Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Snelnavigatie . | 3 | A | B | C | D | E | F | G | H | I | J | K | L | M | N | O | P | R | S | T | U | V | W | X | Z | Volledige lijst

B

Een banner (Engels voor wimpel, banier) is een grafische reclame-uiting op het internet. Door op een banner te klikken wordt een pagina geopend waar meer informatie over het geadverteerde te vinden is. De banner is oorspronkelijk uitgevonden door "Sidney Suyat"
Streepjescode of barcode is de benaming voor een opeenvolging van lijnen die een code representeren die door een scanner gelezen kan worden. Afhankelijk van het coderingssysteem kan deze code uitsluitend uit cijfers bestaan, of uit een combinatie van cijfers, letters en leestekens.

BCC betekent Blind Carbon Copy of Blind Copy Conform en wordt met name in e-mail gebruikt om een kopie van een bericht te versturen naar iemand, zonder dat de eigenlijke geadresseerde dit kan zien.

Public relations (pr), oftewel Publieke relaties is het stelselmatig bevorderen van het wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publieksgroepen. Daartoe wordt gebruikgemaakt van interne en externe communicatie om een bepaald publiek te informeren of te beïnvloeden met behulp van tekst, advertentie, publiciteit, promotie en speciale gebeurtenissen. Aan de andere kant heeft pr ook een signaalfunctie om trends en issues uit de buitenwereld op te merk en ernaar te handelen. Het voornaamste doel van pr is het bestendigen of scheppen van een goed imago en niet verkoop. Pr werkt vooral op basis van imago-onderzoek. De voornaamste gereedschappen van pr zijn beïnvloeding van opinieleiders uit de doelgroep, of direct contact met de doelgroep via eigen media of media van anderen. De rol van internet is enorm gegroeid in de afgelopen tien jaar en geldt nu naast de bedrijfsbrochure als het belangrijkste medium. Met komst van sociale media als weblog, wiki's, Facebook, Twitter en Hyves is er ook sprake van specialisatie richting online. Activiteiten die daaronder vallen worden ook wel pr 2.0 genoemd, als verwijzing naar de term Web 2.0.
De term "bedrijfsfilm" is een allesomvattende beschrijving voor video's gemaakt voor zakelijke en/of informatieve doeleinden. Daaronder vallen bedrijfspromotie's, product's, promotie, trainingsvideo's, instructievideo's en informatieve video's. Een bedrijfsfilm wordt vaak ingezet voor een bepaald doel in een bedrijfs- of B2B-milieu en wordt bekeken door een beperkte doelgroep. Het doel van een bedrijfsfilm is veelal interactief klantenwerving, kostenbesparing of risicover. Het laten maken van een bedrijfsfilm valt vaak onder de verantwoordelijkheid van de marketing- en communicatie van een bedrijf.

Hoewel bedrijfsvideografie al sinds 1970 bestaat, is de product ervan na 1990 in een stroomversnelling geraakt. Met de groei in digitale technologie is er nu vaak de samensmelting van bedrijfsfilms en andere vormen van mediacommunicatie, zoals televisie en internet. Een bedrijf kan beschikken over een promotionele video op zijn website of op een videowebsite als YouTube en is dan in potentie bereikbaar voor een veel breder publiek.

Een bedrijfsfilm, reclame of promotie kan worden geproduceerd met behulp van dezelfde product en stijl als een televisieprogramma (dezelfde faciliteiten en crew) en weet zo het publiek te boeien, zoals ze gewend zijn te kijken naar populaire media. Een bedrijfsfilm zou zelfs het thema kunnen hebben van een bekende tv-serie.

Een videoproduct ontvangt instructies van de opdrachtgever, ontwikkelt een script of scenario en plan van aanpak (en soms een storyboard), met de opdrachtgever wordt een draaiboek en leveringsdatum overeengekomen. De product en -omvang van een bedrijfsfilm kunnen sterk variëren. Voor sommige video's wordt slechts een minimale crew en basisuitrusting ingezet, terwijl andere bedrijfsfilms (vaak met een hoger budget) een vergelijkbaar niveau hebben als dat van een tv-uitzending of reclame.

