Verklarende woordenlijst met vakjargon

Hieronder vindt u een lijst met vaktermen die vaak door ons gebruikt worden.

Gezien we over een uitgebreide woordenlijst beschikken kan u gebruik maken van onze handige zoekfunctie:

Resultaten voor 'website'
.com is een generiek topleveldomein gebruikt bij het Internet Domain Name System. Het was een van de eerste TLD's en is uitgegroeid tot de meest gebruikte. Het wordt momenteel onderhouden door VeriSign. Het eerste .com internetadres werd geregistreerd op 15 maart 1985 door Symbolics, een computerbedrijf uit Cambridge.[1] Het wordt uitgesproken als dot-com en is zo in de Engelse taal gekomen. Dit wordt ook met andere TLD's gedaan zoals "dot-net' (.net), "dot-info" (.info), enz. Ze zijn niet zo populair geworden om in de taal te komen als .com, maar worden wel vaak zo uitgesproken in radiocommercials bijvoorbeeld. Topleveldomeinen die geen uitspreekbare woorden vormen, waaronder de meeste landcodes als bijvoorbeeld .uk, .ca, of .au, alsmede "dot-ee-dee-joe" (.edu) worden doorgaans gewoon gespeld.

Alhoewel .com-domeinen altijd bedoeld zijn geweest voor commercieel gebruik, kan iedereen ze registreren. In de jaren '90 werd .com het meest algemene top-level domain voor website, vooral commerciële. De introductie van .biz, dat voor bedrijven is gemaakt, heeft weinig impact gehad op de populariteit van .com.

Een alternatief gebruik van de frase dot-com is dat bedrijven het gebruiken in hun naam. Voorbeelden zijn Amazon.com, eBay en Google. Er zijn ook bedrijven, en vooral organisaties die de extensie .org achter hun naam zetten zoals OpenOffice.org, maar dit is nooit zo populair geworden als .com.

Iedereen kan een .com-domein registreren, maar ook landen (uitgezonderd de Verenigde Staten die domeinen gebruikt als .edu, .gov en .mil) gebruiken tweede-level-domeinen voor hun landcode-TLD. Deze hebben vaak de vorm van .com.xx of .co.xx, waarbij xx het landcode-TLD is. Voorbeelden zijn Australë (.com.au), het Verenigd Koninkrijk (.co.uk), Mexico (.com.mx), Nieuw-Zeeland (.co.nz), de Volksrepubliek China (.com.cn), Japan (.co.jp), Zuid-Korea (.co.kr), Polen (com.pl) en India (.co.in).

Vaak registreren noncommerciële sites van non-profitorganisaties, regeringen enz. een .com-domein, waardoor het domein niet meer z'n oorspronkelijke doel heeft. Een .org- of .gov-domein past beter bij het doel van dat soort website. Ook registreren sites vaak .com-domein als reserve en preventie tegen scams.

Registraties verlopen via aangewezen ambtenaren en geïnternationaliseerde domeinnamen worden ook geaccepteerd.
Adobe Dreamweaver is een uitgebreide wysiwyg editor voor HTML en andere webtalen zoals PHP, JavaScript, CSS, CFML (Coldfusion), ASP, XSLT en XML. Dreamweaver wordt gebruikt door webontwikkelaars voor het ontwerpen van website. Het werd ontwikkeld door het bedrijf Macromedia, dat later overgenomen werd door Adobe.
Adobe Flash (voorheen bekend als Macromedia Flash en daarvoor FutureSplash) is een computerprogramma waarmee animatie, webvideo's, online folder, flashpresentatie en webapplicaties (zoals spelletjes en website) gemaakt kunnen worden. Het wordt veel gebruikt om website aan te kleden en voor reclame-uitingen bij website, zogenaamde banners. De bekende animatie Happy Tree Friends wordt met dit programma geproduceerd en talloze andere website en website intro's maken gebruik van Flash. Om Flash-inhoud af te spelen wordt Adobe Flash Player gebruikt.

