Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor 'e-mail'

BCC betekent Blind Carbon Copy of Blind Copy Conform en wordt met name in e-mail gebruikt om een kopie van een bericht te versturen naar iemand, zonder dat de eigenlijke geadresseerde dit kan zien.

Een bijlage of attechment is een deel van een rapport of scriptie waarin men over het algemeen achtergrondmateriaal opneemt dat de hoofdtekst onnodig lang zou maken. Een bijlage kan ook een los deel zijn die bij een brief of een tijdschrift gevoegd wordt.

Met de komst van e-mail wordt met een bijlage (of in het Engels een attachment) een apart bestand bedoeld dat met de e-mail wordt meegestuurd.
E-mail (ook wel email, e-post of elektronische post) is het versturen van digitale boodschappen via onder andere internet. De eerste e-mail over een computernetwerk werd in 1971 door Ray Tomlinson verzonden. Rond 1995 werd het populair bij het grote publiek, samen met het wereldwijde web.

E-mail wordt vaak gebruikt voor korte, informele berichten. In tegenstelling tot een brief op papier wordt het bij e-mail geaCC om korte en compacte zinnen te gebruiken. Door het meesturen van bijlage (attachments, mogelijk sinds de Multipurpose Internet Mail Extensions, MIME, zijn ingevoerd) is het ook mogelijk om inhoud in een andere vorm dan tekst te versturen.

Recentelijk heeft communicatie per e-mail dezelfde wettelijke status gekregen als die per brief. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De authenticiteit moet zijn gewaarborgd, er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. De zogenaamde "elektronische handtekening" biedt hier uitkomst. De voordelen van een dergelijk gebruik van e-mail ten opzichte van andere vormen van communicatie zijn:
- Snellere communicatie;
- Sneller tot een contract kunnen komen;
- Besparing van (verzend)kosten;
- Men hoeft niet meer in persoon bij de ander langs.

E-mail waaraan de ontvanger weinig waarde toeschrijft wordt junkmail genoemd. Een vorm van junkmail is spam, e-mail die ongevraagd aan een groot aantal ontvangers wordt verstuurd. Een e-zine is een tijdschrift dat via e-mail wordt verzonden. Een variant hierop is de e-mail-nieuwsbrief.

Voorgangers van e-mail zijn de brief, het telegram, de telex, de telefax en binnen Nederland het op Datanet gebaseerde Memocom 400 dat echter nooit suCC werd. Wellicht wordt e-mail op termijn opgevolgd door mobiele communicatie, zoals de SMS. In de context van e-mail wordt de veel tragere briefpost vaak snail mail genoemd.

E-mail is tegenwoordig vooral alleen toegankelijk via het Internet-netwerk, maar e-mail kan ook buiten het Internet-netwerk om toegankelijk zijn omdat de oorspronkelijke e-mail niet netwerkafhankelijk is.

Routering en infrastructuur
Over het algemeen wordt een e-mail niet direct naar de ontvanger gestuurd, maar verloopt de verzending via een of meer tussenschakels. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal andere internetdiensten, met name DNS. Een e-mail-gebruiker gebruikt een bepaald e-mail-aCC, bijvoorbeeld bij een Internet Service Provider of een andere aanbieder van e-mail-diensten zoals Gmail, Yahoo!, Hotmail of Windows Live Mail.

Aan een e-mail-aCC is een e-mailadres gekoppeld. Dit adres is opgebouwd uit een aantal delen: een gebruikersnaam, het @-teken, server- of ISP-naam, en het top-level domain, bijvoorbeeld .be.

Voorbeeld: info@creatief.be

Hier is:
- info" de gebruikersnaam
- "creatief" de domeinnaam (kan de ISP-naam zijn)
- ".be" de top-level-domain aanduiding
De gebruiker schrijft de e-mail met behulp van een e-mailclient. Dit programma verstuurt de e-mail vervolgens naar de mailserver waarop het mailaCC bekend is. Als de e-mail gericht is aan een e-mailadres dat niet door deze mailserver wordt beheerd, wordt via DNS het adres van een mailserver gezocht die dat wel doet. De mailserver zal de e-mail dan doorsturen naar deze mailserver. Deze stap kan meerdere malen worden uitgevoerd. Vaak voorkomende begrippen in e-mailprogramma's zijn 'CC' en 'CC'>BCC', die meestal onder het vak van de geadresseerde staat bij het schrijven van een e-mail. Deze termen staan voor 'Carbon Copy' respectievelijk 'Blind Carbon Copy'. Dit wil zeggen dat er een kopie van de e-mail aan een andere persoon wordt gestuurd. Bij CC'>BCC wordt deze kopie verstuurd zonder dat de originele ontvanger dit kan zien bij de geadresseerden.

