Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor 'DIN'
De verkorte aanduiding 3D wordt meestal gebruikt om aan te geven dat iets als ruimtelijk kan worden waargenomen: 3D-foto's, 3D-film of 3D-graphics. Wat hiermee wordt bedoeld is niet altijd duidelijk. Bij computerspelletjes wordt vaak de term 3D gebruikt, en daarmee wordt dan bedoeld dat er perspectivische beelden worden getoond.
Adobe Photoshop is een grafisch programma ontwikkeld door Adobe voor het bewerken van foto's en ander digitaal beeldmateriaal via de computer. Photoshop is beschikbaar voor Mac OS X en Windows. Tot en met versie 4 bestond er ook een Unix-variant. Tegenwoordig kunnen Linux- en UNIX-gebruikers een beroep doen op CodeWeaver's Crossover Office (Wine) om de Windowsversie van Photoshop ook onder X Window System te laten draaien.

Photoshop is gericht op professionele gebruikers. Voor minder veeleisende gebruikers is er het goedkopere Adobe Photoshop Elements dat een licht andere functionaliteit biedt. Het heeft bijvoorbeeld, in tegenstelling tot Photoshop, een voorziening om grote hoeveelheden afbeeldingen te beheren.

Door velen wordt Photoshop beschouwd als de industriestandaard voor zowel drukwerk en DTP als voor het web wat betreft digitale beeldbewerking.

De schermindeling met verplaatsbare paletten (floating palets) is door tal van andere softwaremakers in hun product overgenomen. Ook het werken met lagen vanaf versie 3 (transparante lagen met objecten - tekst, afbeeldingen, kleuren- die boven elkaar kunnen worden geplaatst waarbij de originele afbeelding intact blijft) is een maatstaf waaraan alle andere grafische pakketten worden afgewogen.

Photoshop kan overweg met filters (en ook plugins van derden), maskers, laageffecten enz. Vanaf versie 5 is het programma sterk uitgebreid met functies voor webexport. Zo maakt het aanvullende programma Image Ready het mogelijk afbeeldingen te knippen (slice) met elk een eigen adres (image map) of in tabellen te exporteren, compleet met javascript- en HTML-code. De "bewaren voor het web"-functie kan JPEG-, PNG- of GIF-afbeeldingen optimaliseren en comprimeren voor webpublicatie.

Photoshop wordt ook gebruikt om beelden te retoucheren of kleurcorrectie te doen.
Active Server Pages (ASP) is een door Microsoft ontwikkelde technologie om dynamische webpagina's en complete website te genereren. Met dynamisch wordt in dit verband bedoeld dat de pagina's zoals de gebruiker ze op z'n browser te zien zal krijgen elke keer opnieuw worden opgebouwd. Op deze manier kan actuele informatie deel uitmaken van een pagina. 'Actueel' kan betekenen dat de informatie pas beschikbaar komt nadat de html al bepaald is; het kan ook zijn dat de informatie pas bekend is nadat de gebruiker heeft aangegeven waarnaar hij op zoek is; denk aan snuffelen in een assortiment. Dit staat dan tegenover statische webpagina's waarbij de html code ooit is aangemaakt, de gebruiker krijgt steeds dezelfde versie te zien. Tegenwoordig wordt ASP verder ontwikkeld onder de naam ASP.NET. ASP.NET is een nieuwe taal, gebaseerd op ASP, waarin meer mogelijkheden zitten en waarbij gewerkt wordt binnen het .NET-framework.

ASP is een technologie en dus geen programmeertaal. Je kunt ASP pagina's herkennen aan hun extensie ".asp". Net als binnen de nieuwe versie van ASP, ASP.NET, kunnen er binnen ASP pagina's gekozen worden voor een specifieke programeertaal. In de meeste gevallen wordt VBScript gebruikt omdat dit de standaard taal is, maar er kan ook standaard gekozen worden voor JScript. ASP kan in principe alle scripttalen ondersteunen als de desbetreffende interpreter op de webserver is geïnstalleerd. Er is bijvoorbeeld een interpreter voor Perlscript beschikbaar via ActiveState.

ASP wordt normaliter gebruikt op een Windows besturingssysteem. Er zijn echter ook goede implementaties van ASP beschikbaar voor Unix (en verwante) platforms.

ASP wordt meestal gebruikt samen met een data op de server waarin gegevens worden opgeslagen. Hiermee kunnen applicaties worden gebouwd als een forum, een weblog, en een nieuwsapplicatie. Voor communicatie met een data zijn standaard ADODB componenten beschikbaar.

Een ASP applicatie bestaat uit een aantal samenhangende webpagina's. Deze pagina's kunnen gebruikmaken van dezelfde cookies. ASP zet een session-cookie om het mogelijk te maken gegevens van een bezoeker in dezelfde website bij te houden. Deze gegevens worden op de webserver als tijdelijke sessievariabelen bijgehouden, bijvoorbeeld om te onthouden of een bezoeker is ingelogd.

Het Microsoft.XMLDOM component geeft ASP de mogelijkheid om met XML te werken. Behalve html kan ASP ook andere contenttypes sturen, zoals GIF- en JPEG-afbeeldingen.

Vanaf 2002 ontwikkelt Microsoft de opvolger van ASP in de vorm van ASP.Net. Belangrijke concurrenten van ASP zijn Java Server Pages, PHP, en mogelijk in de toekomst Ruby on Rails.
Een Avatar, het Engelse woord voor avatara, is een plaatje dat als gebruikersafbeelding op het Internet gebruikt wordt, bijvoorbeeld op computerforums als Twitter of in chatprogramma's als Windows Live Messenger. Deze afbeeldingen zijn meestal vrij klein, bijvoorbeeld tussen de 48x48 en 150x150 pixels (soms ook 100x100 of 100x200).
Public relations (pr), oftewel Publieke relaties is het stelselmatig bevorderen van het wederzijds begrip tussen een organisatie en haar publieksgroepen. Daartoe wordt gebruikgemaakt van interne en externe communicatie om een bepaald publiek te informeren of te beïnvloeden met behulp van tekst, advertentie, publiciteit, promotie en speciale gebeurtenissen. Aan de andere kant heeft pr ook een signaalfunctie om trends en issues uit de buitenwereld op te merk en ernaar te handelen. Het voornaamste doel van pr is het bestendigen of scheppen van een goed imago en niet verkoop. Pr werkt vooral op basis van imago-onderzoek. De voornaamste gereedschappen van pr zijn beïnvloeding van opinieleiders uit de doelgroep, of direct contact met de doelgroep via eigen media of media van anderen. De rol van internet is enorm gegroeid in de afgelopen tien jaar en geldt nu naast de bedrijfsbrochure als het belangrijkste medium. Met komst van sociale media als weblog, wiki's, Facebook, Twitter en Hyves is er ook sprake van specialisatie richting online. Activiteiten die daaronder vallen worden ook wel pr 2.0 genoemd, als verwijzing naar de term Web 2.0.
De term "bedrijfsfilm" is een allesomvattende beschrijving voor video's gemaakt voor zakelijke en/of informatieve doeleinden. Daaronder vallen bedrijfspromotie's, product's, promotie, trainingsvideo's, instructievideo's en informatieve video's. Een bedrijfsfilm wordt vaak ingezet voor een bepaald doel in een bedrijfs- of B2B-milieu en wordt bekeken door een beperkte doelgroep. Het doel van een bedrijfsfilm is veelal interactief klantenwerving, kostenbesparing of risicover. Het laten maken van een bedrijfsfilm valt vaak onder de verantwoordelijkheid van de marketing- en communicatie van een bedrijf.

Hoewel bedrijfsvideografie al sinds 1970 bestaat, is de product ervan na 1990 in een stroomversnelling geraakt. Met de groei in digitale technologie is er nu vaak de samensmelting van bedrijfsfilms en andere vormen van mediacommunicatie, zoals televisie en internet. Een bedrijf kan beschikken over een promotionele video op zijn website of op een videowebsite als YouTube en is dan in potentie bereikbaar voor een veel breder publiek.

Een bedrijfsfilm, reclame of promotie kan worden geproduceerd met behulp van dezelfde product en stijl als een televisieprogramma (dezelfde faciliteiten en crew) en weet zo het publiek te boeien, zoals ze gewend zijn te kijken naar populaire media. Een bedrijfsfilm zou zelfs het thema kunnen hebben van een bekende tv-serie.

Een videoproduct ontvangt instructies van de opdrachtgever, ontwikkelt een script of scenario en plan van aanpak (en soms een storyboard), met de opdrachtgever wordt een draaiboek en leveringsdatum overeengekomen. De product en -omvang van een bedrijfsfilm kunnen sterk variëren. Voor sommige video's wordt slechts een minimale crew en basisuitrusting ingezet, terwijl andere bedrijfsfilms (vaak met een hoger budget) een vergelijkbaar niveau hebben als dat van een tv-uitzending of reclame.

Het product omvat dikwijls de volgende fasen:
- Preproduct, planning, inclusief script en storyboard. Overeenkomst tussen videoproduct/product en de klant.
- product, inclusief opnamen op locatie of in de studio met cameraploeg en regisseur. Mogelijk ook met bijvoorbeeld acteurs en/of presentatoren.
- Postproduct en videomontage. Het gefilmde beeldmateriaal wordt bewerkt. In deze fase wordt ook een voice-over opgenomen, een sounddesign ontwikkeld en worden afbeeldingen alsook 2D/3D-animatie toegevoegd, om de bedrijfsfilm vervolgens te kunnen renderen, d.w.z. alle beelden te kunnen verwerken tot één geheel.
Onder beeldmanipulatie wordt verstaan het aanbrengen van veranderingen in een afbeelding. Beeldmanipulatie is strikt genomen hetzelfde als beeldbewerking. Het woord beeldmanipulatie wordt echter meer gebruikt in de zin van het wijzigen, verwijderen of toevoegen van afzonderlijke beeldelementen in een bepaalde afbeelding.

Beeldmanipulatie is strikt genomen hetzelfde als beeldbewerking. Het woord beeldmanipulatie wordt echter meer gebruikt in de zin van het wijzigen, verwijderen of toevoegen van afzonderlijke beeldelementen in een bepaalde afbeelding.

Beeldmanipulatie is niet iets van deze tijd. Vroeger werden bijvoorbeeld tot persona non grata verklaarde hooggeplaatste personen weggeretoucheerd van officiële foto's. Ook in oorlogspropaganda werd hier wel gebruik van gemaakt.

De Sovjetdictator Jozef Stalin liet in ongenade gevallen personen en politieke vijanden, zoals Trotski en Jezjov, van officiële foto's verwijderen. Ook liet hij op zijn eigen foto de littekens van pokken wegwerken.