Flash is opgebouwd als een soort tekenfilm. Per tijdseenheid bepaalt de ontwikkelaar wat de bezoeker te zien krijgt. Een tijdseenheid wordt een frame genoemd. Een belangrijke tijdseenheid heet een keyframe. Zij vormen de uiteindelijke basisstructuur van de applicatie of animatie. Het kan ook gebruikt worden voor een flash presentatie, volledige flash website, flashanimatie, flash-applicaties of geanimeerde presentatie.
Active Server Pages (ASP) is een door Microsoft ontwikkelde technologie om dynamische webpagina's en complete website te genereren. Met dynamisch wordt in dit verband bedoeld dat de pagina's zoals de gebruiker ze op z'n browser te zien zal krijgen elke keer opnieuw worden opgebouwd. Op deze manier kan actuele informatie deel uitmaken van een pagina. 'Actueel' kan betekenen dat de informatie pas beschikbaar komt nadat de html al bepaald is; het kan ook zijn dat de informatie pas bekend is nadat de gebruiker heeft aangegeven waarnaar hij op zoek is; denk aan snuffelen in een assortiment. Dit staat dan tegenover statische webpagina's waarbij de html code ooit is aangemaakt, de gebruiker krijgt steeds dezelfde versie te zien. Tegenwoordig wordt ASP verder ontwikkeld onder de naam ASP.NET. ASP.NET is een nieuwe taal, gebaseerd op ASP, waarin meer mogelijkheden zitten en waarbij gewerkt wordt binnen het .NET-framework.

ASP is een technologie en dus geen programmeertaal. Je kunt ASP pagina's herkennen aan hun extensie ".asp". Net als binnen de nieuwe versie van ASP, ASP.NET, kunnen er binnen ASP pagina's gekozen worden voor een specifieke programeertaal. In de meeste gevallen wordt VBScript gebruikt omdat dit de standaard taal is, maar er kan ook standaard gekozen worden voor JScript. ASP kan in principe alle scripttalen ondersteunen als de desbetreffende interpreter op de webserver is geïnstalleerd. Er is bijvoorbeeld een interpreter voor Perlscript beschikbaar via ActiveState.

ASP wordt normaliter gebruikt op een Windows besturingssysteem. Er zijn echter ook goede implementaties van ASP beschikbaar voor Unix (en verwante) platforms.

ASP wordt meestal gebruikt samen met een data op de server waarin gegevens worden opgeslagen. Hiermee kunnen applicaties worden gebouwd als een forum, een weblog, en een nieuwsapplicatie. Voor communicatie met een data zijn standaard ADODB componenten beschikbaar.

Een ASP applicatie bestaat uit een aantal samenhangende webpagina's. Deze pagina's kunnen gebruikmaken van dezelfde cookies. ASP zet een session-cookie om het mogelijk te maken gegevens van een bezoeker in dezelfde website bij te houden. Deze gegevens worden op de webserver als tijdelijke sessievariabelen bijgehouden, bijvoorbeeld om te onthouden of een bezoeker is ingelogd.

Het Microsoft.XMLDOM component geeft ASP de mogelijkheid om met XML te werken. Behalve html kan ASP ook andere contenttypes sturen, zoals GIF- en JPEG-afbeeldingen.

Vanaf 2002 ontwikkelt Microsoft de opvolger van ASP in de vorm van ASP.Net. Belangrijke concurrenten van ASP zijn Java Server Pages, PHP, en mogelijk in de toekomst Ruby on Rails.
De term "bedrijfsfilm" is een allesomvattende beschrijving voor video's gemaakt voor zakelijke en/of informatieve doeleinden. Daaronder vallen bedrijfspromotie's, product's, promotie, trainingsvideo's, instructievideo's en informatieve video's. Een bedrijfsfilm wordt vaak ingezet voor een bepaald doel in een bedrijfs- of B2B-milieu en wordt bekeken door een beperkte doelgroep. Het doel van een bedrijfsfilm is veelal interactief klantenwerving, kostenbesparing of risicover. Het laten maken van een bedrijfsfilm valt vaak onder de verantwoordelijkheid van de marketing- en communicatie van een bedrijf.