Adressering
Meestal begint een bericht zijn reis doordat het met SMTP aan een SMTP-server wordt verstuurd. Meestal is dat de SMTP-server van de eigen provider, maar het is soms ook mogelijk het bericht naar de SMTP-server van de ontvanger te sturen. Andere SMTP-servers zullen het bericht meestal[bron?] weigeren.

Verzenden met SMTP
Het bericht bestaat in SMTP uit de volgende delen:
- EHLO (verouderd: HELO)
- MAIL FROM: adres van afzender
- RCPT TO: adres van ontvanger
- DATA
- From: adres van afzender
- To: adres van ontvanger
- Subject: onderwerp
- (lege regel)
- tekst van bericht
- . (een regel met alleen een punt geeft het einde aan)

+ De regels 2 en 3 vormen de envelop en zijn vergeljkbaar met de envelop van een papieren brief. Deze gegevens worden gebruikt bij de verzending en eventueel om een bericht naar de afzender te sturen als er een probleem ontstaat.
+ De regels 5, 6 en 7 vormen de header. Deze gegevens zijn vergelijkbaar met het briefhoofd van een papieren brief. Terwijl het bericht met SMTP van server naar server wordt doorgegeven, worden er steeds gegevens aan de header toegevoegd, zodat de routering van het bericht kan worden nagegaan. Deze gegevens worden onderweg niet gelezen en het is dus heel goed mogelijk dat regel 5 en 6 onjuiste adressen bevatten. Ook bij een papieren brief let de post niet op het briefhoofd maar alleen op de envelop.
+ Na de header komt een lege regel en daarna komt de body.

Een bericht kan naar meerdere adressen worden gestuurd door regel 3 te herhalen. Een e-mailcliënt zal dan ook de hele lijst (tot veler ergernis) in regel 6 zetten. Gebruikt men CC'>BCC, dan wordt dat adres wel in regel 3, maar niet in regel 6 gezet, maar die wordt bij de routering immers genegeerd.

Ontvangen met POP3
De uiteindelijke bestemming is meestal een particuliere computer die niet altijd met het internet verbonden is. Daardoor is het niet praktisch het bericht met SMTP naar de bestemming te leiden. Meestal eindigt het bericht dan ook bij de POP3-server van de geadresseerde. De geadresseerde kan het bericht daar ophalen. Daarbij gaat de envelop verloren.

De e-mailcliënt scheidt meestal header en body van elkaar. De body wordt in het berichtvenster getoond, en de relevante gegevens uit de header (verzender, ontvanger, onderwerp) in aparte velden. Wordt het bericht beantwoord, dan wordt er gebruik gemaakt van de regel Reply-to in de header, als die aanwezig is.

Soms worden afbeeldingen in een e-mail niet meegestuurd maar worden ze bij het weergeven ingevoegd van het web. In dat geval moet men niet alleen bij het ophalen van de e-mail maar ook bij het lezen verbinding hebben met internet.

Doorsturen
Soms komt het voor dat een SMTP-server is ingesteld om een bericht naar een ander adres door te sturen. Deze server verandert dan het RCPT TO-adres in de envelop en stuurt het bericht verder.

Onzichtbare adressen
Er wordt op gewezen dat de ontvanger, nadat hij een bericht met POP3 heeft ontvangen, in principe niet kan zien wie de verzender is en ook niet aan welk adres het bericht verstuurd was. Deze gegevens stonden namelijk in de envelop en die werd bij POP3 verwijderd. Verder werd het bericht wellicht doorgestuurd (zie vorige paragraaf) waarbij het RCPT TO-adres veranderd werd. Bovendien kan het MAIL FROM-adres onjuist zijn. De ontvanger ziet alleen From en To, maar deze gegevens kunnen door de verzender geheel willekeurig worden ingevuld.