Beeldmanipulatie is tegenwoordig een stuk eenvoudiger door gebruik te maken van gespecialiseerde programma's als Adobe Photoshop of Paint Shop Pro. Het manipuleren van beelden wordt soms "Photoshoppen" genoemd (in het Nederlands ook wel "fotoshoppen" genoemd, of verbasterd tot "fotosoepen" of "soepen"), naar het programma Photoshop. Adobe is er op tegen dat de merk Photoshop als werkwoord wordt gebruikt, maar heeft nog weinig succes om dat terug te dringen
De zuiverheidmate van een afbeelding (foto of dia).
De verhouding van de beeldbreedte ten opzichte van de beeldhoogte.
Binnen bepaalde systemen zijn hierover afspraken gemaakt.

Bekende beeldverhoudigen zijn:
4 : 3 (TV's)
16 : 9 (breedbeeld TV's)
4 : 3 (camera's)
2 : 3 (camera's)
Het aantal (binaire) bit dat wordt gebruikt om een kleur van een pixel in een digitale afbeelding te definiëren. Het aantal kleurwaarden voor een bepaalde bit is gelijk aan 2 tot de macht van de bit.
Gangbare bit zijn:
1-bit: 2 kleuren, namelijk zwart en wit
2-bit: 16 kleuren, oa. gebruikt voor de opbouw van knoppen en iconen op het computerscherm.
8-bit: (grijstinten) - 256 grijstinten
8-bit: (kleuren) - 256 kleuren
24-bit: 16,7 miljoen kleuren
32-bit: 4,3 miljard kleuren
Een cartoon of spotprent is een humoristische tekening. Dit kan bijvoorbeeld een karikatuur van een bekend persoon, een persiflage van een actuele situatie of simpelweg een afbeelding van een komische situatie zijn.

Veel krant en tijdschriften publiceren cartoons. In krant gaat het vooral om politieke spotprenten.

Het woord voor cartoon wordt ook wel eens gebruikt voor stripverhalen of tekenfilms,
CMYK (Cyaan, Magenta, Yellow, Key) is een systeem om met vier basiskleuren, inclusief zwart, een groot aantal kleuren te kunnen verkrijgen door subtractieve kleurmenging. Dit systeem wordt vooral gebruikt bij drukinkten. Ook komt soms het CMY-systeem voor, waarbij geen zwart wordt gebruikt. Echter in druktechniek leidt dit doorgaans tot te lichte afbeeldingen, omdat de resultante van pure cyaan, magenta en geel donkergrijs is.

* C staat voor Cyaan, (bij additieve kleurmenging een combinatie van blauw en groen licht);
* M staat voor Magenta, een combinatie van rood en blauw licht;
* Y staat voor Yellow (geel), een combinatie van rood en groen licht;
* K staat voor Key, zwart.

Bij meerkleurendruk betekent "Key plate" de drukplaat met de 'artistieke details', dat wil zeggen de lijnen en effecten (in tegenstelling tot kleur-vlakken). Deze details worden gewoonlijk in de donkerste kleur gedrukt, dus bij de vierkleurendruk CMYK in zwart. Bovendien: een 'B' voor Black zou verwarring kunnen geven met 'Blue' (blauw).


De CMYK-code voor een kleur wordt weergegeven door het dekkingspercentage van de vier inkten die nodig is om die kleur te verkrijgen.
Cascading Style Sheets (afgekort tot CSS) is een manier om de vormgeving voor een serie webpagina's in één keer vast te leggen. De informatie over de vormgeving voor het hele document wordt toegevoegd aan de HTML-code ervan. Die informatie kan in het document zelf staan, maar ook in een extern document dat wordt geïmporteerd. Een dergelijk apart geïmporteerd document wordt ook wel stylesheet genoemd. Een stylesheet biedt de mogelijkheid inhoud en vormgeving van een document van elkaar te scheiden en op die manier een consistente vormgeving over meerdere documenten te bereiken.

De Engelse term 'style' leidt er vaak toe, dat in het Nederlands ook de term 'stijl' wordt gebruikt, waar echter in dit geval louter uiterlijk of opmaak wordt bedoeld.

Een belangrijke reden voor de introductie van Cascading Style Sheets is om de vormgeving van webpagina's te standaardiseren, zodat verschillende webbrowser dezelfde pagina op dezelfde wijze aan de gebruiker tonen. Het World Wide Web Consortium (W3C) heeft daartoe de standaard vastgelegd. De vastgelegde standaard is in de loop van de jaren uitgebreid. De oorspronkelijke standaard staat bekend als CSS1. Latere uitbreidingen staan bekend als CSS2 en CSS3. Deze laatste uitbreiding (CSS3) is gedeeltelijk nog in ontwikkeling en is als zodanig geen officiële standaard.

Moderne browser ondersteunen CSS1 inmiddels volledig. De ondersteuning voor CSS2 is minder. Omdat CSS3 nog geen officiële standaard is, is daar slechts experimentele ondersteuning voor. Een nog steeds veel gebruikte browser, Microsoft Internet Explorer (versie 6.0) wordt bekritiseerd omdat het onvoldoende ondersteuning van CSS2 biedt. In oktober 2006 heeft Microsoft een nieuwe versie van Internet Explorer (versie 7) uitgebracht. Microsoft heeft daarin grote verbeteringen aangebracht in de ondersteuning voor CSS2.
Desktop Color Seperation (desktop kleurscheiding) is een methode waarbij je op het beeldscherm kleurscheidingen van een digitaal beeld produceert en opslaat. Deze opgeslagen informatie is rechtstreeks op een postscriptprint of een fotografische belichter af te drukken.
Techniek waarbij afbeeldingen en/of tekst middels vocht, van een drager (hierop staat het beeld in spiegelschrift) worden overgebracht op het eindproduct. Middels moffelen of bakken wordt de afbeelding definitief gefixeerd op het eindproduct.
Deze techniek wordt veel gebruikt in de glas- en aardewerkindustrie
Digitale beeldbewerking of fotobewerking is het bewerken van afbeeldingen die op een computer gemaakt zijn of die gedigitaliseerd zijn of uit een andere digitale bron (zie digitale fotografie) gemaakt zijn. Ook wanneer er een afbeelding gescand is, d.w.z. vervaardigd met een scanner, waarbij een afdruk als een digitaal bestand opgeslagen wordt, wordt vaak naderhand m.b.v. een grafisch programma de afbeelding bewerkt.

De bewerking dient ervoor om het beeld te verbeteren, of om een artistieke bewerking toe te passen of om de aandacht meer op een bepaald onderdeel te richten.
Afkorting van Deutsches Institut für Normung. Deze normen worden opgesteld door de Deutscher Normenausschuss te Berlijn in samenspraak met de industrie en handel, de wetenschappelijke wereld en de verbruikersverenigingen. De eerste DIN norm verscheen in 1918. De Nederlandse tegenhanger is de NEN-norm.
Downloaden is het overdragen van computergegevens van de ene computer naar de andere, waarbij het initiatief van de ontvangende computer uitgaat. De ontvangende computer heet 'cliënt' en de zendende computer heet 'server'. Wie met de browser gegevens op het internet bekijkt of emails uitleest, is technisch gezien aan het downloaden. Meestal spreekt men pas van downloaden als men gegevens ophaalt met de bedoeling ze permanent op te slaan.

Downloaden via een webbrowser komt het meest voor. Daarnaast kan men ook downloaden via IRC netwerken, peer-to-peer netwerken (bijvoorbeeld bit of LimeWire), FTP, instant-messengers, nieuwsgroepen, Usenet.

Ook het overzetten van bestanden naar externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera kan worden aangeduid als downloaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over downloaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een groot medium (bijvoorbeeld de computer) naar een klein medium (bijvoorbeeld de digitale camera). Voor uploaden geldt dan het omgekeerde.

Sommige mensen zijn vrijwel voortdurend aan het downloaden, via P2P programma's of Usenet. Er wordt soms gesproken van een downloadverslaving.

uploaden versus downloaden
Het omgekeerde proces: bestanden van de client naar een server overzetten of kopiëren noemt men uploaden.

Het resultaat van zowel uploading als downloading is dat er een bestand van de ene computer naar een andere wordt gekopieerd. De termen uploaden en downloaden worden toegepast vanuit het perspectief van de client. Het programma dat de activiteit start is de cliënt, het programma dat de activiteit toestaat (of eventueel weigert bijvoorbeeld als er een foutieve login wordt gebruikt) is de server..
Desktoppublishing, of DTP, is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, en die dus meestal bestemd zijn voor publicatie, zoals boeken, tijdschriften, brochure, en dergelijke, met gebruik van een pc. Desktoppublishingsoftware, zoals QuarkXPress of Adobe InDesign, is speciaal ontworpen hiervoor. In het algemeen vervangen deze programma's de tekstverwerkers en grafische programma's niet, maar worden ze gebruikt om de inhoud die met deze programma's gemaakt is te verzamelen en te verwerken: tekst, rasterafbeeldingen (zoals afbeeldingen die bewerkt zijn met Adobe Photoshop) en vectorafbeeldingen (zoals tekening/illustraties die gemaakt zijn met Adobe Illustrator, of CorelDraw). Wanneer het materiaal klaar is voor publicatie, kan DTP-software deze uitvoeren als Postscript of Adobe PDF, die vervolgens door commerciële drukkers kan gebruikt worden om drukplaten te maken.
E-mail (ook wel email, e-post of elektronische post) is het versturen van digitale boodschappen via onder andere internet. De eerste e-mail over een computernetwerk werd in 1971 door Ray Tomlinson verzonden. Rond 1995 werd het populair bij het grote publiek, samen met het wereldwijde web.

E-mail wordt vaak gebruikt voor korte, informele berichten. In tegenstelling tot een brief op papier wordt het bij e-mail geaCC om korte en compacte zinnen te gebruiken. Door het meesturen van bijlage (attachments, mogelijk sinds de Multipurpose Internet Mail Extensions, MIME, zijn ingevoerd) is het ook mogelijk om inhoud in een andere vorm dan tekst te versturen.

Recentelijk heeft communicatie per e-mail dezelfde wettelijke status gekregen als die per brief. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De authenticiteit moet zijn gewaarborgd, er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. De zogenaamde "elektronische handtekening" biedt hier uitkomst. De voordelen van een dergelijk gebruik van e-mail ten opzichte van andere vormen van communicatie zijn:
- Snellere communicatie;
- Sneller tot een contract kunnen komen;
- Besparing van (verzend)kosten;
- Men hoeft niet meer in persoon bij de ander langs.

E-mail waaraan de ontvanger weinig waarde toeschrijft wordt junkmail genoemd. Een vorm van junkmail is spam, e-mail die ongevraagd aan een groot aantal ontvangers wordt verstuurd. Een e-zine is een tijdschrift dat via e-mail wordt verzonden. Een variant hierop is de e-mail-nieuwsbrief.

Voorgangers van e-mail zijn de brief, het telegram, de telex, de telefax en binnen Nederland het op Datanet gebaseerde Memocom 400 dat echter nooit suCC werd. Wellicht wordt e-mail op termijn opgevolgd door mobiele communicatie, zoals de SMS. In de context van e-mail wordt de veel tragere briefpost vaak snail mail genoemd.

