Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor 'http'
Het HyperText Transfer Protocol (HTTP) is het protocol voor de communicatie tussen een webclient (meestal een webbrowser) en een webserver. Dit protocol wordt niet alleen veel op het World Wide Web gebruikt, maar ook op lokale netwerken (we spreken dan van een intranet).

In HTTP is vastgelegd welke vragen (de Engelse term hiervoor is requests) een cliënt, bijvoorbeeld een webbrowser, aan de server kan stellen en welke antwoorden (de Engelse term is responses) een webserver daarop kan teruggeven. Elke vraag bevat een URL die naar een webcomponent of een statisch object zoals een webpagina of plaatje verwijst.
Een intranet is een privaat netwerk binnen een organisatie. Het kan bestaan uit verschillende aan elkaar gekoppelde LAN's. Voor de gebruiker is het net een private versie van het internet.

De meeste intranetten zijn via een gateway gekoppeld aan het wereldwijde internet. Het primaire doel van een intranet is het elektronisch delen van informatie binnen een organisatie. Tevens kan het gebruikt worden voor teleconferenties en om het elektronisch samenwerken in groepen te faciliteren en stimuleren.

Een intranet maakt gebruik van verschillende internetprotocollen zoals transmissieprotocol TCP/IP of UDP/IP, en het opmaakprotocol HTTP. TCP/IP en UDP/IP zorgen voor de overdracht van informatie tussen twee netwerksystemen; HTTP beschrijft hoe de tekst moet worden opgemaakt (zoals vet, de grootte van letters). Door middel van tunneling is het mogelijk voor een organisatie om via een publiek netwerk, zoals het internet, afzonderlijke delen van het intranet aan elkaar te koppelen. Door middel van speciale encryptie/decryptie methoden en andere aanvullende veiligheidsmaatregelen wordt de betrouwbaarheid van de overdracht verzekerd.

Grotere organisaties staan hun gebruikers binnen het intranet toe het publieke internet te raadplegen. Deze organisaties maken dan gebruik van zogenaamde Firewall Servers. Deze bezitten de mogelijkheid om het inkomende en uitgaande netwerkverkeer te analyseren zodanig dat de veiligheid van de organisatie gewaarborgd blijft.

Wanneer een organisatie een gedeelte van haar intranet toegankelijk maakt voor klanten, partners, leveranciers of anderen buiten de organisatie noemt men dat gedeelte een extranet.

Ook: intern communicatie, intern netwerk, intranet-systeem
Secure Sockets Layer (SSL) en Transport Layer Security (TLS) (zijn opvolger), zijn encryptie-protocollen die communicatie op het Internet beveiligen.

Omschrijving
Deze beide protocollen leveren door middel van cryptografie zowel authenticatie als een beveiligde verbinding met het Internet. In alledaags gebruik wordt alleen de authenticiteit van de server gecontroleerd, terwijl de client geheel onbekend blijft. Door het gebruik van PKI is het ook mogelijk om clients te authenticeren. De protocollen kunnen ook gebruikt worden om client/server-applicaties te beveiligen tegen bijvoorbeeld afluisteren.

Zowel TLS als SSL maakt gebruik van een aantal verschillende stadia:
- Peer negotiation for algorithm support
- Public-key encryption-based key exchange and certificate-based authentication
- Symmetric cipher-based traffic encryption

Toepassingen
Zowel het SSL- als het TLS-protocol draait op een laag onder applicatieprotocollen als http, SMTP, FTP en Usenet en boven het transportprotocol TCP, dat deel uitmaakt van de protocolsuite TCP/IP. Ondanks dat zowel SSL als TLS veiligheid kan bieden aan elk protocol dat gebruik maakt van TCP, wordt SSL het meest gebruikt voor http, bijvoorbeeld ter beveiliging van creditcard-gegevens.

Indien men het gebruikt om http te beveiligen, wordt het "http://" gedeelte in een URL vervangen door "http://", waarbij de s staat voor "secure". Ook andere klassieke TCP/IP-applicatielaagprotocollen waarbij de informatie (zoals wachtwoorden) normaal onversleuteld over het netwerk gaan, kunnen met SSL/TLS worden beveiligd.