Soms echter zet de server ook nog een extra regel in de header waaraan de ontvanger kan zien welke adressen er oorspronkelijk op de envelop stonden.

Vergelijking met papieren post
De verzender schrijft op een vel papier de gegevens van afzender en geadresseerde (de header) en een bericht (de body). Hij doet de brief in een envelop en schrijft daarop ook de gegevens van afzender en geadresseerde.

De post verstuurt de brief aan de hand van de gegevens op de envelop. Bij elk postkantoor wordt de brief geopend om een poststempel op de brief (niet op de envelop) te zetten.

Moet de brief worden doorgestuurd, dan wordt de envelop vervangen.

Bij aflevering wordt de envelop verwijderd. Alleen de brief wordt bezorgd.

Misbruik
Door de vatbaarheid van met name de e-mailcliënt Outlook Express is de verspreiding van virussen en wormen via e-mail een zeer groot probleem geworden. Voordat e-mail op grote schaal gebruikt werd, werden virussen vooral verspreid via diskettes.

Ook het versturen van grote hoeveelheden spam is een groot probleem. De hoeveelheid spam die verstuurd wordt is dermate groot dat de hoeveelheid e-mails met virussen, wormen of spam meer dan negen maal groter is dan de hoeveelheid reguliere e-mails.

Een andere vorm van misbruik wordt phishing genoemd. Bij phishing wordt onder valse voorwendselen een ongevraagde e-mail verstuurd, waarbij de ontvanger gevraagd wordt om bepaalde informatie, zoals een wachtwoord of een pincode. Meestal is phishing gericht op het verkrijgen van informatie met betrekking tot credit cards of elektronisch bankieren.

Het grote probleem met het fenomeen e-mail is dat het protocol dat wordt gebruikt om e-mails te versturen, SMTP, ontworpen is zonder authenticatielaag. Dit was in eerste instantie misschien niet technisch mogelijk of omslachtig en stond de eigen uitbreiding in de weg, maar is in deze tijd uitermate lastig.

Door dit hiaat kan eender wie een e-mail sturen met als afzendadres niet zijn eigen e-mailadres. Hierdoor krijgen internet gebruikers e-mails in hun postvak die zich voordoen als belangrijke berichten en de gebruiker oproepen actie te ondernemen waardoor ze persoonlijke gegevens zouden meedelen via een getruukeerde website (phishing).

Enkel door de 'header' van de e-mail (een stukje informatie dat de route bevat) te gaan uitpluizen zou men kunnen uitzoeken vanwaar een e-mail daadwerkelijk zou zijn gestuurd, maar dit kan maar tot op een zeker punt, want het dynamisch IP-concept gooit roet in het eten. Doordat iedereen op specifieke momenten een ander IP-adres krijgt van zijn ISP, wordt het traceren van e-mail heel hard bemoeilijkt.

Om misbruik via e-mail te voorkomen (zoals spam) worden ook wegwerp-e-mailadressen gebruikt.

Nevenwerking van e-mailverkeer
Onderzoek wees uit dat e-mailverkeer op de werkplek persoonlijk contact tussen collega's onder druk zet en zorgt voor een minder prettige werksfeer. De helft van de collega's mailt of belt elkaar terwijl men net zo makkelijk even langs kan lopen.
e-mail is een vorm van direct marketing die e-mail gebruikt om commerciële of fondsenwervende boodschappen naar een doelgroep te sturen.

In de breedste zin kan elke e-mail die is gestuurd naar een potentiële of huidige klant worden beschouwd als e-mail, maar deze term wordt normaal gebruikt om te verwijzen naar:
- Het sturen van e-mail met als doel het verbeteren van de relatie van een onderneming met zijn huidige of oude klanten en om klantloyaliteit en herhaal aankopen te vergroten.
- Het sturen van e-mail met als doel om nieuwe klanten te werven of om oude klanten te overtuigen iets onmiddellijk te kopen.
- Toevoegen van reclame in e-mail die door andere bedrijven naar hun klanten worden gestuurd.