E-mail is tegenwoordig vooral alleen toegankelijk via het Internet-netwerk, maar e-mail kan ook buiten het Internet-netwerk om toegankelijk zijn omdat de oorspronkelijke e-mail niet netwerkafhankelijk is.

Routering en infrastructuur
Over het algemeen wordt een e-mail niet direct naar de ontvanger gestuurd, maar verloopt de verzending via een of meer tussenschakels. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal andere internetdiensten, met name DNS. Een e-mail-gebruiker gebruikt een bepaald e-mail-aCC, bijvoorbeeld bij een Internet Service Provider of een andere aanbieder van e-mail-diensten zoals Gmail, Yahoo!, Hotmail of Windows Live Mail.

Aan een e-mail-aCC is een e-mailadres gekoppeld. Dit adres is opgebouwd uit een aantal delen: een gebruikersnaam, het @-teken, server- of ISP-naam, en het top-level domain, bijvoorbeeld .be.

Voorbeeld: info@creatief.be

Hier is:
- info" de gebruikersnaam
- "creatief" de domeinnaam (kan de ISP-naam zijn)
- ".be" de top-level-domain aanduiding
De gebruiker schrijft de e-mail met behulp van een e-mailclient. Dit programma verstuurt de e-mail vervolgens naar de mailserver waarop het mailaCC bekend is. Als de e-mail gericht is aan een e-mailadres dat niet door deze mailserver wordt beheerd, wordt via DNS het adres van een mailserver gezocht die dat wel doet. De mailserver zal de e-mail dan doorsturen naar deze mailserver. Deze stap kan meerdere malen worden uitgevoerd. Vaak voorkomende begrippen in e-mailprogramma's zijn 'CC' en 'CC'>BCC', die meestal onder het vak van de geadresseerde staat bij het schrijven van een e-mail. Deze termen staan voor 'Carbon Copy' respectievelijk 'Blind Carbon Copy'. Dit wil zeggen dat er een kopie van de e-mail aan een andere persoon wordt gestuurd. Bij CC'>BCC wordt deze kopie verstuurd zonder dat de originele ontvanger dit kan zien bij de geadresseerden.

Adressering
Meestal begint een bericht zijn reis doordat het met SMTP aan een SMTP-server wordt verstuurd. Meestal is dat de SMTP-server van de eigen provider, maar het is soms ook mogelijk het bericht naar de SMTP-server van de ontvanger te sturen. Andere SMTP-servers zullen het bericht meestal[bron?] weigeren.

Verzenden met SMTP
Het bericht bestaat in SMTP uit de volgende delen:
- EHLO (verouderd: HELO)
- MAIL FROM: adres van afzender
- RCPT TO: adres van ontvanger
- DATA
- From: adres van afzender
- To: adres van ontvanger
- Subject: onderwerp
- (lege regel)
- tekst van bericht
- . (een regel met alleen een punt geeft het einde aan)

+ De regels 2 en 3 vormen de envelop en zijn vergeljkbaar met de envelop van een papieren brief. Deze gegevens worden gebruikt bij de verzending en eventueel om een bericht naar de afzender te sturen als er een probleem ontstaat.
+ De regels 5, 6 en 7 vormen de header. Deze gegevens zijn vergelijkbaar met het briefhoofd van een papieren brief. Terwijl het bericht met SMTP van server naar server wordt doorgegeven, worden er steeds gegevens aan de header toegevoegd, zodat de routering van het bericht kan worden nagegaan. Deze gegevens worden onderweg niet gelezen en het is dus heel goed mogelijk dat regel 5 en 6 onjuiste adressen bevatten. Ook bij een papieren brief let de post niet op het briefhoofd maar alleen op de envelop.
+ Na de header komt een lege regel en daarna komt de body.

Een bericht kan naar meerdere adressen worden gestuurd door regel 3 te herhalen. Een e-mailcliënt zal dan ook de hele lijst (tot veler ergernis) in regel 6 zetten. Gebruikt men CC'>BCC, dan wordt dat adres wel in regel 3, maar niet in regel 6 gezet, maar die wordt bij de routering immers genegeerd.

Ontvangen met POP3
De uiteindelijke bestemming is meestal een particuliere computer die niet altijd met het internet verbonden is. Daardoor is het niet praktisch het bericht met SMTP naar de bestemming te leiden. Meestal eindigt het bericht dan ook bij de POP3-server van de geadresseerde. De geadresseerde kan het bericht daar ophalen. Daarbij gaat de envelop verloren.

De e-mailcliënt scheidt meestal header en body van elkaar. De body wordt in het berichtvenster getoond, en de relevante gegevens uit de header (verzender, ontvanger, onderwerp) in aparte velden. Wordt het bericht beantwoord, dan wordt er gebruik gemaakt van de regel Reply-to in de header, als die aanwezig is.

Soms worden afbeeldingen in een e-mail niet meegestuurd maar worden ze bij het weergeven ingevoegd van het web. In dat geval moet men niet alleen bij het ophalen van de e-mail maar ook bij het lezen verbinding hebben met internet.

Doorsturen
Soms komt het voor dat een SMTP-server is ingesteld om een bericht naar een ander adres door te sturen. Deze server verandert dan het RCPT TO-adres in de envelop en stuurt het bericht verder.

Onzichtbare adressen
Er wordt op gewezen dat de ontvanger, nadat hij een bericht met POP3 heeft ontvangen, in principe niet kan zien wie de verzender is en ook niet aan welk adres het bericht verstuurd was. Deze gegevens stonden namelijk in de envelop en die werd bij POP3 verwijderd. Verder werd het bericht wellicht doorgestuurd (zie vorige paragraaf) waarbij het RCPT TO-adres veranderd werd. Bovendien kan het MAIL FROM-adres onjuist zijn. De ontvanger ziet alleen From en To, maar deze gegevens kunnen door de verzender geheel willekeurig worden ingevuld.

Soms echter zet de server ook nog een extra regel in de header waaraan de ontvanger kan zien welke adressen er oorspronkelijk op de envelop stonden.

Vergelijking met papieren post
De verzender schrijft op een vel papier de gegevens van afzender en geadresseerde (de header) en een bericht (de body). Hij doet de brief in een envelop en schrijft daarop ook de gegevens van afzender en geadresseerde.

De post verstuurt de brief aan de hand van de gegevens op de envelop. Bij elk postkantoor wordt de brief geopend om een poststempel op de brief (niet op de envelop) te zetten.

Moet de brief worden doorgestuurd, dan wordt de envelop vervangen.

Bij aflevering wordt de envelop verwijderd. Alleen de brief wordt bezorgd.

Misbruik
Door de vatbaarheid van met name de e-mailcliënt Outlook Express is de verspreiding van virussen en wormen via e-mail een zeer groot probleem geworden. Voordat e-mail op grote schaal gebruikt werd, werden virussen vooral verspreid via diskettes.

Ook het versturen van grote hoeveelheden spam is een groot probleem. De hoeveelheid spam die verstuurd wordt is dermate groot dat de hoeveelheid e-mails met virussen, wormen of spam meer dan negen maal groter is dan de hoeveelheid reguliere e-mails.

Een andere vorm van misbruik wordt phishing genoemd. Bij phishing wordt onder valse voorwendselen een ongevraagde e-mail verstuurd, waarbij de ontvanger gevraagd wordt om bepaalde informatie, zoals een wachtwoord of een pincode. Meestal is phishing gericht op het verkrijgen van informatie met betrekking tot credit cards of elektronisch bankieren.

Het grote probleem met het fenomeen e-mail is dat het protocol dat wordt gebruikt om e-mails te versturen, SMTP, ontworpen is zonder authenticatielaag. Dit was in eerste instantie misschien niet technisch mogelijk of omslachtig en stond de eigen uitbreiding in de weg, maar is in deze tijd uitermate lastig.

Door dit hiaat kan eender wie een e-mail sturen met als afzendadres niet zijn eigen e-mailadres. Hierdoor krijgen internet gebruikers e-mails in hun postvak die zich voordoen als belangrijke berichten en de gebruiker oproepen actie te ondernemen waardoor ze persoonlijke gegevens zouden meedelen via een getruukeerde website (phishing).

Enkel door de 'header' van de e-mail (een stukje informatie dat de route bevat) te gaan uitpluizen zou men kunnen uitzoeken vanwaar een e-mail daadwerkelijk zou zijn gestuurd, maar dit kan maar tot op een zeker punt, want het dynamisch IP-concept gooit roet in het eten. Doordat iedereen op specifieke momenten een ander IP-adres krijgt van zijn ISP, wordt het traceren van e-mail heel hard bemoeilijkt.

Om misbruik via e-mail te voorkomen (zoals spam) worden ook wegwerp-e-mailadressen gebruikt.

Nevenwerking van e-mailverkeer
Onderzoek wees uit dat e-mailverkeer op de werkplek persoonlijk contact tussen collega's onder druk zet en zorgt voor een minder prettige werksfeer. De helft van de collega's mailt of belt elkaar terwijl men net zo makkelijk even langs kan lopen.
e-mail is een vorm van direct marketing die e-mail gebruikt om commerciële of fondsenwervende boodschappen naar een doelgroep te sturen.

In de breedste zin kan elke e-mail die is gestuurd naar een potentiële of huidige klant worden beschouwd als e-mail, maar deze term wordt normaal gebruikt om te verwijzen naar:
- Het sturen van e-mail met als doel het verbeteren van de relatie van een onderneming met zijn huidige of oude klanten en om klantloyaliteit en herhaal aankopen te vergroten.
- Het sturen van e-mail met als doel om nieuwe klanten te werven of om oude klanten te overtuigen iets onmiddellijk te kopen.
- Toevoegen van reclame in e-mail die door andere bedrijven naar hun klanten worden gestuurd.

De voordelen van e-mail marketing zijn:
- Het is extreem goedkoop. Vergeleken met direct mail of gedrukte nieuwsbrieven zijn de kosten te verwaarlozen, want de adverteerder hoeft niet te betalen voor product, papier, druk of verzending.
- Het is onmiddellijk van aard. In tegenstelling tot een per brief verzonden advertentie, komt een e-mail aan in een paar seconden of minuten.
- Het laat de adverteerder zijn boodschap naar zijn doelgroep toe “duwen”, in tegenstelling tot een website die op klanten wacht om er binnen te komen.
- Het is gemakkelijk om te traceren. Een adverteerder kan geweigerde mails traceren, positieve of negatieve respons, door-clicks en groei in omzet.
- Het is succesvol gebleken als het goed is uitgevoerd.
- Het eerste wat de meeste mensen doen als ze hun computer aan doen, is hun e-mail checken.
- Bepaalde typen interactie met boodschappen kunnen zorgen dat andere boodschappen automatisch worden bezorgd.
Elementary Chlorine Free, een in de papierindustrie gebruikte term die aangeeft dat er bij de product van de pulp geen elementair chloor of chloorgas wordt gebruikt om de pulp te bleken, maar wel chloorverbindingen als chloordioxide of hypochloriet. Het AOX gehalte: 0,1 - 0,5 kg per ton pulp.
- Eigenlijk zijn alle spelen educatief. Spelen is zeer belangrijk in de ontwikkeling van kinderen en jongeren. Ze leren er allerlei vaardigheden door.
- We noemen een spel ‘educatief spel’ wanneer het spel expliciet gericht is op het verwerven van vaardigheden, houdingen en/of kennis
- We noemen een educatief spel ‘informatief spel’ wanneer het expliciet gericht is op het verwerven of verwerken van bepaalde informatie of kennis
- De termen informatief spel en educatief spel worden vaak door elkaar gebruik
EPS (Encapsulated PostScript) is een variant van de postscripttaal voor een bestand met (kleuren)afbeeldingen.
Algemene aanduiding voor digitaal opgeslagen bestanden.
Een folder is een gevouwen (uit het Engels: to fold = vouwen) stuk papier, bedrukt met reclame.