Hoewel bedrijfsvideografie al sinds 1970 bestaat, is de product ervan na 1990 in een stroomversnelling geraakt. Met de groei in digitale technologie is er nu vaak de samensmelting van bedrijfsfilms en andere vormen van mediacommunicatie, zoals televisie en internet. Een bedrijf kan beschikken over een promotionele video op zijn website of op een videowebsite als YouTube en is dan in potentie bereikbaar voor een veel breder publiek.

Een bedrijfsfilm, reclame of promotie kan worden geproduceerd met behulp van dezelfde product en stijl als een televisieprogramma (dezelfde faciliteiten en crew) en weet zo het publiek te boeien, zoals ze gewend zijn te kijken naar populaire media. Een bedrijfsfilm zou zelfs het thema kunnen hebben van een bekende tv-serie.

Een videoproduct ontvangt instructies van de opdrachtgever, ontwikkelt een script of scenario en plan van aanpak (en soms een storyboard), met de opdrachtgever wordt een draaiboek en leveringsdatum overeengekomen. De product en -omvang van een bedrijfsfilm kunnen sterk variëren. Voor sommige video's wordt slechts een minimale crew en basisuitrusting ingezet, terwijl andere bedrijfsfilms (vaak met een hoger budget) een vergelijkbaar niveau hebben als dat van een tv-uitzending of reclame.

Het product omvat dikwijls de volgende fasen:
- Preproduct, planning, inclusief script en storyboard. Overeenkomst tussen videoproduct/product en de klant.
- product, inclusief opnamen op locatie of in de studio met cameraploeg en regisseur. Mogelijk ook met bijvoorbeeld acteurs en/of presentatoren.
- Postproduct en videomontage. Het gefilmde beeldmateriaal wordt bewerkt. In deze fase wordt ook een voice-over opgenomen, een sounddesign ontwikkeld en worden afbeeldingen alsook 2D/3D-animatie toegevoegd, om de bedrijfsfilm vervolgens te kunnen renderen, d.w.z. alle beelden te kunnen verwerken tot één geheel.
Een content-beheersysteem of contentmanagementsysteem is een softwaretoepassing, meestal een webapplicatie, die het mogelijk maakt dat mensen eenvoudig, zonder veel technische kennis, documenten en gegevens op internet kunnen publiceren (contentmanagement). Als afkorting wordt ook wel CMS gebruikt, naar het Engelse content management system (inhoudbeheersysteem). Een functionaliteit van een CMS is dat gegevens zonder lay-out (als platte tekst) kunnen worden ingevoerd, terwijl de gegevens worden gepresenteerd aan bezoekers met een lay-out door toepassing van sjablonen. Een CMS is vooral van belang voor website waarvan de inhoud regelmatig aanpassing behoeft, en de inhoud in een vaste lay-out wordt gepresenteerd aan bezoekers. De meeste grote bedrijven gebruiken voor hun website tegenwoordig een CMS. Een bekende variatie op het CMS is bijvoorbeeld de weblog.

Naast bovenstaande betekenis van content management (ook wel web content management) wordt de term ook gebruikt voor de bredere variant, Enterprise Content Management (ECM).

Een webmanager kan voor de invulling van een CMS-website zorgen.

Ook: back office, backoffice, CMS-pakket, content management systeem, contentmanagementsysteem, web eye.

Creatief gebruikt Web-Eye als CMS-pakket, dit werd volledig zelf ontwikkeld
Een domeinnaam is een naam in het Domain Name System (DNS), het naamgevingssysteem op internet waarmee netwerken, computers, webservers, mailserver en andere toepassingen worden geïdentificeerd.