De voordelen van e-mail marketing zijn:
- Het is extreem goedkoop. Vergeleken met direct mail of gedrukte nieuwsbrieven zijn de kosten te verwaarlozen, want de adverteerder hoeft niet te betalen voor product, papier, druk of verzending.
- Het is onmiddellijk van aard. In tegenstelling tot een per brief verzonden advertentie, komt een e-mail aan in een paar seconden of minuten.
- Het laat de adverteerder zijn boodschap naar zijn doelgroep toe “duwen”, in tegenstelling tot een website die op klanten wacht om er binnen te komen.
- Het is gemakkelijk om te traceren. Een adverteerder kan geweigerde mails traceren, positieve of negatieve respons, door-clicks en groei in omzet.
- Het is succesvol gebleken als het goed is uitgevoerd.
- Het eerste wat de meeste mensen doen als ze hun computer aan doen, is hun e-mail checken.
- Bepaalde typen interactie met boodschappen kunnen zorgen dat andere boodschappen automatisch worden bezorgd.
E-zine (of ezine) is ontstaan uit de samentrekking van "electronic" en "magazine". In het Nederlands ook wel webtijdschrift of netblad genoemd. Het is een elektronisch tijdschrift over een bepaald onderwerp. De meeste e-zines worden periodiek verspreid via e-mail. Het verschil met een nieuwsbrief is dat een nieuwsbrief meestal alleen verstuurd wordt als er nieuws is.


[bewerk] Toepassing
De e-zine zelf wordt meestal volledig verspreid via e-mail, maar het is ook mogelijk dat via e-mail een link gestuurd wordt naar de abonnees, die op de link kunnen klikken en de e-zine vervolgens op een website lezen. Dit wordt ook wel een webzine genoemd.
Voor het versturen van e-mail zijn er afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn terug te vinden in de daarvoor bestemde RFC's. Een van de RFC's beschrijft hoe een mailserver moet communiceren met andere mailserver. Deze procedure wordt ook wel een 'handshake' genoemd en wordt door elke mailserver ondersteund.

Bij het ontvangen van e-mail krijgt de mail server dus voor elke e-mail een handshake te verwerken. Binnen deze handshake dienen een aantal stappen te worden genomen. Deze stappen zijn ook netjes beschreven in de RFC's. Binnen deze stappen komt ook de FQDN aan bod. Door het gebruik van een FQDN in een handshake stellen de servers zichzelf netjes aan elkaar voor.
De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstral. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

Huisstijl: ruime definitie
Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

Huisstijl: enge definitie
In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentatie of op briefpapier, visitekaartje, offertes, facturen, envelop, de website, e-mail etcetera.

Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.
IMAP (Internet Message Access Protocol) is een protocol voor het synchroniseren van e-mail. Eigenlijk wordt er direct op de mailserver gewerkt. Inmiddels is IMAP aan versie 4 toe. IMAP houdt de e-mail bij op de server in een mappenstructuur. Deze wordt dan gelinkt aan het "Postvak IN" van de ontvanger. IMAP houdt een mappenstructuur bij van alle gebruikers. Daarom is het veel complexer dan POP3. Een user agent, zoals Outlook Express van Microsoft en Thunderbird, kan daardoor ook alleen bijvoorbeeld een header ophalen, of een gedeelte van een bericht. Dat is handig als je bijvoorbeeld mail via een langzame verbinding binnenhaalt of op een PDA.

Een ander groot voordeel van IMAP is dat de mail op de server blijft staan waardoor het mogelijk is om vanaf elke locatie met een IMAP-programma in te loggen en alle mail te bekijken. Dit is een groot verschil ten opzichte van het POP3-protocol dat de mails steeds weer opnieuw moet ophalen.

Een recente uitbreiding van IMAP is het zogenaamde IMAP Idle-commando, waardoor push e-mail mogelijk is (met andere woorden: een nieuwe e-mail wordt meteen zichtbaar op de client, en niet pas nadat de client het besluit op te halen).
Internetmarketing (ook wel online marketing of e-marketing genoemd) is de marketing van product of diensten via internet.

Het unieke voordeel van internetmarketing is dat het relatief goedkoop is om wereldwijd te adverteren.