Folders kunnen informatie bieden over één en enkele product van een bedrijf of een overzicht bieden van tijdelijke aanbiedingen van een winkel. De eerstgenoemde wordt bij voorkeur verstrekt aan een selecte doelgroep. Bij de tweede soort gebeurt de verspreiding veel minder selectief, vaak huis-aan-huis.

Het huis-aan-huis rondbrengen van folders wordt vaak toevertrouwd aan jongeren die een klein bedrag per rondgebrachte folder ontvangen. Een aanzienlijk aantal mensen ergert zich aan dergelijke ongevraagde folders. Het aanbrengen van een sticker op de brievenbus waarin wordt aangegeven dat men dergelijk ongeadresseerd drukwerk niet wil ontvangen, voorkomt een groot deel van de ergernis. Het huis-aan-huis en op straat verspreiden van folders wordt ook wel folderen genoemd .

Veel folders zitten bij elkaar in een plasticverpakking. Dit zijn zogenaamde ingesealde folders. Hierdoor heeft de bezorger minder werk en kunnen de folders moeilijker beschadigd raken. De laatste jaren worden er ook veel kortingsbonnen en dergelijke gestuurd bij folders, om te voorkomen dat consumenten de folders meteen weggooien.
Veredelingstechniek waarbij een dunne kleur- of metaalfolie op het drukwerk wordt aangebracht.
We onderscheiden:

Foliedruk (warme):
Drukprocédé waarbij een dunne folie met behulp van een magnesium cliché of messing stempel, warmte (zo'n 130ºC) en hoge druk op papier wordt aangebracht.

Koude foliedruk:
Bij deze techniek, voornamelijk gebruikt in de farmaceutische- en voeding, wordt met behulp van flexo- of offsetdruk een hechtmiddel op het drukwerk aangebracht, waarna de kleur- of metaalfolie op het drukwerk wordt gelamineerd. De folie hecht alleen op de delen die vooraf zijn behandeld/bedrukt met het hechtmiddel.
File Transfer Protocol (FTP) is een protocol dat uitwisseling van bestanden tussen computers vergemakkelijkt. Het standaardiseert een aantal handelingen die tussen besturingssystemen vaak verschillen.

Een FTP-client start een connectie met een FTP-server standaard via een verbinding met TCP-poort 21.

Techniek
Het concept FTP is gebaseerd op het client-servermodel dat ook andere delen van het internet kenmerk. De clientsoftware maakt een verbinding met de opgegeven FTP-server aan de andere kant van de 'lijn'. Deze antwoordt aan de client, waarna de client de gegevens aan de gebruiker toont.

Veiligheid
Standaard FTP-verbindingen zijn niet voorzien van encryptie, zodat de verstuurde gegevens gemakkelijk kunnen worden uitgelezen door hackers. Door gebruik te maken van een encryptie-laag kan dit, voor zover mogelijk, worden voorkomen.
Grafisch ontwerp – Grafische vormgeving is het visueel vormgeven van ideeën in verschillende media, met als doel om mensen iets mee te delen. Dit vereist de inzet van zowel artistieke als technische vaardigheden. Bij grafische vormgeving wordt zowel visuele expressie als creativiteit nagestreefd in de presentatie van tekst en afbeeldingen.
Een grafisch vormgever is een persoon die de grafische vormgeving doet. Het beroep mag niet verward worden met een grafisch ontwerp of design. Een vormgever is meer bezig met de techniek en de beheersing ervan dan een design, art-director of ontwerper. Zo tracht hij zoveel mogelijk te weten van programmatuur zoals Adobe Indesign of QuarkXPress. In vroegere tijden was dat natuurlijk meer met de film of nog eerder met loden letters.

Hij/zij bepaalt binnen de huisstijl de lay-out (indeling), de typografie, de beelddrager (papier, schermondergrond, e.d.), het kleurgebruik en de illustratie-/fotosoort. Meestal vervaardigt hij/zij de illustraties of foto's zelf. Een vormgever kan ook zelf een huisstijl maken, zelfstandig of in samewerking met derden zorgen voor een creatieve compositie.

Een vormgever is niet altijd bij de presentatie van het eindproduct van het ontwerp; dat wordt voornamelijk door communicatie-medewerker, art-director en/of ontwerper gedaan. Zij gaan dan langs bij de klant. Deze bevindingen gaan zij dan weer later verder communiceren met de vormgever. Tot slot bewaakt de vormgever de toepassing en zoekt wanneer nodig naar oplossingen voor eventuele verdere uitbreidingen en of uitingen (bijv. DTP, illustratie, web-layout en/of fotomateriaal) en de technische verwerking (bijv. reproduct, interface-opbouw) van het ontwerp, zodat dit blijft zoals hij bedoeld is.

Bij de uitwerking van een opdracht houdt de vormgever o.a. rekening met de doelgroep en de door de opdrachtgever/cliënt gestelde eisen. Hij houdt hierbij de stelling 'Vorm volgt Functie' erop na. Bij de vormgever is het belangrijk dat vorm niet de functie overtreft maar dat ze elkaar complementeren. Ook de financiële mogelijkheden en de technische verwerking van het ontwerp houdt hij in de gaten. Een vormgever zal daarnaast trachten bestaande inhoudelijke functionaliteiten te versterken (bijv. optimale leesbaarheid door juiste toepassing van typografie). Ook zal hij/zij trachten extra functionaliteiten toe te voegen door middel van de vorm (bijv. signaalkleur als blikvanger voor de belangrijkste informatie). Hij/zij geeft daarbij tevens adviezen aan de opdrachtgever om tot een optimaal eindproduct te komen.
Onderstaand een overzicht van vertalingen van een selectie van de meest gebruikte grafische termen.
NederlandsEngelsDuitsFrans
aanleverdatum materiaaldelivery date of materialAnliefertermin des Materialsdata de remise de matériel
advertentieadvertisementAnzegeannonce
advertentieadvertising-columnAnzeige spaltecolonne de publicité
aflopendbleedablaufendformat plein papier
afwerkingfinishingNachverarbeitungfinissage
binnenwerkinside workinner Lagenintérieur
bladspiegeltype pageSchriftspiegelformat d'une page
breedte x hoogtewidth x depthBreite x Hohelargeur x hauteur
brochurebrochureFaltbladbrochure
diepdrukgravure printTiefdruckhéliogravure
filmfilmFilmfilm
foliedrukfoil stamp--
formaatformatFormatformat
garenloos gebrocheerdadhesive or perfect bindingKlebebindungbrochure sans couture
gehecht gebrocheerdsaddle stitchingRückstichheftungpiqûre à cheval
genaaid gebrocheerdpaperboundbroschiertbroche livre de poche
gestreken papierglazed papersatiniertes Papierpapier satiné
holnietjeeyelet / ring stapple - -
houthoudend papiermechanical (wood) paperholz Papierpapier avec bois
houtvrij papiergroundwood free paperholzfreies Papierpapier sans pâte mécanique
krantnewspaperTageblattgazette
laminerento laminatekaschierenlaminer
leverdatumdelivery dateAblieferungstermindate de livraison
litho'slithoVorlage auf filmtypon
machine coatedmachine coatesMaschineengestrichencouché machine
matchprintmatchprintmatchprintmatchprint
mat gesatineerddull finishmattgeglättetapprèt mat
offertequotationKosten(vor)anschlagdevis
omslagcoverUmschlagcouverture
oognietjesloopstitch(ed)--
oplageimpressionAuflagetirage
papierpaperPapierpapier
pregento embossprägengaufer
prijspricePreiseprix
printprintAusdrucklistage
proef(drukproef)proofProbedrucképreuve
rasterscreenrastertrame
rilcreaseRillerainure
rotatie offsetweb-fed offsetOffsetrollenrotationoffset à bobines
schoongesnedencut edgesbeschnittentranches rognées
schoongesneden formaattrimmed sizeEndformatformat fini
slitten (slitsen)to kiss die cut or face cut--
snijteken
snijlijn
cutting marks
trim marks
Schnittmarken
Beschnittmarken
repères de coupe
repères de rogne
stansento diecutstanzencouper à la forme
tijdschriftmagazineZeitschriftjournal
titelheadinguberschrifttitre
vellen offsetsheet fedbogendrukmarfe en feuilles
vernissento lacquer (varnish)lackierenlacquer
vouwento foldfalzenplier
zeefdruk(silk)screen printSiebdrucksérigraphie
De afzonderlijke tonale stappen in een foto of afbeelding in relatie tot de digitale gegevens van deze foto of adfbeelding.
De verhouding in een rechthoek die als zeer harmonisch wordt beschouwd.
Deze verhouding is breedte : lengte = lengte : (lengte + breedte), dit is ongeveer 1 : 1,6 (of 5 : 8 ).
De gulden snede werd voornamelijk gebruikt om de verhouding tussen blad- en zetspiegel te bepalen.
HyperText Markup Language (afgekort HTML) is een computertaal (meer specifiek, een opmaaktaal) voor de specificatie van documenten op het World Wide Web.

Daarnaast is HTML een opmaaktaal zoals vele andere, met notaties voor het aangeven van nadruk in tekst, van kopjes, van indeling in paragrafen, van tabellen, en van plaatjes en multimedia (die echter zelf niet in HTML worden gespecificeerd).

HTML bestaat uit platte tekst waarin met markeringstekens is aangegeven hoe de tekst moet worden geïnterpreteerd, bijvoorbeld als lijst of als opschrift. Zo'n markering wordt (naar het Engels) een tag genoemd - er is geen goed Nederlands woord voor. HTML wordt meestal bekeken met een webbrowser, een programma dat HTML-documenten opvraagt en als opgemaakte tekst aan de gebruiker toont.

In de loop der jaren is het aantal verschillende markeringstekens (tags) dat in HTML wordt gebruikt, enorm uitgebreid. Om interpretatieproblemen te voorkomen heeft het World Wide Web Consortium (W3C) aanbevelingen opgesteld over welke tags geldig zijn en hoe ze moeten worden geïnterpreteerd. De oorspronkelijke aanbeveling is een aantal malen geactualiseerd in verband met verdere ontwikkeling van HTML. De laatst geaccepteerde aanbeveling, HTML 4.01, dateert van december 1999.