Het product omvat dikwijls de volgende fasen:
- Preproduct, planning, inclusief script en storyboard. Overeenkomst tussen videoproduct/product en de klant.
- product, inclusief opnamen op locatie of in de studio met cameraploeg en regisseur. Mogelijk ook met bijvoorbeeld acteurs en/of presentatoren.
- Postproduct en videomontage. Het gefilmde beeldmateriaal wordt bewerkt. In deze fase wordt ook een voice-over opgenomen, een sounddesign ontwikkeld en worden afbeeldingen alsook 2D/3D-animatie toegevoegd, om de bedrijfsfilm vervolgens te kunnen renderen, d.w.z. alle beelden te kunnen verwerken tot één geheel.
Bedrijfsimago – De indruk die werknemers en mensen van buitenaf van een bedrijf krijgen, zoals dit voornamelijk public relations-programma`s wordt gewekt.
Papier of ander materiaal dat aan bepaalde noodzakelijke eisen voldoet, waardoor het inkt aanneemt.
Een medium is in de communicatie een substraat voor informatieoverdracht zoals, papier (krant, tijdschrift), elektromagnetische golven (radio, tv, computernetwerken), chips (flashgeheugen, computergeheugen), magnetisch materiaal (casetteband, audio- en video-tape).

Door de enorme toename van de informatieoverdracht (massamedia) wordt de oorspronkelijke betekenis als substraat voor informatieoverdracht (medium = middelaar) tegenwoordig minder belangrijk. Het woord medium wordt vaker gebruikt voor de verschijningsvorm of zender. Dus niet het "papier" als informatiedrager, maar de "krant", of (bijvoorbeeld) De Telegraaf of De Standaard. Of nog abstracter: de advertentie of het redactioneel commentaar in een krant als medium.
Onder beeldmanipulatie wordt verstaan het aanbrengen van veranderingen in een afbeelding. Beeldmanipulatie is strikt genomen hetzelfde als beeldbewerking. Het woord beeldmanipulatie wordt echter meer gebruikt in de zin van het wijzigen, verwijderen of toevoegen van afzonderlijke beeldelementen in een bepaalde afbeelding.

Beeldmanipulatie is strikt genomen hetzelfde als beeldbewerking. Het woord beeldmanipulatie wordt echter meer gebruikt in de zin van het wijzigen, verwijderen of toevoegen van afzonderlijke beeldelementen in een bepaalde afbeelding.

Beeldmanipulatie is niet iets van deze tijd. Vroeger werden bijvoorbeeld tot persona non grata verklaarde hooggeplaatste personen weggeretoucheerd van officiële foto's. Ook in oorlogspropaganda werd hier wel gebruik van gemaakt.

De Sovjetdictator Jozef Stalin liet in ongenade gevallen personen en politieke vijanden, zoals Trotski en Jezjov, van officiële foto's verwijderen. Ook liet hij op zijn eigen foto de littekens van pokken wegwerken.

Beeldmanipulatie is tegenwoordig een stuk eenvoudiger door gebruik te maken van gespecialiseerde programma's als Adobe Photoshop of Paint Shop Pro. Het manipuleren van beelden wordt soms "Photoshoppen" genoemd (in het Nederlands ook wel "fotoshoppen" genoemd, of verbasterd tot "fotosoepen" of "soepen"), naar het programma Photoshop. Adobe is er op tegen dat de merk Photoshop als werkwoord wordt gebruikt, maar heeft nog weinig succes om dat terug te dringen
Een eenheid die aangeeft uit hoeveel bit een beeldpunt bestaat.

2-bit = 4 kleuren/grijstinten
4-bit = 16 kleuren/grijstinten
8-bit = 256 kleuren/grijstinten
16-bit = 65.536 kleuren/grijstinten
24-bit = 16.777.000 kleuren/grijstinten
De zuiverheidmate van een afbeelding (foto of dia).
De verhouding van de beeldbreedte ten opzichte van de beeldhoogte.
Binnen bepaalde systemen zijn hierover afspraken gemaakt.