De verschillende delen van een domein worden van elkaar gescheiden door punten. Een voorbeeld van een domein is creatief.be. Om deze naam vast te leggen is een registratie vereist. Meestal is dit de naam van de persoon of het bedrijf waarover de pagina gaat, soms is het ook het thema van de website. In principe is alles mogelijk, zolang de naam bestaat uit een combinatie van twee of meer tekens. De combinatie mag bestaan uit de letters a tot en met z, eventueel aangevuld met cijfers 0 tot en met 9 of een streepje -.
E-mail (ook wel email, e-post of elektronische post) is het versturen van digitale boodschappen via onder andere internet. De eerste e-mail over een computernetwerk werd in 1971 door Ray Tomlinson verzonden. Rond 1995 werd het populair bij het grote publiek, samen met het wereldwijde web.

E-mail wordt vaak gebruikt voor korte, informele berichten. In tegenstelling tot een brief op papier wordt het bij e-mail geaCC om korte en compacte zinnen te gebruiken. Door het meesturen van bijlage (attachments, mogelijk sinds de Multipurpose Internet Mail Extensions, MIME, zijn ingevoerd) is het ook mogelijk om inhoud in een andere vorm dan tekst te versturen.

Recentelijk heeft communicatie per e-mail dezelfde wettelijke status gekregen als die per brief. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen. De authenticiteit moet zijn gewaarborgd, er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. De zogenaamde "elektronische handtekening" biedt hier uitkomst. De voordelen van een dergelijk gebruik van e-mail ten opzichte van andere vormen van communicatie zijn:
- Snellere communicatie;
- Sneller tot een contract kunnen komen;
- Besparing van (verzend)kosten;
- Men hoeft niet meer in persoon bij de ander langs.

E-mail waaraan de ontvanger weinig waarde toeschrijft wordt junkmail genoemd. Een vorm van junkmail is spam, e-mail die ongevraagd aan een groot aantal ontvangers wordt verstuurd. Een e-zine is een tijdschrift dat via e-mail wordt verzonden. Een variant hierop is de e-mail-nieuwsbrief.

Voorgangers van e-mail zijn de brief, het telegram, de telex, de telefax en binnen Nederland het op Datanet gebaseerde Memocom 400 dat echter nooit suCC werd. Wellicht wordt e-mail op termijn opgevolgd door mobiele communicatie, zoals de SMS. In de context van e-mail wordt de veel tragere briefpost vaak snail mail genoemd.

E-mail is tegenwoordig vooral alleen toegankelijk via het Internet-netwerk, maar e-mail kan ook buiten het Internet-netwerk om toegankelijk zijn omdat de oorspronkelijke e-mail niet netwerkafhankelijk is.

Routering en infrastructuur
Over het algemeen wordt een e-mail niet direct naar de ontvanger gestuurd, maar verloopt de verzending via een of meer tussenschakels. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal andere internetdiensten, met name DNS. Een e-mail-gebruiker gebruikt een bepaald e-mail-aCC, bijvoorbeeld bij een Internet Service Provider of een andere aanbieder van e-mail-diensten zoals Gmail, Yahoo!, Hotmail of Windows Live Mail.

Aan een e-mail-aCC is een e-mailadres gekoppeld. Dit adres is opgebouwd uit een aantal delen: een gebruikersnaam, het @-teken, server- of ISP-naam, en het top-level domain, bijvoorbeeld .be.

Voorbeeld: info@creatief.be

Hier is:
- info" de gebruikersnaam
- "creatief" de domeinnaam (kan de ISP-naam zijn)
- ".be" de top-level-domain aanduiding
De gebruiker schrijft de e-mail met behulp van een e-mailclient. Dit programma verstuurt de e-mail vervolgens naar de mailserver waarop het mailaCC bekend is. Als de e-mail gericht is aan een e-mailadres dat niet door deze mailserver wordt beheerd, wordt via DNS het adres van een mailserver gezocht die dat wel doet. De mailserver zal de e-mail dan doorsturen naar deze mailserver. Deze stap kan meerdere malen worden uitgevoerd. Vaak voorkomende begrippen in e-mailprogramma's zijn 'CC' en 'CC'>BCC', die meestal onder het vak van de geadresseerde staat bij het schrijven van een e-mail. Deze termen staan voor 'Carbon Copy' respectievelijk 'Blind Carbon Copy'. Dit wil zeggen dat er een kopie van de e-mail aan een andere persoon wordt gestuurd. Bij CC'>BCC wordt deze kopie verstuurd zonder dat de originele ontvanger dit kan zien bij de geadresseerden.