Sinds het ontstaan van HTML zijn er pogingen gedaan om het tot een exact gestructureerde taal te maken, door te eisen dat de syntaxis van de tags exact gevolgd wordt en hun combinatie aan een precieze grammaticale definitie voldoet. Dit is gedaan door de syntaxis van elke versie van HTML te beschrijven als een toepassing van SGML, en later XML. Dit is een wezenlijke voorwaarde om een uniforme interpretatie van HTML door software te kunnen garanderen. De meeste gebruikers en softwareontwikkelaars hebben zich hier nooit veel van aangetrokken, met als gevolg dat HTML-verwerkende software in de praktijk niet op het correct gebruik van tags mag rekenen, en de eindgebruiker niet op een consistente interpretatie.

Een tweede continue trend in de ontwikkeling van HTML vormden de pogingen om het tot een structurele (of logische) opmaaktaal te maken, waarbij de tags in het document alleen structuur en algemene eigenschappen van de tekst aangeven, terwijl de details van de presentatie apart van het document worden gespecificeerd. Dit heeft als voordelen dat de opmaak ineens kan worden gewijzigd voor alle documenten tegelijk en dat er verschillende manieren van opmaken kunnen worden gebruikt die bijvoorbeeld toegesneden kunnen zijn op de eigenschappen van de gebruiker (misschien kleurenblind of blind) of het weergevende apparaat (misschien een klein beeldscherm of zwart-wit-papier). Om historische redenen is dit aanvankelijk totaal mislukt, waardoor HTML een grote hoeveelheid presentatie tags heeft gekregen, maar uiteindelijk toch doorgezet, waardoor in moderne HTML een nette scheiding van presentatie mogelijk is, met behulp van CSS. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige paginavormgeving.

HTML zelf voorziet alleen in zeer eenvoudige gebruiksinteractie:

* het aanklikken van verwijzingen
* het invullen van tekstvelden
* het klikken in afbeeldingen

Een min of meer gestandaardiseerde vorm om andere soorten interactie te ondersteunen is het inbedden van scripts geschreven in de taal Javascript. Daarbij blijft gelden dat HTML niet ontworpen of geschikt is voor het ondersteunen van willekeurige grafische user interfaces.

Het derde doorlopende thema in de ontwikkeling van HTML is het spanningsveld tussen innovatie en standaardisering. De concurrentiestrijd tussen producenten van webbrowser heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van HTML. Producenten ontwikkelden op eigen houtje nieuwe tags, die vaak niet door andere webbrowser werden begrepen, hadden eigen interpretaties van stylesheets en een eigen interpretatie van JavaScript. Sommige van deze HTML-tags zijn later opgenomen in de aanbevelingen, andere niet. Ook nu nog zijn daarvan relicten te vinden in moderne browser.
Een hyperlink (of kortweg link) - met een Nederlands woord verbinding of koppeling - is een computer- en internetterm en duidt op een verwijzing (referentie) in een hypertext (bijvoorbeeld een website).

Het activeerbare element van de hyperlink wordt het anker genoemd; meestal is dit een stukje tekst, maar het kan ook bijvoorbeeld een knop, invulbaar veld, of plek (hot spot) in een afbeelding (image map) zijn.

Het volgen van een hyperlink (bv. door erop te klikken) roept een andere plek in de hypertext op, meestal een andere pagina. In interactieve naslagwerken en helpsystemen, bijvoorbeeld, zijn de ankers veelal termen, waar de opgeroepen pagina's nadere uitleg over geven.

Veel hypertext is te verdelen in onafhankelijk onderhouden verzamelingen "hyperdocumenten"; het World Wide Web bestaat bijvoorbeeld uit website. Deze documenten hebben meestal een algemene voorpagina (de homepage van een website). Het maken van hyperlinks naar andere pagina's dan de beginpagina wordt dieplinken genoemd.
IMAP (Internet Message Access Protocol) is een protocol voor het synchroniseren van e-mail. Eigenlijk wordt er direct op de mailserver gewerkt. Inmiddels is IMAP aan versie 4 toe. IMAP houdt de e-mail bij op de server in een mappenstructuur. Deze wordt dan gelinkt aan het "Postvak IN" van de ontvanger. IMAP houdt een mappenstructuur bij van alle gebruikers. Daarom is het veel complexer dan POP3. Een user agent, zoals Outlook Express van Microsoft en Thunderbird, kan daardoor ook alleen bijvoorbeeld een header ophalen, of een gedeelte van een bericht. Dat is handig als je bijvoorbeeld mail via een langzame verbinding binnenhaalt of op een PDA.

Een ander groot voordeel van IMAP is dat de mail op de server blijft staan waardoor het mogelijk is om vanaf elke locatie met een IMAP-programma in te loggen en alle mail te bekijken. Dit is een groot verschil ten opzichte van het POP3-protocol dat de mails steeds weer opnieuw moet ophalen.

Een recente uitbreiding van IMAP is het zogenaamde IMAP Idle-commando, waardoor push e-mail mogelijk is (met andere woorden: een nieuwe e-mail wordt meteen zichtbaar op de client, en niet pas nadat de client het besluit op te halen).
De A-formaten worden beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en België sinds 1924.

De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot en met nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

De C-reeks wordt vooral voor envelop gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochure worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.
Een krant (vroeger courant en ook wel gazet genoemd) is een regelmatig verschijnende gedrukte uitgave, waarin nieuws wordt opgenomen. Een moderne krant heeft drie basisfuncties: Ten eerste moet de krant haar lezers objectieve informatie bieden over datgene wat er in de wereld gebeurt. Daarbij gaat het over actuele gebeurtenissen of informatie die verbonden is met deze actualiteit. Ten tweede plaatst een moderne krant deze gebeurtenissen en ontwikkelingen in een context. De krant geeft duiding en levert commentaar. Tot slot kunnen bedrijven, instellingen en personen adverteren in de krant. Vanzelfsprekend zijn deze functies niet in alle kranten gelijkmatig aanwezig en zijn de verhoudingen in de loop der tijd geëvolueerd. Daarnaast heeft elke krant ook nog een aantal nevenfuncties, zoals de lezers ontspanning bieden.
Een merk is een bepaald woord of afbeelding (of een geluid of een kleur) waarvoor geldt dat er iemand (de merkhouder) is, die het als enige mag gebruiken binnen een regio voor een bepaald handelsdoel. Een merk kan bijvoorbeeld door een bedrijf geregistreerd worden om in de Benelux in juwelen te handelen. Daarna mag niemand anders in de Benelux in juwelen handelen onder die naam.

Volgens het Beneluxverdrag inzake de intellectuele eigendom worden als merken beschouwd "alle tekens die vatbaar zijn voor grafische voorstelling, met name woorden, met inbegrip van namen van personen, tekening, letters, cijfers, vormen van waren of verpakking, mits zij de waren of diensten van een onderneming kunnen onderscheiden".
Een papierformaat beschrijft de afmetingen van een vel papier. Er zijn verschillende standaarden voor de formaten van papier.

De A-standaard
De A-serie van papierformaten is een serie van vellen waarbij het eerstvolgende vel steeds een tweemaal zo grote (of kleine) oppervlakte heeft.
De serie begint met A0, een vel met een oppervlakte van 1 vierkante meter. Met de berekende verhouDIN levert dat een vel op van 1189 mm bij 841 mm.

B, C, D
Overzicht DIN B-formaten

Soms is één A-formaat te groot, maar het volgende te klein. Om deze reden is er ook een serie B-formaten die dezelfde verhouDIN van 1:√2 heeft als de A-formaten. Echter het uitgangspunt van de afmetingen is anders: bij het A0-formaat is dat de oppervlakte van 1 m², bij het B0-formaat is dat de lengte van de korte zijde: 1 m.
B5 is groter dan A5, maar kleiner dan A4; het wordt naast die twee formaten ook vaak gebruikt voor boekwerkjes.

C- en D-formaten zitten weer tussen de opeenvolgende A- en B-formaten in. C is net groter dan A en D is net iets kleiner dan A. C-formaten worden soms voor envelop gebruikt; dan past een vel van het A-formaat er goed in. D wordt nauwelijks gebruikt en is ook geen ISO-standaard.

ISO 216

De A-serie wordt beschreven in de ISO-216-norm, die van kracht is sinds 1975. De ISO 216 is de directe opvolger van de DIN-476-norm, die in 1922 in Duitsland is opgesteld. Nederland volgt DIN/ISO sinds 1925 en België sinds 1924.

De internationale ISO-216-norm geeft waarden voor de A- en B-reeksen tot nummer 10. De Nederlandse norm NEN 381 geeft ook nog een C- en D-reeks. De A- en B-reeksen lopen door tot nummer 13, maar de C- en D-reeksen lopen slechts tot nummer 8. DIN 476 vermeldt de A-, B- en C-reeksen.

Bij levering en gebruik mogen volgens ISO 216 de toleranties 1,5 mm zijn voor maten tot 150 mm, 2 mm voor maten van 150 - 600 mm en 3 mm voor maten boven de 600 mm.

De C-reeks wordt vooral voor envelop gebruikt, omdat het formaat net iets groter is dan de A-formaten, die veel voor schrijfpapier en brochure worden gebruikt. De B-reeks wordt veel voor boeken gebruikt. De D-reeks wordt nauwelijks gebruikt.

Papieren met een relatief grote verhouDIN lengte/breedte moeten bij voorkeur worden gesneden uit een van de standaard formaten (A, B, C). De originele breedte moet worden gehandhaafd en de lengte kan in 3, 4 of 8 gelijke stukken worden verdeeld. Een veel voorkomend formaat is 1/3 A4: 99 x 210 mm.

[bewerk] Ruwe papierformaten

De A-, B-, C- en D-reeksen beschrijven reeds gesneden formaten. De ISO-norm beschrijft tevens twee reeksen ruwe formaten voor de A-reeks. De verhouDIN lengte/breedte is weer √2. RA0 is 1,05 m2 groot en SRA0 is 1,15 m2 groot. De formaten worden afgerond tot op 1 cm.

Z-formaten
Bedoeld voor technisch tekenwerk. Het 1Z formaat is gelijk aan het A4 formaat. Vanaf 2Z blijft de breedte gelijk aan de lengte van A4, terwijl de lengte de volgende opbouw heeft: nZ = 180n+30 mm. De samengestelde Z-formaten hebben een afwijkende opbouw.

Papierformaten in de VS
Vergelijking van de A-formatenserie met letter en legal, de belangrijkste amerikaanse papierformaten
Letter (en legal) zijn iets breder dan A4, het in Europa meestgebruikte papierformaat

In de Verenigde Staten wordt de A-serie niet gebruikt. Daar gebruikt men in plaats van A4 het zogenaamde US Letter-formaat van 8½ bij 11 inch, ofwel 279,4 mm bij 215,9 mm. Dat is dus 6 mm breder dan A4, en 18 mm korter. Printers en kopieermachines kunnen probleemloos op beide papierformaten worden ingesteld.
POP (Post Office Protocol) is het meestgebruikte protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver. Inmiddels is POP in de 3e versie.