Geschiedenis en ontwikkeling
SSL versie 3.0 is ontwikkeld door Netscape en uitgebracht in 1996. Deze versie werd later de basis voor het Transport Layer Security (TLS), een IETF-standaardprotocol. De eerste definitie van TLS kwam voor in RFC 2246: "The TLS Protocol Version 1.0". Visa, MasterCard, American Express en andere financiële instellingen hebben het gebruik van TLS voor commerciële doeleinden gestimuleerd.
Uploaden is computerjargon voor het verzenden van bestanden of andere gegevens van de ene computer naar de andere computer, waarbij het initiatief van de verzendende computer uitgaat. De verzender heet client, de ontvanger heet server. Wil men gegevens van een lokale computer voor het internet, bijvoorbeeld Wikipedia, toegankelijk maken, dan geschiedt dat met een upload, maar het verzenden van e-mail met SMTP is ook een upload.

Ook het overzetten van bestanden vanaf externe gegevensbronnen zoals een CD-ROM of een digitale camera naar de (eigen) computer, kan worden aangeduid als uploaden. Daarbij wordt de conventie gehanteerd dat men het over uploaden heeft als er sprake is van gegevensoverdracht van een klein medium (bijvoorbeeld een CD-ROM) naar een groot medium (bijvoorbeeld de computer). Voor downloaden geldt dan het omgekeerde.

Uploaden vanuit een browser
Voor het uploaden van bestanden vanuit een form in een webbrowser (via het HTTP protocol) is door W3C een standaard encoding geformuleerd: multipart/form-data. Deze encoding maakt het mogelijk dat één of meerdere bestanden samen met andere formelementen in één request naar de server worden gestuurd. Op de server kan het opgestuurde request worden ontleed in de oorspronkelijke gegevens en bestanden.

In de begintijd van het www was het uploaden van een bestand vanuit de browser niet mogelijk. Voor Internet Explorer versie 3 moest een speciale add-on worden geïnstalleerd om dit mogelijk te maken. Netscape ondersteunt file-upload vanaf versie 3. Vanaf 1997 is file-upload standaard in browser ingebouwd.
Een URI, voluit een Uniform Resource Identifier, is een internet-protocolelement, gebaseerd op eerdere voorstellen van Tim Berners-Lee.

URL en URN
Een URL is een URI die impliciet de locatie en benaderingswijze van een bepaalde bron ("resource") definieert. Https:// geeft aan dat het via een netwerk benaderd kan worden. Dit is niet het geval bij een URN waar alleen de naam, en dus de identiteit van de bron, bekend is. Wikipedia kan bijv. dan de bron zijn, maar hoe je dan wikipedia zou bereiken is dan niet verder duidelijk als verder niet wordt aangegeven hoe je het bereikt, zoals dus bij een URN.

Een URN is een URI die slechts gebruikt wordt als een (unieke) naam, maar niets zegt over waar en hoe deze bron gevonden kan worden.
Het World Wide Web Consortium (W3C) is een organisatie die de webstandaarden voor het World Wide Web ontwerpt, zoals HTML, XHTML, XML en CSS. Het wordt geleid door Tim Berners-Lee, de originele bedenker van het HTTP protocol en HTML, waar het Web oorspronkelijk en nog steeds grotendeels op gebaseerd is. De organisatie is in 1994 opgericht in samenwerking met CERN, ondersteund door DARPA en de Europese Commissie.
Een professionele website op maat, webstek of web site (afgeleid van het woord wereldwijde web) is een verzameling samenhangende webpagina's met mogelijk andere data, zoals afbeeldingen en video's, die gehost worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

Een webpagina is een document, typisch geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van een gebruiker).

Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in bruikbare informatie voor de gebruiker zoals het tonen van een webpagina.

Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web" wat weer een deel van een bepaalde laag van het Internet vormt.

Een kern eigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, een deel van het concept Hypertext, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of ander digitale entiteit doorspringen.

De webpagina's van een website zijn meestal toegankelijk via een specifieke node (URI). Vaak wordt deze specifieke startnode de homepage genoemd. De URI's van de webpagina's zijn meestal georganizeerd in een hierarchy. De hyperlink tussen de webpagina's geven echter per gebruiker een andere representatie van de betreffende website.

Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen door het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C. De directeur van het W3C is Tim Berners-Lee, die in 1991 HTML voorstelde, als subset van het complexere SGML als vervolg op de hypertext achtige implementatie Gopher (het WWW is daarmee nog steeds geen hypertext systeem). Naast verschillende andere initatieven bleek HTML uiteindelijk het succesvolst.