dus nooit het server-side script. En dat is maar goed ook, omdat dit cruciale informatie kan bevatten, zoals database-wachtwoorden e.d.

    De populairste talen voor server-side scripting zijn: ASP, ASP.NET en PHP. ASP.NET is de opvolger van ASP (Active Server Pages), beide van Microsoft. Hoewel ASP door (vooral kleinere) bedrijven nog veel wordt gebruikt, wint ASP.NET steeds meer aan populariteit. Vooral grotere IT-bedrijven geven de voorkeur aan deze taal, vooral vanwege de object-georiŽnteerde eigenschappen, die het eenvoudiger maakt om grote complexe systemen te bouwen en te onderhouden. PHP (PHP Hypertext Preprocessor) is het populairst onder amateurs en kleinere webbedrijven. Dit komt vooral omdat de taal redelijk eenvoudig van structuur is en daardoor vrij snel te leren is. Andere voordelen van PHP zijn, dat het door de manier waarop het script wordt uitgevoerd, deze websites erg snel laden. Ook zijn de investeringskosten laag omdat PHP een opensourceproject is en daarom gratis gebruikt mag worden. PHP kan zeer goed draaien op een PC of server onder Windows, maar is eigenlijk bedoeld om te worden gebruikt in een LAMP-configuratie. Dat is de combinatie van vier opensourceprojecten: een Linuxbesturingssysteem met een Apache-webserver, een MySQL-database en PHP-scriptondersteuning.

    Naast de genoemde scripttalen zijn er ook nog minder gebruikte talen zoals: Perl, ColdFusion, Python, Ruby en andere.

    Contentmanagementsystemen
    De laatste jaren worden kant en klare contentmanagementsystemen steeds populairder. Naast verschillende commerciŽle systemen, zijn er verschillende opensource-systemen beschikbaar zoals XOOPS, Joomla!, WordPress en Drupal. Hiermee is het mogelijk om een actieve website te bouwen zonder ťťn regel script te hoeven schrijven. In deze systemen kan je aan de hand van kant en klare templates en allerlei vooraf in te vullen instellingen een complete website configureren. Wel vergt het flink wat tijd en energie om thuis te raken in zo'n systeem.


  • webhosting: Webhosting is een dienst die aan particulieren of bedrijven ruimte aanbiedt voor het opslaan van informatie, afbeeldingen, of andere inhoud die toegankelijk is via een website. Om snelheid en veiligheid te garanderen en ervoor zorg te dragen dat een webpagina of een website altijd beschikbaar is, worden deze opgeslagen bij een zogenaamd hostingbedrijf of een webhost.
    * Gratis hosting: meestal hostingruimte/webruimte met beperkte mogelijkheden. Het draaien van scripts (bijvoorbeeld ASP) en het voeren van een eigen domeinnaam is vaak niet mogelijk. Schijfruimte en bandbreedte zijn meestal ook beperkt. Soms voegt de hostingfirma reclameboodschappen toe aan elke pagina.
    * Shared hosting: hierbij worden meerdere (honderden) websites op dezelfde server of webserver geplaatst. Hierdoor is het mogelijk dat de ene website de andere doet vertragen of zelfs crashen.
    * Reseller hosting: bestemd voor wie zelf een webhost wil worden. Voorziet in een hoge schijfruimte en bandbreedte die kan verdeeld worden over alle sites die de gebruiker er wil op plaatsen. Te vergelijken met shared hosting, maar u heeft meer vrijheid en u kunt zelf web hosting verkopen.
    * Virtual Private Server (VPS) hosting: hiermee kan ťťn fysieke server meerdere virtuele servers huisvesten. Elke klant heeft dan adminstrator of root-rechten om de server te configureren en gebruikers rechten toe te kennen. De klant kan een VPS ook voor andere toepassingen dan websites gebruiken. Als een virtuele server crasht, dan hebben de andere klanten daar geen last van. Processorcapaciteit en bandbreedte naar de harde schijf worden wel gedeeld door de klanten.
    * Dedicated hosting: de klant krijgt werkelijk een eigen dedicated server (machine). Wel heeft deze zich te houden aan datalimiet en hardeschrijf ruimte.
    * Co-Located hosting: de klant plaatst een eigen server in de ruimte van de colocatieprovider. Het is vereist om een "19" rack mountable"-server te plaatsen van 1, 2 of 4U (Units). Ook hier heeft de klant rekening te houden met datalimiet, maar hardeschrijven kunnen naar gewenste hoeveelheid worden geplaatst of vervangen door grotere.
    * Cloud hosting: een nieuwe vorm van hosting op geclusterde (aan elkaar gekoppelde) servers waardoor een grote schaalbaarheid ontstaat. De voordelen zijn betere beschikbaarheid, grotere betrouwbaarheid en hogere snelheid.