POP3 is een internetstandaard voor het overbrengen van e-mail van een server naar een client (e-mail van de gebruiker) over een TCP/IP-verbinding (gewoonlijk over poort 110). Bijna alle internetproviders bieden een e-mail aan dat beschikbaar is via POP3.

De huidige versie van Post Office Protocol, POP3, verschilt sterk van de vroegere versies van het POP-protocol, nl. POP (gewoonlijk POP1 genoemd) en POP2. Gewoonlijk wordt met de term "POP" POP3 bedoeld als het over e-mail gaat.

POP3 en zijn voorgangers zijn zo gemaakt dat de gebruikers zonder constante internetverbinding (zoals dial-up-internet) hun e-mail kunnen ophalen als ze verbonden zijn met het internet, en vervolgens de berichten kunnen bekijken en bewerken zonder dat het nodig is om met het internet verbonden te blijven.

Het is gebruikelijk dat een client verbinding maakt met een POP3-server en dan alle e-mail ophaalt en lokaal opslaat. Vervolgens worden de berichten verwijderd van de server en wordt de verbinding verbroken. Daarnaast bieden de meeste clients de mogelijkheid om de berichten op de server te laten staan.

Dit is in tegenstelling tot het modernere IMAP-systeem dat zowel een "disconnected mode" (de POP3-methode) als een "connected mode" ondersteunt. Clients die IMAP gebruiken laten de berichten gewoonlijk op de IMAP-server staan tot de server ze expliciet verwijdert. Dit en andere eigenschappen van het IMAP-systeem laten toe dat meerdere clients toegang hebben tot dezelfde mailbox. De meeste e-mail's ondersteunen zowel POP3 als IMAP, maar internetproviders bieden vaak geen IMAP aan.

Zowel bij het gebruik van POP3 als IMAP om de e-mail op te halen wordt het SMTP-protocol gebruikt om e-mail te versturen. e-mail worden vaak "POP-clients" of "IMAP-clients" genoemd, maar in beide gevallen wordt voor de verzending van e-mail gebruikgemaakt van SMTP.

Zoals veel andere oudere internetprotocollen ondersteunt POP3 oorspronkelijk maar één manier om in te loggen en dat is onversleuteld, dus zonder encryptie. Deze manier om het wachtwoord zonder versleuteling te versturen naar de POP3-server wordt nog heel veel gebruikt. Momenteel ondersteunt POP3 verschillende methodes om in te loggen met verschillende veiligheidsniveaus. Zo is het mogelijk gemaakt om POP3-verkeer door middel van SSL te versleutelen.


POP3 en veiligheid
POP3 is een relatief onveilig protocol, met name doordat nergens in de RFC-documenten staat vermeld dat een account tijdelijk geblokkeerd moet worden als 3 keer het verkeerde wachtwoord wordt ingegeven. Hierdoor kan men zeer eenvoudig een woordenboek-wachtwoordhack op een account uitproberen zonder dat daar direct erg veel van opgemerk wordt. Het is dus raadzaam om een goed wachtwoord te kiezen dat langer is dan 7 karakters en geen bekend woord is. Hiermee geef je jezelf meer garantie dat je e-mail ongelezen blijven.
RAL is een coderingssysteem om kleuren van verf en andere coating te definiëren. Het systeem is in 1927 in Duitsland ontwikkeld, RAL staat voor ReichsAusschuss für Lieferbedingungen. De standaard wordt beheerd door het Deutsches Institut für Gütesicherung und Kennzeichnung e.V.

Er zijn op dit moment drie RAL-coderingssystemen. Het cijferpatroon geeft eenduidig aan welk van de drie het betreft:

* RAL 1012 Citroengeel: RAL Classic - 4 cijfers met unieke kleurnaam.
* RAL 210 60 30: RAL Design - 7 cijfers, geen vaste naam.
* RAL Digital: RAL Digital - Digitale, op beeldscherm beschikbare RAL-kleurenlijsten, met benaderingen voor mengverhoudingen in kleurcoderingen RGB, CMYK, HLC, Lab en Hexadecimaal.
RSS, of Really Simple Syndication (eenvoudige gelijktijdige publicatie), is een familie van webfeed. De afkorting RSS heeft drie betekenissen, namelijk:
- RDF Site Summary (waar RDF staat voor Resource Description Framework)
- Rich Site Summary
- Really Simple Syndication

Vervolgens hebben de bovenstaande afkortingen weer te maken met de vier verschillende versies:
- RSS 0.90 --> RDF Site Summary
- RSS 0.91 --> Rich Site Summary
- RSS 1.0 --> RDF Site Summary (uitbreiding van v0.90, heeft niets te maken met versie 0.91)
- RSS 2.0 --> Really Simple Syndication (uitbreiding van v0.91, heeft weer niets te maken met versie 1.0)
Alle RSS-varianten zijn XML-bestanden, RSS-feeds genaamd.
zoekmachine-optimalisatie (Engels: search engine optimization of SEO) is een onderdeel van zoekmachinemarketing en kan worden gedefinieerd als het geheel aan activiteiten bedoeld om een webpagina hoog te laten scoren in de reguliere zoekresultaten van een zoekmachine, op voor de webpagina relevante trefwoorden of zoektermen. Aangezien de plaatsing in die reguliere resultaten gratis is, vormen deze zoekresultaten een interessant alternatief voor zoekmachine-adverteren.

Hoe optimaliseren
Over het algemeen kun je zeggen dat de beste optimalisatie voor een website het leveren van kwalitatief hoogstaande inhoud (zgn. "content") is in combinatie met een gedegen structuur. zoekmachine gaan namelijk op zoek naar de beste inhoud voor de gebruikers van de zoekmachine, en een goede inhoud is daarom een noodzaak. Vaak wordt er rekening gehouden met keyword dichtheid, de title tag en het juiste gebruik van headers. Door juiste (X)HTML te gebruiken wordt er gewicht toegekend aan tekst. Zo weegt tekst tussen <h1> tags binnen website zwaarder dan tekst tussen paragraph - <p> - tags. Het gebruiken van de juiste tags heet ook wel semantiek.

Veel bedrijven geven soms veel geld uit aan reclame, maar besteden te weinig werk aan de inhoud van hun website. Wie goed gevonden wil worden op bepaalde product zal in de eerste plaats er zoveel mogelijk over moeten vertellen.

Daarnaast is het ook van belang om de website op een juiste manier op te bouwen en een goede titel te gebruiken. Metatags worden tegenwoordig niet veel meer gebruikt voor optimalisatie. Google heeft eind 2008 een 'SEO starter Guide' gepubliceerd. Hier staat duidelijk omschreven hoe Google over de meeste belangrijke zaken rond zoekmachine-optimalisatie denkt en worden de aanbevelingen, do's and dont's van SEO genoemd.

"Black hat SEO"
Sommige website proberen de zoekresultaten van de zoekmachine in hun voordeel te beïnvloeden door gebruik te maken van trucjes. Dit wordt "black hat SEO" genoemd.Een bekende truc is het gebruiken van zinnen met steekwoorden in dezelfde kleur als de achtergrondkleur van de website (cloaking); ze zijn dan wel zichtbaar voor de zoekmachine, maar niet direct voor de bezoeker. Deze trucjes werken vaak in het begin even, totdat ze veel gebruikt gaan worden. Dan verzinnen de makers van zoekmachine methodes om dit soort ongewenste optimalisatie tegen te gaan. Tegenwoordig treden makers van zoekmachine harder op tegen zulke ongewenste trucjes, waarbij website zelfs uit de index van de zoekmachine verwijderd kunnen worden. Zo werd de Duitse website van BMW 30 dagen volledig uit de zoekindex verwijderd[4] , omdat ze een landingspagina met alleen maar keywords maakten voor zoekmachine, terwijl "echte" bezoekers werden omgeleid d.m.v. Javascript.

Mogelijkheden
De titel van de pagina (iedere pagina een eigen titel),
gebruik van de juiste headers en semantische opmaak
de naam het bestand (google vriendelijke urls, geen vreemde tekens in de url, niet meer dan 3 diep. GOED: www.wiki.nl/bedrijfsnaam/hosting.php SLECHT: www.wiki.nl/content/site/new/versie5/index?=id323232)
de domeinnaam,
"alt" tags aan plaatjes en links (beschrijving van afbeelding/links),
de inhoud van de pagina
andere pagina's op je site ,
de inhoud van de sites die naar je linken
de populariteit van de sites die naar je linken.

Professionals
Voor grote website wordt zoekmachine-optimalisatie vaak door een specialist uitgevoerd die dit tot zijn commerciële kernactiviteit heeft gemaakt. zoekmachine optimalisatie is inmiddels zover geprofessionaliseerd en gegroeid dat er zowel een Nederlandse, Europese als een internationale brancheorganisatie is ontstaan. Deze professionalisering is vooral bij het zoekmachine-adverteren aan de gang.

Wedstrijden
Er zijn ook website die zogenoemde SEO contests (SEO-wedstrijden) organiseren waarbij het de bedoeling is, op vooraf bepaalde zoektermen, zo hoog mogelijk te scoren (ranking) in Google of een andere zoekmachine. Meestal gaat het dan om combinaties waar nog geen zoekresultaat voor bestaat.
Secure Sockets Layer (SSL) en Transport Layer Security (TLS) (zijn opvolger), zijn encryptie-protocollen die communicatie op het Internet beveiligen.

Omschrijving
Deze beide protocollen leveren door middel van cryptografie zowel authenticatie als een beveiligde verbinding met het Internet. In alledaags gebruik wordt alleen de authenticiteit van de server gecontroleerd, terwijl de client geheel onbekend blijft. Door het gebruik van PKI is het ook mogelijk om clients te authenticeren. De protocollen kunnen ook gebruikt worden om client/server-applicaties te beveiligen tegen bijvoorbeeld afluisteren.

Zowel TLS als SSL maakt gebruik van een aantal verschillende stadia:
- Peer negotiation for algorithm support
- Public-key encryption-based key exchange and certificate-based authentication
- Symmetric cipher-based traffic encryption

Toepassingen
Zowel het SSL- als het TLS-protocol draait op een laag onder applicatieprotocollen als http, SMTP, FTP en Usenet en boven het transportprotocol TCP, dat deel uitmaakt van de protocolsuite TCP/IP. Ondanks dat zowel SSL als TLS veiligheid kan bieden aan elk protocol dat gebruik maakt van TCP, wordt SSL het meest gebruikt voor http, bijvoorbeeld ter beveiliging van creditcard-gegevens.

Indien men het gebruikt om http te beveiligen, wordt het "http://" gedeelte in een URL vervangen door "http://", waarbij de s staat voor "secure". Ook andere klassieke TCP/IP-applicatielaagprotocollen waarbij de informatie (zoals wachtwoorden) normaal onversleuteld over het netwerk gaan, kunnen met SSL/TLS worden beveiligd.