Internetmarketing is een samengaan van techniek, design, ontwikkeling, adverteren en verkoop. Tot internetmarketing wordt onder andere gerekend: zoekmachine optimalisatie, reclamebanners, e-mail marketing, referralmarketing, interactieve marketing, blogmarketing en viral marketing.
Een mailinglijst is een lijst met e-mail of normale adressen.

Post (normaal adres)
Een mailinglijst per post bestaat uit een grote lijst met namen en adressen. Naar deze adressen wordt regelmatig bepaalde post gestuurd. Hierbij kan gedacht worden aan leden van een vereniging welke het verenigingsblaadje ontvangen. Personen kunnen over het algemeen zichzelf aan- of afmelden bij degene die de lijst beheert.

Internet (e-mail)
Hetzelfde verhaal als een mailinglijst per post, alleen hier zijn de adressen e-mail. Bovendien is het vaak het geval dat de lijst automatisch geüpdatet wordt en dat mensen zichzelf kunnen aan- en afmelden zonder tussenkomst van personen. Inmiddels bestaan er honderdduizenden, misschien zelfs miljoenen mailinglijsten, ook wel discussielijsten genoemd.
Een mailserver is een server die verantwoordelijk is voor het verwerken van e-mail. Een andere, meer technische benaming voor een mailserver is Mail Transfer Agent (MTA).

Een mailserver voert over het algemeen twee verschillende taken uit: e-mail uitwisselen met clients en e-mail routeren naar andere mailservers. Voor deze twee taken worden over het algemeen verschillende protocollen gebruikt: POP3 en IMAP voor het eerste, SMTP voor de laatste. Het uitwisselen van e-mail met een client is de taak die uitgevoerd wordt door een Mail Submission Agent (MSA) en Mail Delivery Agent (MDA). De meeste mailservers vervullen zowel de rol van MTA als MSA en MDA. Er is wel speciale software voor de rol van MDA beschikbaar, een voorbeeld hiervan is procmail.

Een gebruiker die e-mail verstuurt of ontvangt heeft over het algemeen geen directe interactie met een mailserver, maar gebruikt hiervoor een Mail User Agent (MUA) ofwel e-mail client. Het is wel mogelijk om een mailserver direct aan te spreken door een Telnet sessie op poort 25 te openen en direct SMTP commando's te geven.

Tegenwoordig heeft een mailserver naast het transporteren van e-mail vaak ook de taak om deze te controleren op virussen, dan wel te markeren als spam (ongewenste e-mail)
Een nieuwsbrief is een regelmatige publicatie, over het algemeen rond een hoofdthema, waar al dan niet gratis op geabonneerd kan worden. Veel nieuwsbrieven worden uitgegeven door verenigingen of commerciële instellingen, zoals bedrijven, om informatie te verstrekken aan de leden of werknemers. Traditioneel werden nieuwsbrieven per post verstuurd naar de abonnees, tegenwoordig kan dit ook per e-mail. De nieuwsbrief heeft als doel abonnees op de hoogte te brengen van het laatste nieuws. Een nieuwsbrief per e-mail wordt ook wel eens met 'elektronische nieuwsbrief', 'e-mail', 'e-nieuws' of 'e-nieuwsbrief' aangeduid.

Online nieuwsbrieven
Veel website en bedrijven hebben tegenwoordig ook online nieuwsbrieven (vaak aangeduid met de Engelse term newsletter) die via e-mail worden verstuurd naar mensen op de mailing list zijn ingeschreven. Deze nieuwsbrieven informeren de lezers over updates van de site en/of leveren informatie die eraan verbonden is. Bovendien kunnen nieuwsbrieven een rol spelen in het opbouwen en in stand houden van de relatie van de gebruikers met een website.
POP (Post Office Protocol) is het meestgebruikte protocol voor het ophalen van e-mail van een mailserver. Inmiddels is POP in de 3e versie.

POP3 is een internetstandaard voor het overbrengen van e-mail van een server naar een client (e-mail van de gebruiker) over een TCP/IP-verbinding (gewoonlijk over poort 110). Bijna alle internetproviders bieden een e-mail aan dat beschikbaar is via POP3.