  • webpagina: Een webpagina is een pagina op het World Wide Web, onderdeel van een internet site. Webpagina's bestaan uit HTML- of XHTML-code en zijn bedoeld om met een webbrowser bekeken te worden. De browser zet de broncode om naar een leesbare pagina. Door hypertekst links in de HTML-code kan eenvoudig van de ene pagina naar de andere worden genavigeerd, een bezigheid die ook wel surfen op het internet wordt genoemd.

    Van tekst naar applicatie
    De mogelijkheden die in webpagina's kunnen worden ondergebracht, zijn in de loop der jaren aanzienlijk uitgebreid. In de begintijd van het World Wide Web was het al mogelijk om plaatjes in tekst aan te brengen. Latere ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt dat ook multimedia-inhoud en interactieve elementen konden worden ingebouwd. Het is inmiddels mogelijk om volledige applicaties in een enkele webpagina onder te brengen, bijvoorbeeld door het gebruik van HTML-scripting of Macromedia Flash. Gedurende deze ontwikkeling is de definitie van HTML regelmatig aangepast en zijn de capaciteiten van de browsers voortdurend toegenomen. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door.

    Webpagina en URL
    Elke webpagina heeft in principe een eigen uniek adres in de vorm van een URL. Daar zijn echter uitzonderingen op, sommige webpagina's worden dynamisch gegenereerd door een programma of script (zie ook server-side scripting), waardoor dezelfde URL een andere pagina kan tonen op basis van acties van de gebruiker of andere variabele factoren (soort browser, cookies, tijd etc). Het bestaan van frames is ook verwarrend voor de ťťn-op-ťťn relatie tussen een webpagina en een URL. Frames maken het namelijk mogelijk dat binnen een webpagina (met een URL) meerdere andere webpagina's (met ieder een eigen URL) kunnen worden ondergebracht.

    Website
    Een website bestaat uit een aantal samenhangende webpagina's op hetzelfde domein. De beginpagina van een website wordt de hoofdpagina of homepage genoemd.


  • website: Een professionele website op maat, webstek of web site (afgeleid van het woord wereldwijde web) is een verzameling samenhangende webpagina's met mogelijk andere data, zoals afbeeldingen en video's, die gehost worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

    Een webpagina is een document, typisch geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van een gebruiker).

    Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in bruikbare informatie voor de gebruiker zoals het tonen van een webpagina.

    Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web" wat weer een deel van een bepaalde laag van het Internet vormt.

    Een kern eigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, een deel van het concept Hypertext, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of ander digitale entiteit doorspringen.

    De webpagina's van een website zijn meestal toegankelijk via een specifieke node (URI). Vaak wordt deze specifieke startnode de homepage genoemd. De URI's van de webpagina's zijn meestal georganizeerd in een hierarchy. De hyperlinks tussen de webpagina's geven echter per gebruiker een andere representatie van de betreffende website.

    Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen door het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C. De directeur van het W3C is Tim Berners-Lee, die in 1991 HTML voorstelde, als subset van het complexere SGML als vervolg op de hypertext achtige implementatie Gopher (het WWW is daarmee nog steeds geen hypertext systeem). Naast verschillende andere initatieven bleek HTML uiteindelijk het succesvolst.


  • zoekmachine: Een zoekmachine (Engels: search engine) is een instrument waarmee men informatie kan zoeken in een bepaalde collectie; dit kan een bibliotheek, het internet, of een persoonlijke verzameling zijn. Zonder nadere aanduiding bedoelt men tegenwoordig meestal een webdienst waarmee met behulp van vrije trefwoorden volledige tekst (full text) kan worden gezocht in het gehele World Wide Web.

    In tegenstelling tot startpagina's of webgidsen is er geen of zeer weinig menselijke tussenkomst nodig; het bezoeken van de webpagina's en het sorteren van de rangschikkingen (ranking) gebeurt met behulp van een algoritme.

    Google is in de Benelux de meest gebruikte zoekmachine, in andere landen zijn ook Yahoo!, Bing en Baidu populaire zoekmachines.


top ^