Geschiedenis en ontwikkeling
SSL versie 3.0 is ontwikkeld door Netscape en uitgebracht in 1996. Deze versie werd later de basis voor het Transport Layer Security (TLS), een IETF-standaardprotocol. De eerste definitie van TLS kwam voor in RFC 2246: "The TLS Protocol Version 1.0". Visa, MasterCard, American Express en andere financiële instellingen hebben het gebruik van TLS voor commerciële doeleinden gestimuleerd.
Stickers – Een sticker of zelfklever is een stuk papier of plastic dat langs één zijde klevend is en meestal langs de andere niet-klevende zijde een bepaalde tekst of afbeelding heeft. Stickers komen voor in verschillende vormen, beeltenissen en groottes.
Uploaden is computerjargon voor het verzenden van bestanden of andere gegevens van de ene computer naar de andere computer, waarbij het initiatief van de verzendende computer uitgaat. De verzender heet client, de ontvanger heet server. Wil men gegevens van een lokale computer voor het internet, bijvoorbeeld Wikipedia, toegankelijk maken, dan geschiedt dat met een upload, maar het verzenden van e-mail met SMTP is ook een upload.

Ook het overzetten van bestanden vanaf externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera naar de (eigen) computer, kan worden aangeduid als uploaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over uploaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een klein medium (bijvoorbeeld een CD-ROM) naar een groot medium (bijvoorbeeld de computer). Voor downloaden geldt dan het omgekeerde.

Uploaden vanuit een browser
Voor het uploaden van bestanden vanuit een form in een webbrowser (via het HTTP protocol) is door W3C een standaard encoding geformuleerd: multipart/form-data. Deze encoding maakt het mogelijk dat één of meerdere bestanden samen met andere formelementen in één request naar de server worden gestuurd. Op de server kan het opgestuurde request worden ontleed in de oorspronkelijke gegevens en bestanden.

In de begintijd van het www was het uploaden van een bestand vanuit de browser niet mogelijk. Voor Internet Explorer versie 3 moest een speciale add-on worden geïnstalleerd om dit mogelijk te maken. Netscape ondersteunt file-upload vanaf versie 3. Vanaf 1997 is file-upload standaard in browser ingebouwd.
Webdesign is het maken en vormgeven van alle website in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerp van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische asp is een webdesign naast vormgever veelal ook programmeur.

Structuur
In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden website over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriëntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

Opmaak
De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor html-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiëring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de design niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn website te raadplegen.

Dynamische en interactieve webpagina's
Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic html, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowser als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

Weergave
website zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. html wordt door elke computer/browser afzonderlijk geïnterpreteerd en weergegeven. Een webdesign dient voor reguliere website rekening te houden met deze pluriforme weergave.

De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variëren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geïnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
De soort webbrowser is ook van belang. browser hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geïnterpreteerd. De browser houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

Werkwijze
De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in html, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

Toegankelijkheid
Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is html bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browser, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesign steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.
Webdevelopment is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor alles wat met het realiseren van een website te maken heeft.

Hieronder wordt verstaan: e-commercebusinessdevelopment, webdesign, webcontentdevelopment, client-side/server-side coding, en webserverconfiguratie. Onder webprofessionals wordt met deze term meestal gerefereerd aan het schrijven van back-endcode en eventueel webserverconfiguratie.

WYSIWYG
HTML-code wordt gebruikt om een webpagina in te delen en op te maken (positioneren van tekstgedeelten en afbeeldingen, kleuren, lettertypen e.d.). De meeste developers schrijven het liefst de HTML-code zelf. Het voordeel hiervan is, dat je meer controle hebt over het resultaat. Een ervaren programmeur schrijft deze code vrijwel net zo snel als dat een ander de pagina bouwt in een WYSIWYG-editor. Andere programmeurs geven de voorkeur om de code niet zelf te schrijven, maar dit over te laten aan een zgn. WYSIWYG-editor. Hiermee stel je de pagina samen op een manier die te vergelijken is met het maken van een pagina in een tekstverwerker (zoals Open Office of MS Word). De onderliggende code wordt door de applicatie automatisch gegenereerd. Bekende HTML-WYSIWYG-editors zijn FrontPage en Dreamweaver. Een veelgehoorde kritiek op die twee is dat ze onnodig ingewikkeld coderen, wat twee nadelen heeft: de code is nauwelijks leesbaar voor de developer en het heeft aanzienlijk grotere bestanden tot gevolg, wat de download van pagina's aanzienlijk kan vertragen voor bezoekers die geen breedbandinternetverbinding hebben. SeaMonkey Composer daarentegen genereert veel compactere code, die toch goed leesbaar is, en heeft bovendien een aparte tab om die code in te kijken. Voor webdevelopers is het vaak handig om afwisselend de WYSIWYG-versie en de broncodeversie te bekijken, omdat iedere versie zo zijn voor- en nadelen heeft.

Passieve en actieve website
Als je één of meer pagina's hebt met een stuk tekst en eventueel een paar plaatjes, kan je al spreken van een website. Een dergelijke website noem je een passieve website omdat het niets anders doet dan een statische tekst en eventuele plaatjes tonen. Maar zodra je wilt dat een bezoeker zich op je website kan aanmelden (bijvoorbeeld voor een forum), of dat er actuele informatie wordt getoond, is het nodig dat de website haar gegevens kan opslaan in een data. Dan spreek je van een actieve website. De inhoud van de website wordt namelijk actief samengesteld met gegevens uit een data. Om deze handelingen te automatiseren wordt er gebruikgemaakt van scripting: het beschrijven van handelingen die de computer of server moet uitvoeren. Scripting kan je onderverdelen in twee hoofdgroepen: client-side en server-side scripting.

Client-side scripting
Een client-side script is een script dat door de browser van de website wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende scripttalen beschikbaar, zoals VBScript en JScript. Meestal werken sites met Javascript, omdat alle browser Javascript ondersteunen. VBScript bijvoorbeeld wordt alleen ondersteund door Microsoft Internet Explorer en niet door Mozilla Firefox.

Client-side scripting wordt veel gebruikt in combinatie met DHTML (Dynamic HTML). Denk hierbij aan het kopiëren of juist verbergen van een tekstveld als dit nodig is, maar ook het controleren of je in een aanmeldingsformulier alle gegevens hebt ingevuld. Op een goed doordachte website zul je nooit beveiligingskritische functies vinden die door een client-side script moeten worden uitgevoerd.

Server-side scripting
Server-side script is een script dat niet door de browser, maar door de webserver wordt uitgevoerd. Deze voert de handelingen uit die in het script zijn beschreven, waaronder bijvoorbeeld het aanroepen van een data, en stelt aan de hand hiervan een HTML-bestand samen. Dit bestand wordt vervolgens naar de client (de browser van de website) gestuurd. De client ziet dus nooit het server-side script. En dat is maar goed ook, omdat dit cruciale informatie kan bevatten, zoals data-wachtwoorden e.d.

De populairste talen voor server-side scripting zijn: ASP, ASP.NET en PHP. ASP.NET is de opvolger van ASP (Active Server Pages), beide van Microsoft. Hoewel ASP door (vooral kleinere) bedrijven nog veel wordt gebruikt, wint ASP.NET steeds meer aan populariteit. Vooral grotere IT-bedrijven geven de voorkeur aan deze taal, vooral vanwege de object-georiënteerde eigenschappen, die het eenvoudiger maakt om grote complexe systemen te bouwen en te onderhouden. PHP (PHP Hypertext Preprocessor) is het populairst onder amateurs en kleinere webbedrijven. Dit komt vooral omdat de taal redelijk eenvoudig van structuur is en daardoor vrij snel te leren is. Andere voordelen van PHP zijn, dat het door de manier waarop het script wordt uitgevoerd, deze website erg snel laden. Ook zijn de investeringskosten laag omdat PHP een opensourceproject is en daarom gratis gebruikt mag worden. PHP kan zeer goed draaien op een PC of server onder Windows, maar is eigenlijk bedoeld om te worden gebruikt in een LAMP-configuratie. Dat is de combinatie van vier opensourceprojecten: een Linuxbesturingssysteem met een Apache-webserver, een MySQL-data en PHP-scriptondersteuning.

Naast de genoemde scripttalen zijn er ook nog minder gebruikte talen zoals: Perl, ColdFusion, Python, Ruby en andere.

Contentmanagementsystemen
De laatste jaren worden kant en klare contentmanagementsystemen steeds populairder. Naast verschillende commerciële systemen, zijn er verschillende opensource-systemen beschikbaar zoals XOOPS, Joomla!, WordPress en Drupal. Hiermee is het mogelijk om een actieve website te bouwen zonder één regel script te hoeven schrijven. In deze systemen kan je aan de hand van kant en klare templates en allerlei vooraf in te vullen instellingen een complete website configureren. Wel vergt het flink wat tijd en energie om thuis te raken in zo'n systeem.
Een webfeed is een alternatieve, versimpelde weergave van online inhoud. Het is de meest gebruikte vorm van websyndicatie.

Een site plaatst zijn inhoud, vaak in een verkorte of beschrijvende versie, in een online bestand: de feed. Veel sites kiezen ervoor om alleen nieuwskoppen, met een korte beschrijving erbij, in hun feed te zetten. Met behulp van een feedreader kun je de feed vervolgens lezen. Door meerdere webfeeds, van verschillende aanbieders, te verzamelen, kun je bijvoorbeeld in één oogopslag al het nieuws én alle nieuwe weblog-berichten overzien. De feedreader werkt de feeds op periodieke basis bij, bij een nieuw item wordt de gebruiker meestal met een melding op de hoogte gebracht. Vaak hebben sites meerdere feed-kanalen, bijvoorbeeld één voor het algemene nieuws, en een feed voor sportnieuws. Verschillende sites bieden nog een verdere specificatie van de feed-inhoud, bijvoorbeeld met behulp van één of meer trefwoorden.

