Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor 'IMAP'
IMAP (Internet Message Access Protocol) is een protocol voor het synchroniseren van e-mail. Eigenlijk wordt er direct op de mailserver gewerkt. Inmiddels is IMAP aan versie 4 toe. IMAP houdt de e-mail bij op de server in een mappenstructuur. Deze wordt dan gelinkt aan het "Postvak IN" van de ontvanger. IMAP houdt een mappenstructuur bij van alle gebruikers. Daarom is het veel complexer dan POP3. Een user agent, zoals Outlook Express van Microsoft en Thunderbird, kan daardoor ook alleen bijvoorbeeld een header ophalen, of een gedeelte van een bericht. Dat is handig als je bijvoorbeeld mail via een langzame verbinding binnenhaalt of op een PDA.

Een ander groot voordeel van IMAP is dat de mail op de server blijft staan waardoor het mogelijk is om vanaf elke locatie met een IMAP-programma in te loggen en alle mail te bekijken. Dit is een groot verschil ten opzichte van het POP3-protocol dat de mails steeds weer opnieuw moet ophalen.

Een recente uitbreiding van IMAP is het zogenaamde IMAP Idle-commando, waardoor push e-mail mogelijk is (met andere woorden: een nieuwe e-mail wordt meteen zichtbaar op de client, en niet pas nadat de client het besluit op te halen).
Een mailserver is een server die verantwoordelijk is voor het verwerken van e-mail. Een andere, meer technische benaming voor een mailserver is Mail Transfer Agent (MTA).

Een mailserver voert over het algemeen twee verschillende taken uit: e-mail uitwisselen met clients en e-mail routeren naar andere mailservers. Voor deze twee taken worden over het algemeen verschillende protocollen gebruikt: POP3 en IMAP voor het eerste, SMTP voor de laatste. Het uitwisselen van e-mail met een client is de taak die uitgevoerd wordt door een Mail Submission Agent (MSA) en Mail Delivery Agent (MDA). De meeste mailservers vervullen zowel de rol van MTA als MSA en MDA. Er is wel speciale software voor de rol van MDA beschikbaar, een voorbeeld hiervan is procmail.

Een gebruiker die e-mail verstuurt of ontvangt heeft over het algemeen geen directe interactie met een mailserver, maar gebruikt hiervoor een Mail User Agent (MUA) ofwel e-mail client. Het is wel mogelijk om een mailserver direct aan te spreken door een Telnet sessie op poort 25 te openen en direct SMTP commando's te geven.

Tegenwoordig heeft een mailserver naast het transporteren van e-mail vaak ook de taak om deze te controleren op virussen, dan wel te markeren als spam (ongewenste e-mail)
POP (Post Office Protocol) is het meestgebruikte protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver. Inmiddels is POP in de 3e versie.

POP3 is een internetstandaard voor het overbrengen van e-mail van een server naar een client (e-mail van de gebruiker) over een TCP/IP-verbinding (gewoonlijk over poort 110). Bijna alle internetproviders bieden een e-mail aan dat beschikbaar is via POP3.

De huidige versie van Post Office Protocol, POP3, verschilt sterk van de vroegere versies van het POP-protocol, nl. POP (gewoonlijk POP1 genoemd) en POP2. Gewoonlijk wordt met de term "POP" POP3 bedoeld als het over e-mail gaat.

POP3 en zijn voorgangers zijn zo gemaakt dat de gebruikers zonder constante internetverbinding (zoals dial-up-internet) hun e-mail kunnen ophalen als ze verbonden zijn met het internet, en vervolgens de berichten kunnen bekijken en bewerken zonder dat het nodig is om met het internet verbonden te blijven.

Het is gebruikelijk dat een client verbinding maakt met een POP3-server en dan alle e-mail ophaalt en lokaal opslaat. Vervolgens worden de berichten verwijderd van de server en wordt de verbinding verbroken. Daarnaast bieden de meeste clients de mogelijkheid om de berichten op de server te laten staan.

Dit is in tegenstelling tot het modernere IMAP-systeem dat zowel een "disconnected mode" (de POP3-methode) als een "connected mode" ondersteunt. Clients die IMAP gebruiken laten de berichten gewoonlijk op de IMAP-server staan tot de server ze expliciet verwijdert. Dit en andere eigenschappen van het IMAP-systeem laten toe dat meerdere clients toegang hebben tot dezelfde mailbox. De meeste e-mail's ondersteunen zowel POP3 als IMAP, maar internetproviders bieden vaak geen IMAP aan.

Zowel bij het gebruik van POP3 als IMAP om de e-mail op te halen wordt het SMTP-protocol gebruikt om e-mail te versturen. e-mail worden vaak "POP-clients" of "IMAP-clients" genoemd, maar in beide gevallen wordt voor de verzending van e-mail gebruikgemaakt van SMTP.

Zoals veel andere oudere internetprotocollen ondersteunt POP3 oorspronkelijk maar één manier om in te loggen en dat is onversleuteld, dus zonder encryptie. Deze manier om het wachtwoord zonder versleuteling te versturen naar de POP3-server wordt nog heel veel gebruikt. Momenteel ondersteunt POP3 verschillende methodes om in te loggen met verschillende veiligheidsniveaus. Zo is het mogelijk gemaakt om POP3-verkeer door middel van SSL te versleutelen.


POP3 en veiligheid
POP3 is een relatief onveilig protocol, met name doordat nergens in de RFC-documenten staat vermeld dat een account tijdelijk geblokkeerd moet worden als 3 keer het verkeerde wachtwoord wordt ingegeven. Hierdoor kan men zeer eenvoudig een woordenboek-wachtwoordhack op een account uitproberen zonder dat daar direct erg veel van opgemerk wordt. Het is dus raadzaam om een goed wachtwoord te kiezen dat langer is dan 7 karakters en geen bekend woord is. Hiermee geef je jezelf meer garantie dat je e-mail ongelezen blijven.