De huidige versie van Post Office Protocol, POP3, verschilt sterk van de vroegere versies van het POP-protocol, nl. POP (gewoonlijk POP1 genoemd) en POP2. Gewoonlijk wordt met de term "POP" POP3 bedoeld als het over e-mail gaat.

POP3 en zijn voorgangers zijn zo gemaakt dat de gebruikers zonder constante internetverbinding (zoals dial-up-internet) hun e-mail kunnen ophalen als ze verbonden zijn met het internet, en vervolgens de berichten kunnen bekijken en bewerken zonder dat het nodig is om met het internet verbonden te blijven.

Het is gebruikelijk dat een client verbinding maakt met een POP3-server en dan alle e-mail ophaalt en lokaal opslaat. Vervolgens worden de berichten verwijderd van de server en wordt de verbinding verbroken. Daarnaast bieden de meeste clients de mogelijkheid om de berichten op de server te laten staan.

Dit is in tegenstelling tot het modernere IMAP-systeem dat zowel een "disconnected mode" (de POP3-methode) als een "connected mode" ondersteunt. Clients die IMAP gebruiken laten de berichten gewoonlijk op de IMAP-server staan tot de server ze expliciet verwijdert. Dit en andere eigenschappen van het IMAP-systeem laten toe dat meerdere clients toegang hebben tot dezelfde mailbox. De meeste e-mail's ondersteunen zowel POP3 als IMAP, maar internetproviders bieden vaak geen IMAP aan.

Zowel bij het gebruik van POP3 als IMAP om de e-mail op te halen wordt het SMTP-protocol gebruikt om e-mail te versturen. e-mail worden vaak "POP-clients" of "IMAP-clients" genoemd, maar in beide gevallen wordt voor de verzending van e-mail gebruikgemaakt van SMTP.

Zoals veel andere oudere internetprotocollen ondersteunt POP3 oorspronkelijk maar één manier om in te loggen en dat is onversleuteld, dus zonder encryptie. Deze manier om het wachtwoord zonder versleuteling te versturen naar de POP3-server wordt nog heel veel gebruikt. Momenteel ondersteunt POP3 verschillende methodes om in te loggen met verschillende veiligheidsniveaus. Zo is het mogelijk gemaakt om POP3-verkeer door middel van SSL te versleutelen.


POP3 en veiligheid
POP3 is een relatief onveilig protocol, met name doordat nergens in de RFC-documenten staat vermeld dat een account tijdelijk geblokkeerd moet worden als 3 keer het verkeerde wachtwoord wordt ingegeven. Hierdoor kan men zeer eenvoudig een woordenboek-wachtwoordhack op een account uitproberen zonder dat daar direct erg veel van opgemerk wordt. Het is dus raadzaam om een goed wachtwoord te kiezen dat langer is dan 7 karakters en geen bekend woord is. Hiermee geef je jezelf meer garantie dat je e-mail ongelezen blijven.
Simple Mail Transfer Protocol (SMTP) is de de facto-standaard voor het versturen van e-mail over het internet.

SMTP is een relatief simpel, tekstgebaseerd protocol: eerst wordt de afzender van het bericht gespecificeerd, daarna één of meerdere ontvangers en vervolgens de verzendgegevens en inhoud van het bericht. Het is gemakkelijk om een SMTP-server te testen door middel van het telnet-programma. SMTP gebruikt TCP-poort 25.

Om de SMTP-server voor een domein te bepalen wordt het MX-record (MX = Mail eXchange) van DNS gebruikt.
Uploaden is computerjargon voor het verzenden van bestanden of andere gegevens van de ene computer naar de andere computer, waarbij het initiatief van de verzendende computer uitgaat. De verzender heet client, de ontvanger heet server. Wil men gegevens van een lokale computer voor het internet, bijvoorbeeld Wikipedia, toegankelijk maken, dan geschiedt dat met een upload, maar het verzenden van e-mail met SMTP is ook een upload.

Ook het overzetten van bestanden vanaf externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera naar de (eigen) computer, kan worden aangeduid als uploaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over uploaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een klein medium (bijvoorbeeld een CD-ROM) naar een groot medium (bijvoorbeeld de computer). Voor downloaden geldt dan het omgekeerde.