Er zijn twee open standaarden voor feeds: RSS en Atom. Deze XML-formaten bepalen de opbouw van het feed-bestand. Dit is voor de eindgebruiker van weinig belang, aangezien de feedreader het bestand leesbaar maakt en nagenoeg alle feedreaders met beide formaten overweg kunnen
Webhosting is een dienst die aan particulieren of bedrijven ruimte aanbiedt voor het opslaan van informatie, afbeeldingen, of andere inhoud die toegankelijk is via een website. Om snelheid en veiligheid te garanderen en ervoor zorg te dragen dat een webpagina of een website altijd beschikbaar is, worden deze opgeslagen bij een zogenaamd hostingbedrijf of een webhost.
* Gratis hosting: meestal hostingruimte/webruimte met beperkte mogelijkheden. Het draaien van scripts (bijvoorbeeld ASP) en het voeren van een eigen domeinnaam is vaak niet mogelijk. Schijfruimte en bandbreedte zijn meestal ook beperkt. Soms voegt de hostingfirma reclame toe aan elke pagina.
* Shared hosting: hierbij worden meerdere (honderden) website op dezelfde server of webserver geplaatst. Hierdoor is het mogelijk dat de ene website de andere doet vertragen of zelfs crashen.
* Reseller hosting: bestemd voor wie zelf een webhost wil worden. Voorziet in een hoge schijfruimte en bandbreedte die kan verdeeld worden over alle sites die de gebruiker er wil op plaatsen. Te vergelijken met shared hosting, maar u heeft meer vrijheid en u kunt zelf web hosting verkopen.
* Virtual Private Server (VPS) hosting: hiermee kan één fysieke server meerdere virtuele servers huisvesten. Elke klant heeft dan adminstrator of root-rechten om de server te configureren en gebruikers rechten toe te kennen. De klant kan een VPS ook voor andere toepassingen dan website gebruiken. Als een virtuele server crasht, dan hebben de andere klanten daar geen last van. Processorcapaciteit en bandbreedte naar de harde schijf worden wel gedeeld door de klanten.
* Dedicated hosting: de klant krijgt werkelijk een eigen dedicated server (machine). Wel heeft deze zich te houden aan data en hardeschrijf ruimte.
* Co-Located hosting: de klant plaatst een eigen server in de ruimte van de colocatieprovider. Het is vereist om een "19" rack mountable"-server te plaatsen van 1, 2 of 4U (Units). Ook hier heeft de klant rekening te houden met data, maar hardeschrijven kunnen naar gewenste hoeveelheid worden geplaatst of vervangen door grotere.
* Cloud hosting: een nieuwe vorm van hosting op geclusterde (aan elkaar gekoppelde) servers waardoor een grote schaalbaarheid ontstaat. De voordelen zijn betere beschikbaarheid, grotere betrouwbaarheid en hogere snelheid.
Een webwinkel (e-shop, internetwinkel of online shop) is een online etalage waarbij diensten en product kunnen worden aangeschaft via het internet.

Kosten
Vaak zijn de product van een webwinkel voordeliger dan bij een reguliere winkel. De redenen hiervoor zijn:
- Minder personeel nodig
- Geen fysieke winkel nodig
- Geautomatiseerde betalingen
- Rechtstreekse levering door toeleveranciers (zogenaamde drop-shipments)
- Hoge automatiseringsgraad

Betrouwbaarheid
Bij een webwinkel is de betrouwbaarheid niet eenvoudig te controleren, er is geen direct contact met de verkoper(s). Het kan daarom erg belangrijk zijn om de webwinkel even te bellen, na te gaan of er een fysieke aanwezigheid is (bijv. afhaalpunten), te letten op keurmerk van brancheorganisaties, certificatie door fabrikanten, ervaringen van andere shoppers, en natuurlijk Kamer van Koophandel-gegevens. Bedrijven zijn jaarlijks verplicht hun jaarcijfers te deponeren. Het is niet verstandig om bij een onbekend en verliesgevend bedrijf te kopen, hoe groot dit bedrijf ook is.


Kooporiëntatie
NIPO-Onderzoek heeft uitgewezen dat in Nederland sinds 2002 het internet het belangrijkste kooporiëntatiemedium is geworden, zelfs belangrijker dan de traditionele papieren catalogus. Sindsdien is het belang van internet alleen maar gegroeid. Webwinkels worden in hoge mate voor kooporiëntatie gebruikt, waarbij de koop niet per se online hoeft plaats te vinden. Daarbij groeit volgens de branche-organisatie Thuiswinkel.org het online webwinkelen ook nog steeds fors, zij het dat de groei wat afvlakt. Een zeer belangrijke ontwikkeling is dat steeds meer fabrikanten het webwinkelen omarmen, en inzien dat hun klanten vooral online -ook in webwinkels- zich oriënteren op hun product. Vandaar ook ontwikkelingen richting een open catalogus.

Belemmeringen bij webwinkelen zijn:
- Sommige product lenen zich minder voor verkoop-op-afstand zoals kleding of voedsel
- Niet alle webwinkels zijn betrouwbaar gebleken.
- Niet alle webwinkels bieden een boter-bij-de-vis betaalmogelijkheid (rembours, betalen-bij-afhalen)
- Thuis moeten blijven voor in ontvangst nemen goederen
- Trage uitlevering
- Onvolledige product en beperkt advies

Zoekmachines
Er zijn veel webwinkels die aangesloten zijn bij een product of product. Hiermee krijgt men eenvoudig een overzicht welk product waar het goedkoopst is.

Betalen
Betalen van product bij een webwinkel kan meestal met een credit card. In België is iDEAL een populaire online betalingsmethode van webwinkels.

Rechten
Op aankopen die via een webwinkel verricht worden is een zichttermijn (bedenktijd) van toepassing. Deze bedenktijd geldt enkel voor consumenten.

Creatief gebruikt hiervoor meestal de eigen ontwikkelde Shop-Eye module.
Een professionele website op maat, webstek of web site (afgeleid van het woord wereldwijde web) is een verzameling samenhangende webpagina's met mogelijk andere data, zoals afbeeldingen en video's, die gehost worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

Een webpagina is een document, typisch geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van een gebruiker).

Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in bruikbare informatie voor de gebruiker zoals het tonen van een webpagina.

Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web" wat weer een deel van een bepaalde laag van het Internet vormt.

Een kern eigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, een deel van het concept Hypertext, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of ander digitale entiteit doorspringen.

De webpagina's van een website zijn meestal toegankelijk via een specifieke node (URI). Vaak wordt deze specifieke startnode de homepage genoemd. De URI's van de webpagina's zijn meestal georganizeerd in een hierarchy. De hyperlink tussen de webpagina's geven echter per gebruiker een andere representatie van de betreffende website.

Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen door het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C. De directeur van het W3C is Tim Berners-Lee, die in 1991 HTML voorstelde, als subset van het complexere SGML als vervolg op de hypertext achtige implementatie Gopher (het WWW is daarmee nog steeds geen hypertext systeem). Naast verschillende andere initatieven bleek HTML uiteindelijk het succesvolst.
Het WWW is ontwikkeld vanaf 1991 door de Engelse softwareontwikkelaar Tim Berners-Lee en diens projectmanager de Belg Robert Cailliau, die toen werkzaam waren op CERN, het Europese instituut voor kernfysica in Genève. Doel van het WWW was om de informatieuitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Het doel was om een wiki-achtige omgeving op te zetten waarin projectdocumentatie en andere informatie wordt aangemaakt en bijgehouden in een gemeenschappelijk gemaakte hypertext die direct over het internet te bekijken en te wijzigen is. Aangenomen mocht worden dat elke deelnemer een computer met internetverbinding had, maar niet mocht worden aangenomen dat elke deelnemer ook hetzelfde soort computer met dezelfde soort grafische mogelijkheden en hetzelfde operating system had; vandaar dat het WWW van meet af aan platformonafhankelijk is geweest.

WorldWideWeb was de naam voor zowel het project als de software die ervoor geschreven werd. De software werd door Berners-Lee ontwikkeld op de NeXT in Objective C. Daarna werd de code vertaald naar C zodat ook voor andere platforms WWW-software geschreven kon worden. Het NCSA maakte op basis van deze code in 1992 de grafische webbrowser Mosaic, die de doorbraak voor het WWW betekende, en ook een eigen webserver, en voerde tal van innovaties door. Binnen een jaar steeg het aantal webservers van een handjevol naar duizenden en werd het WWW een standaardvoorziening die even belangrijk was als e-mail. Zowel de code van CERN als die van NCSA waren open source, waardoor het ook voor derden (zoals Microsoft) relatief gemakkelijk was om WWW-software te ontwikkelen.
XHTML (Extensible Hypertext Markup Language) is een computertaal voor vooral website, die de functionaliteit heeft van HTML, maar een striktere syntaxis. Dit omdat HTML gebaseerd is op het flexibele SGML, waar XHTML gebaseerd is op XML, een striktere subset van SGML. Door de striktere syntaxis van XML-documenten kunnen deze makkelijker verwerkt worden door een XML-parser, terwijl SGML-documenten een veel complexere parser nodig hebben. XHTML 1.0 is een W3C-standaard geworden op 26 januari 2000.

XHTML biedt, mits goed gebruikt, enkele voordelen boven HTML. Doordat XML-documenten well-formed moeten zijn, kunnen ze makkelijker geïnterpreteerd worden door User Agents, een correcte XML-parser moet namelijk een fatale error geven als een XML-document niet volledig correct is, terwijl bij SGML-parsers complexe error-correcties worden gedaan. Doordat voor het verwerken van XHTML minder rekenkracht nodig is kan deze ook beter verwerkt worden door User Agents met minder rekenkracht, zoals mobiele telefoons en PDA's.

Door de modularisatie van XHTML kan XHTML makkelijk uitgebreid worden met nieuwe elementen en attributen. Ook worden hiermee de compatibiliteitsproblemen opgelost die ontstonden door onofficiële uitbreidingen van de HTML-standaard die niet door alle browser werden ondersteund.

In XHTML kunnen verschillende XML-namespaces gebruikt worden, zo kunnen MathML en Scalable Vector Graphics in een XHTML-document verweven worden.
De zeefdruk is eigenlijk niets anders dan een verbeterde sjabloontechniek zoals reeds eeuwen geleden werd toegepast in China en Japan en bij ons ook wordt toegepast door huisschilders die regelmatig wederkerende motieven moeten schilderen. De zeefdruk werd in Europa bekend omstreeks 1930.

De drukvorm bij de zeefdruk bestaat uit een fijn nylon of polyester (vroeger: zijde) gaas, waarop een sjabloon is gehecht, dat gespannen is op een raam. Naar dit gaas wordt deze drukmethode ook silkscreenprint (letterlijk: 'zijdezeefdrukken') genoemd. Een andere naam voor een artistieke zeefdruk is serigrafie. De mazen in het gaas die niet door het sjabloon zijn afgedekt, laten de inkt door. Het te bedrukken materiaal wordt onder het raam gelegd en de inkt door middel van een rubberen rakel over het gaas gestreken. De inkt wordt door middel van de rakel door de open mazen van het gaas op het te bedrukken materiaal geperst, waardoor de afbeelding tot stand komt.
Een zoekmachine (Engels: search engine) is een instrument waarmee men informatie kan zoeken in een bepaalde collectie; dit kan een bibliotheek, het internet, of een persoonlijke verzameling zijn. Zonder nadere aanduiding bedoelt men tegenwoordig meestal een webdienst waarmee met behulp van vrije trefwoorden volledige tekst (full text) kan worden gezocht in het gehele World Wide Web.

In tegenstelling tot startpagina's of webgidsen is er geen of zeer weinig menselijke tussenkomst nodig; het bezoeken van de webpagina's en het sorteren van de rangschikkingen (ranking) gebeurt met behulp van een algoritme.

Google is in de Benelux de meest gebruikte zoekmachine, in andere landen zijn ook Yahoo!, Bing en Baidu populaire zoekmachines.