Adressering
Meestal begint een bericht zijn reis doordat het met SMTP aan een SMTP-server wordt verstuurd. Meestal is dat de SMTP-server van de eigen provider, maar het is soms ook mogelijk het bericht naar de SMTP-server van de ontvanger te sturen. Andere SMTP-servers zullen het bericht meestal[bron?] weigeren.

Verzenden met SMTP
Het bericht bestaat in SMTP uit de volgende delen:
- EHLO (verouderd: HELO)
- MAIL FROM: adres van afzender
- RCPT TO: adres van ontvanger
- DATA
- From: adres van afzender
- To: adres van ontvanger
- Subject: onderwerp
- (lege regel)
- tekst van bericht
- . (een regel met alleen een punt geeft het einde aan)

+ De regels 2 en 3 vormen de envelop en zijn vergeljkbaar met de envelop van een papieren brief. Deze gegevens worden gebruikt bij de verzending en eventueel om een bericht naar de afzender te sturen als er een probleem ontstaat.
+ De regels 5, 6 en 7 vormen de header. Deze gegevens zijn vergelijkbaar met het briefhoofd van een papieren brief. Terwijl het bericht met SMTP van server naar server wordt doorgegeven, worden er steeds gegevens aan de header toegevoegd, zodat de routering van het bericht kan worden nagegaan. Deze gegevens worden onderweg niet gelezen en het is dus heel goed mogelijk dat regel 5 en 6 onjuiste adressen bevatten. Ook bij een papieren brief let de post niet op het briefhoofd maar alleen op de envelop.
+ Na de header komt een lege regel en daarna komt de body.

Een bericht kan naar meerdere adressen worden gestuurd door regel 3 te herhalen. Een e-mailcliënt zal dan ook de hele lijst (tot veler ergernis) in regel 6 zetten. Gebruikt men CC'>BCC, dan wordt dat adres wel in regel 3, maar niet in regel 6 gezet, maar die wordt bij de routering immers genegeerd.

Ontvangen met POP3
De uiteindelijke bestemming is meestal een particuliere computer die niet altijd met het internet verbonden is. Daardoor is het niet praktisch het bericht met SMTP naar de bestemming te leiden. Meestal eindigt het bericht dan ook bij de POP3-server van de geadresseerde. De geadresseerde kan het bericht daar ophalen. Daarbij gaat de envelop verloren.

De e-mailcliënt scheidt meestal header en body van elkaar. De body wordt in het berichtvenster getoond, en de relevante gegevens uit de header (verzender, ontvanger, onderwerp) in aparte velden. Wordt het bericht beantwoord, dan wordt er gebruik gemaakt van de regel Reply-to in de header, als die aanwezig is.

Soms worden afbeeldingen in een e-mail niet meegestuurd maar worden ze bij het weergeven ingevoegd van het web. In dat geval moet men niet alleen bij het ophalen van de e-mail maar ook bij het lezen verbinding hebben met internet.

Doorsturen
Soms komt het voor dat een SMTP-server is ingesteld om een bericht naar een ander adres door te sturen. Deze server verandert dan het RCPT TO-adres in de envelop en stuurt het bericht verder.

Onzichtbare adressen
Er wordt op gewezen dat de ontvanger, nadat hij een bericht met POP3 heeft ontvangen, in principe niet kan zien wie de verzender is en ook niet aan welk adres het bericht verstuurd was. Deze gegevens stonden namelijk in de envelop en die werd bij POP3 verwijderd. Verder werd het bericht wellicht doorgestuurd (zie vorige paragraaf) waarbij het RCPT TO-adres veranderd werd. Bovendien kan het MAIL FROM-adres onjuist zijn. De ontvanger ziet alleen From en To, maar deze gegevens kunnen door de verzender geheel willekeurig worden ingevuld.