Uploaden vanuit een browser
Voor het uploaden van bestanden vanuit een form in een webbrowser (via het HTTP protocol) is door W3C een standaard encoding geformuleerd: multipart/form-data. Deze encoding maakt het mogelijk dat één of meerdere bestanden samen met andere formelementen in één request naar de server worden gestuurd. Op de server kan het opgestuurde request worden ontleed in de oorspronkelijke gegevens en bestanden.

In de begintijd van het www was het uploaden van een bestand vanuit de browser niet mogelijk. Voor Internet Explorer versie 3 moest een speciale add-on worden geïnstalleerd om dit mogelijk te maken. Netscape ondersteunt file-upload vanaf versie 3. Vanaf 1997 is file-upload standaard in browser ingebouwd.
Een visitekaartje, ook wel naamkaartje genoemd, is een kartonnen kaartje waarop een personeelslid of freelancer zich kan presenteren aan anderen, door dit kaartje uit te delen. Ook een privépersoon kan een visitekaartje hebben.

Een visitekaartje kan worden gemaakt door een drukker, maar er zijn ook automaten waaruit men tegen betaling een stapeltje visitekaartjes kan halen in een standaard lay-out.

Op het kaartje staat meestal vermeld:
- Naam van degene die het uitdeelt, eventueel met titels
- Functie
- Bedrijfsnaam
- Telefoonnummer(s)
- Adresgegevens van het bedrijf waarvoor hij of zij werkt
- Het logo (beeldmerk) van het bedrijf
- E-mailadres
- Adres van de website
Visitekaartjes worden zowel enkelzijdig als dubbelzijdig gedrukt en soms ook eenmaal gevouwen. De gebruikte papiersoort is meestal houtvrij dun karton, bijvoorbeeld 300 g/m2.

Sommige mensen laten hun visitekaartje beschermen met behulp van een lamineerapparaat. Ook was het een tijd hip om je visitekaartje als cd-rom uit te delen, met daarop bijvoorbeeld een bedrijfspresentatie. Deze cd-rom was in het formaat van een cd-single en er zijn zelfs rechthoekige exemplaren gemaakt die nauwelijks groter waren dan een normaal visitekaartje. Deze media konden 50 - 100 Mb aan data bevatten.

Er bestaan speciale doosjes om visitekaartjes in te bewaren. Mensen die veel visitekaartjes krijgen van relaties bewaren deze in mappen die plastic bladzijden met vakjes bevatten in de maat van visitekaartjes.
Het WWW is ontwikkeld vanaf 1991 door de Engelse softwareontwikkelaar Tim Berners-Lee en diens projectmanager de Belg Robert Cailliau, die toen werkzaam waren op CERN, het Europese instituut voor kernfysica in Genève. Doel van het WWW was om de informatieuitwisseling te vergemakkelijken tussen de wetenschappers die samenwerken in de veelal internationale projecten van CERN. Het doel was om een wiki-achtige omgeving op te zetten waarin projectdocumentatie en andere informatie wordt aangemaakt en bijgehouden in een gemeenschappelijk gemaakte hypertext die direct over het internet te bekijken en te wijzigen is. Aangenomen mocht worden dat elke deelnemer een computer met internetverbinding had, maar niet mocht worden aangenomen dat elke deelnemer ook hetzelfde soort computer met dezelfde soort grafische mogelijkheden en hetzelfde operating system had; vandaar dat het WWW van meet af aan platformonafhankelijk is geweest.

WorldWideWeb was de naam voor zowel het project als de software die ervoor geschreven werd. De software werd door Berners-Lee ontwikkeld op de NeXT in Objective C. Daarna werd de code vertaald naar C zodat ook voor andere platforms WWW-software geschreven kon worden. Het NCSA maakte op basis van deze code in 1992 de grafische webbrowser Mosaic, die de doorbraak voor het WWW betekende, en ook een eigen webserver, en voerde tal van innovaties door. Binnen een jaar steeg het aantal webservers van een handjevol naar duizenden en werd het WWW een standaardvoorziening die even belangrijk was als e-mail. Zowel de code van CERN als die van NCSA waren open source, waardoor het ook voor derden (zoals Microsoft) relatief gemakkelijk was om WWW-software te ontwikkelen.