Bekende beeldverhoudigen zijn:
4 : 3 (TV's)
16 : 9 (breedbeeld TV's)
4 : 3 (camera's)
2 : 3 (camera's)
Het interpreteren van digitale beelden met behulp van software.
Belettering – Schikking (naar uiterlijk) van letters of woorden met specifieke aandacht voor het totaalbeeld en de compositie, zoals op ruggen of kaften van boeken of op borden.
De druk waaraan papier kan worden blootgesteld, loodrecht op het oppervlak, totdat het barst of scheurt, wordt weergegeven in kg/m2 (kilogram per vierkante meter).
Met bestandstype, bestandsindeling of het anglicisme bestandsformaat doelt men op de manier waarop de informatie in een computerbestand gecodeerd is. Veel computerprogramma's gebruiken een eigen, voor hun specifieke taak ontworpen bestandsformaat, maar kunnen vaak wel andere bestandsformaten lezen en naar hun eigen formaat omzetten. Het bestandsformaat wordt vaak aangegeven door middel van een extensie in de bestandsnaam.

Er zijn twee hoofdsoorten bestandsformaten: tekst en binair. Het belangrijkste verschil tussen de twee is dat een bestand in tekstformaat zijn informatie gecodeerd heeft met uitsluitend leesbare tekens en dus ook door mensen gelezen kan worden, al kan de inhoud onbegrijpelijk zijn, terwijl een binair bestand een opeenvolging van binaire tekens is, die alleen door computerprogramma's geïnterpreteerd kan worden. Dit wil overigens niet zeggen dat een tekstbestand voor iedere lezer begrijpelijk is. Een HTML-bestand is goed leesbaar, maar een XML-bestand is al moeilijker te volgen.
Een bierviltje is een kaartje gemaakt van viltpapier dat in cafés gebruikt wordt om een glas op te zetten. Zo wordt de tafel niet nat door vocht dat door morsen, condensatie of schoonspoelen aan het glas hangt.
Een bijlage of attechment is een deel van een rapport of scriptie waarin men over het algemeen achtergrondmateriaal opneemt dat de hoofdtekst onnodig lang zou maken. Een bijlage kan ook een los deel zijn die bij een brief of een tijdschrift gevoegd wordt.

Met de komst van e-mail wordt met een bijlage (of in het Engels een attachment) een apart bestand bedoeld dat met de e-mail wordt meegestuurd.
Binary digit, 0 of 1 (computertaal).
Het aantal (binaire) bit dat wordt gebruikt om een kleur van een pixel in een digitale afbeelding te definiëren. Het aantal kleurwaarden voor een bepaalde bit is gelijk aan 2 tot de macht van de bit.
Gangbare bit zijn:
1-bit: 2 kleuren, namelijk zwart en wit
2-bit: 16 kleuren, oa. gebruikt voor de opbouw van knoppen en iconen op het computerscherm.
8-bit: (grijstinten) - 256 grijstinten
8-bit: (kleuren) - 256 kleuren
24-bit: 16,7 miljoen kleuren
32-bit: 4,3 miljard kleuren
Een Blacklist is een lijst waarin ip adressen opgenomen zijn die in het verleden aantoonbaar spam hebben verstuurd. Deze lijsten worden op basis van vrijwilligheid onderhouden en gebruikt. Doordat beiden op vrijwillige basis gebeuren, is het heel moeilijk om juridische maatregelen te treffen tegen beheerders en gebruikers van blacklists.
Wanneer een verzender op een blacklist staat, is daar tegenwoordig een goede reden voor. Het whitelisten van een geblackliste verzender is dan ook niet mogelijk omdat de mailserver(s) van deze verzender dus spam (heeft) verstuurd. De verzender dient dan zelf maatregelen te nemen en aan te tonen dat haar mailserver(s) onterecht in de blacklists staan.
De bladspiegel of zetspiegel is de ruimte op een (gedrukte) pagina waar de letters staan of stand van de zetspiegel op het papier met inbegrip van de witmarges. De ruimte daarbuiten wordt de marge genoemd.