Soms echter zet de server ook nog een extra regel in de header waaraan de ontvanger kan zien welke adressen er oorspronkelijk op de envelop stonden.

Vergelijking met papieren post
De verzender schrijft op een vel papier de gegevens van afzender en geadresseerde (de header) en een bericht (de body). Hij doet de brief in een envelop en schrijft daarop ook de gegevens van afzender en geadresseerde.

De post verstuurt de brief aan de hand van de gegevens op de envelop. Bij elk postkantoor wordt de brief geopend om een poststempel op de brief (niet op de envelop) te zetten.

Moet de brief worden doorgestuurd, dan wordt de envelop vervangen.

Bij aflevering wordt de envelop verwijderd. Alleen de brief wordt bezorgd.

Misbruik
Door de vatbaarheid van met name de e-mailcliënt Outlook Express is de verspreiding van virussen en wormen via e-mail een zeer groot probleem geworden. Voordat e-mail op grote schaal gebruikt werd, werden virussen vooral verspreid via diskettes.

Ook het versturen van grote hoeveelheden spam is een groot probleem. De hoeveelheid spam die verstuurd wordt is dermate groot dat de hoeveelheid e-mails met virussen, wormen of spam meer dan negen maal groter is dan de hoeveelheid reguliere e-mails.

Een andere vorm van misbruik wordt phishing genoemd. Bij phishing wordt onder valse voorwendselen een ongevraagde e-mail verstuurd, waarbij de ontvanger gevraagd wordt om bepaalde informatie, zoals een wachtwoord of een pincode. Meestal is phishing gericht op het verkrijgen van informatie met betrekking tot credit cards of elektronisch bankieren.

Het grote probleem met het fenomeen e-mail is dat het protocol dat wordt gebruikt om e-mails te versturen, SMTP, ontworpen is zonder authenticatielaag. Dit was in eerste instantie misschien niet technisch mogelijk of omslachtig en stond de eigen uitbreiding in de weg, maar is in deze tijd uitermate lastig.

Door dit hiaat kan eender wie een e-mail sturen met als afzendadres niet zijn eigen e-mailadres. Hierdoor krijgen internet gebruikers e-mails in hun postvak die zich voordoen als belangrijke berichten en de gebruiker oproepen actie te ondernemen waardoor ze persoonlijke gegevens zouden meedelen via een getruukeerde website (phishing).

Enkel door de 'header' van de e-mail (een stukje informatie dat de route bevat) te gaan uitpluizen zou men kunnen uitzoeken vanwaar een e-mail daadwerkelijk zou zijn gestuurd, maar dit kan maar tot op een zeker punt, want het dynamisch IP-concept gooit roet in het eten. Doordat iedereen op specifieke momenten een ander IP-adres krijgt van zijn ISP, wordt het traceren van e-mail heel hard bemoeilijkt.

Om misbruik via e-mail te voorkomen (zoals spam) worden ook wegwerp-e-mailadressen gebruikt.

Nevenwerking van e-mailverkeer
Onderzoek wees uit dat e-mailverkeer op de werkplek persoonlijk contact tussen collega's onder druk zet en zorgt voor een minder prettige werksfeer. De helft van de collega's mailt of belt elkaar terwijl men net zo makkelijk even langs kan lopen.
e-mail is een vorm van direct marketing die e-mail gebruikt om commerciële of fondsenwervende boodschappen naar een doelgroep te sturen.

In de breedste zin kan elke e-mail die is gestuurd naar een potentiële of huidige klant worden beschouwd als e-mail, maar deze term wordt normaal gebruikt om te verwijzen naar:
- Het sturen van e-mail met als doel het verbeteren van de relatie van een onderneming met zijn huidige of oude klanten en om klantloyaliteit en herhaal aankopen te vergroten.
- Het sturen van e-mail met als doel om nieuwe klanten te werven of om oude klanten te overtuigen iets onmiddellijk te kopen.
- Toevoegen van reclame in e-mail die door andere bedrijven naar hun klanten worden gestuurd.

De voordelen van e-mail marketing zijn:
- Het is extreem goedkoop. Vergeleken met direct mail of gedrukte nieuwsbrieven zijn de kosten te verwaarlozen, want de adverteerder hoeft niet te betalen voor product, papier, druk of verzending.
- Het is onmiddellijk van aard. In tegenstelling tot een per brief verzonden advertentie, komt een e-mail aan in een paar seconden of minuten.
- Het laat de adverteerder zijn boodschap naar zijn doelgroep toe “duwen”, in tegenstelling tot een website die op klanten wacht om er binnen te komen.
- Het is gemakkelijk om te traceren. Een adverteerder kan geweigerde mails traceren, positieve of negatieve respons, door-clicks en groei in omzet.
- Het is succesvol gebleken als het goed is uitgevoerd.
- Het eerste wat de meeste mensen doen als ze hun computer aan doen, is hun e-mail checken.
- Bepaalde typen interactie met boodschappen kunnen zorgen dat andere boodschappen automatisch worden bezorgd.
E-zine (of ezine) is ontstaan uit de samentrekking van "electronic" en "magazine". In het Nederlands ook wel webtijdschrift of netblad genoemd. Het is een elektronisch tijdschrift over een bepaald onderwerp. De meeste e-zines worden periodiek verspreid via e-mail. Het verschil met een nieuwsbrief is dat een nieuwsbrief meestal alleen verstuurd wordt als er nieuws is.


[bewerk] Toepassing
De e-zine zelf wordt meestal volledig verspreid via e-mail, maar het is ook mogelijk dat via e-mail een link gestuurd wordt naar de abonnees, die op de link kunnen klikken en de e-zine vervolgens op een website lezen. Dit wordt ook wel een webzine genoemd.
Google Adsense is een internet-advertentie, eigendom van Google. De dienst biedt webmasters de mogelijkheid geld te verdienen met hun website door relevante advertentie op de website te plaatsen. Tot de mogelijke advertentie behoren banners, tekstuele links en zoekvensters. De webmaster krijgt telkens een geldbedrag (enkele eurocenten tot tientallen euro's) wanneer een bezoeker de link naar de andere website volgt.

Google Adsense is afhankelijk van Google Adwords, dat bedrijven in staat stelt hun advertentie via het AdSense-netwerk te verspreiden
AdWords is een belangrijk onderdeel van zoekgigant Google. Het laat bedrijven toe reclame te maken op de Google-website, alsook op website die gebruikmaken van Google AdSense. Het zijn advertentie gebaseerd op zoekwoorden gedefinieerd door de adverteerder. Als er op één van deze zoekwoorden wordt gezocht, wordt de advertentie naast of boven de zoekresultaten weergegeven.

Het is de grootste bron van inkomsten voor Google (16,4 miljard euro in 2007).
De huisstijl van een organisatie of bedrijf is een consistente presentatie naar buiten toe, vaak de eerste kennismaking voor klanten en belangrijk voor de uitstral. Er is een duidelijk onderscheid te maken tussen de ruime en de enge definitie van huisstijl.

Huisstijl: ruime definitie
Een huisstijl wordt vaak corporate identity genoemd. In die definitie gaat het over de stijl van het huis, en dat gaat verder dan puur visuele zaken. Het gaat ook over communicatie en over het gedrag van de organisatie en haar medewerkers. Deze 3 elementen (design, communicatie en gedrag) dienen evenveel aandacht te krijgen tijdens een huisstijltraject. Volgens professor C.B.S. Van Riel, in het boek "Identiteit en imago" van 2003, ligt het aandeel van de factor gedrag in de identiteit van een onderneming rond 90%. design en communicatie maken dan de resterende 10%. Huisstijl wordt vaak verwaarloosd, dit kan noodlottige gevolgen hebben voor de onderneming.

Huisstijl: enge definitie
In de enge definitie zien we huisstijl als visuele identiteit van een organisatie. Het betreft uitsluitend het symbolische gedeelte van de bedrijfsidentiteit. Hieronder vallen naam, logo, kleur, typografie (lettertype), vormentaal (stramienen/vlakken/curves/opmaak) en fotografiestijl.