Het woord zetspiegel komt uit het drukkersvak. Het is het blok waarin de letters worden gezet. Na het drukken op een (uiteraard) groter stuk papier ontstaat vanzelf de witte rand.

Meer gebruikelijk is de naam bladspiegel omdat deze zowel op gezette (gedrukte) teksten als op handschriften betrekking heeft.

In de grafologie wordt aan de bladspiegel ook soms aandacht geschonken, omdat die ook iets van de persoonlijkheid zou weergeven. Laat men veel witruimte tussen de regels; gebruikt men kleine marges; is de linkermarge onevenwichtig groter of kleiner dan de rechtermarge; versmallen of verbreden de marges naarmate men lager op het blad komt enz.
Reliëfdruk waarbij het beeld alleen zichtbaar is doordat het omlaag of omhoog gedrukt is en het papier of karton, hierbij wordt geen gebruik gemaakt van inkt, vernis of folie.
Reliëfdruk komt tot stand door middel van een messing blinddrukstempel en een contravorm. Het resultaat van de druk is afhankelijk van het te bedrukken materiaal alsmede de diepte van de stempel.
Akte-envelop (dus met de klep aan de korte zijde) met een zijvouw en een platte bodem. Meestal van stevige kwaliteit (170 grams papier) voor het verzenden van dikkere poststukken.
Bits Per Inch is een maateenheid voor de dichtheid waarmee gegevens op een magnetische band worden geregistreerd.
Briefpapier is papier bestemd voor het schrijven, typen of afdrukken van brieven.

In het bijzonder wordt de term briefpapier ook gebruikt voor voorbedrukt papier waarvan een organisatie, bedrijf of privé-persoon gebruik maakt voor de correspondentie. Het is één van de belangrijke huisstijl van een bedrijf. Na een ontwerp (van bijvoorbeeld een creatief vormgever) wordt een stramien opgemaakt. Dit stramien bevat de posities van een aantal vaste briefonderdelen, zoals logo of beeldmerk, datum, geadresseerde, onderwerp, kenmerk en aanhef.

Tevens zijn de opmaakkenmerk geregeld in dit stramien. Onder opmaakkenmerk vallen bijvoorbeeld lettertype, marge, inspring en afmetingen. Dit alles kan dan consistent worden toegepast door het gebruik van een sjabloon. Ook is het gebruik van een huisstijl een veelvoorkomende oplossing bij het toepassen van de huisstijl in documenten.
Een brochure is een boekje, veelal in gedrukte vorm, van geringe omvang. Een brochure bestaat - in tegenstelling tot een folder - uit meerdere vellen gevouwen papier, die in de rug bijeengehouden worden door b.v. nietjes. Het aantal pagina's is altijd een veelvoud van vier.

Volgens een Unesco-definitie, die al van 1950 dateert, zijn alle boekjes die niet bedoeld zijn voor kinderen, en die meer dan vijf en minder dan 49 pagina's tellen (het omslag niet meegerekend), te beschouwen als brochure.

Deze definitie is vooral van belang voor statistisch gebruik, onder meer bij het marktonderzoek. In het dagelijkse taalgebruik kunnen brochures ook minder dan vijf pagina's beslaan en kunnen boeken minder dan 49 pagina's bevatten. ISBN-nummers zijn ook toegekend aan boeken van minder dan 49 pagina's.
Een webbrowser (ook internetbrowser , (web)bladeraar of webverkenner genoemd) is een computerprogramma om webpagina's te kunnen bekijken. Populaire browsers zijn Windows Internet Explorer, Mozilla Firefox en Safari. Een browser zet webpagina's, die door een webserver zijn aangeleverd, om in een voor mensen leesbare vorm. Vaste elementen van een webpagina zijn verschillende soorten opmaak van tekst, plaatjes en links naar andere webpagina's. Deze links kunnen worden gebruikt om naar andere pagina's te surfen.
Reeks van meestal 8 bit.