Al deze elementen worden consistent gebruikt in presentatie of op briefpapier, visitekaartje, offertes, facturen, envelop, de website, e-mail etcetera.

Bij grote ondernemingen bewaakt doorgaans de communicatie-afdeling de huisstijl. Dit kan uiteenlopen van het aanreiken van hulpmiddelen om consistent naar buiten te treden (zoals powerpoint templates en digitale logo-bibliotheken) tot een meer politionele rol waarbij toegezien wordt op naleving van interne richtlijnen.
Een hyperlink (of kortweg link) - met een Nederlands woord verbinding of koppeling - is een computer- en internetterm en duidt op een verwijzing (referentie) in een hypertext (bijvoorbeeld een website).

Het activeerbare element van de hyperlink wordt het anker genoemd; meestal is dit een stukje tekst, maar het kan ook bijvoorbeeld een knop, invulbaar veld, of plek (hot spot) in een afbeelding (image map) zijn.

Het volgen van een hyperlink (bv. door erop te klikken) roept een andere plek in de hypertext op, meestal een andere pagina. In interactieve naslagwerken en helpsystemen, bijvoorbeeld, zijn de ankers veelal termen, waar de opgeroepen pagina's nadere uitleg over geven.

Veel hypertext is te verdelen in onafhankelijk onderhouden verzamelingen "hyperdocumenten"; het World Wide Web bestaat bijvoorbeeld uit website. Deze documenten hebben meestal een algemene voorpagina (de homepage van een website). Het maken van hyperlinks naar andere pagina's dan de beginpagina wordt dieplinken genoemd.
De term multimedia wordt op verschillende manieren gebruikt.

- Voor computertoepassingen waarin verschillende media worden gebruikt. In deze context zijn media geluid (bijv. muziek in een mp3- of MIDI-bestandsformaat), stilstaand (bijv. foto's) en bewegend (bijv. animatie of video) beeld, andere informatie (bijv. tekst), alsook invoermedia als toetsenbord, aanraakscherm, joystick, MIDI-klavier enz.
- Om het verschil tussen drukwerk (papier is de beelddrager) en computergestuurde uitingen (computerscherm is de beelddrager) weer te geven. Multimedia staat in die betekenis voor een (doorgaans interactieve) uiting op bijv. een cd-rom, een dvd of een website.
- In de context van kunst en ontwerp staat multimedia voor een benaderingswijze die zich buiten de traditionele categorieën begeeft. De term wordt meestal gebruikt in relatie met nieuwe media-ontwerpen en kunstdiciplines. Deze hebben immers per definitie een grensoverschrijdend karakter. De diverse product die daaruit voortkomen noemt men mediakunst.
- De term multimedia wordt ook vaak gebruikt als verzamelnaam voor visuele en auditieve opslag, weergave en transmissie van informatie, zoals foto, film, bandopname, televisie, internet, e.d.

Wanneer verschillende media elektronisch met elkaar verbonden zijn en dezelfde digitale code bezitten (nullen en enen) gebruiken we de term multimedia.
Een nieuwsbrief is een regelmatige publicatie, over het algemeen rond een hoofdthema, waar al dan niet gratis op geabonneerd kan worden. Veel nieuwsbrieven worden uitgegeven door verenigingen of commerciële instellingen, zoals bedrijven, om informatie te verstrekken aan de leden of werknemers. Traditioneel werden nieuwsbrieven per post verstuurd naar de abonnees, tegenwoordig kan dit ook per e-mail. De nieuwsbrief heeft als doel abonnees op de hoogte te brengen van het laatste nieuws. Een nieuwsbrief per e-mail wordt ook wel eens met 'elektronische nieuwsbrief', 'e-mail', 'e-nieuws' of 'e-nieuwsbrief' aangeduid.

Online nieuwsbrieven
Veel website en bedrijven hebben tegenwoordig ook online nieuwsbrieven (vaak aangeduid met de Engelse term newsletter) die via e-mail worden verstuurd naar mensen op de mailing list zijn ingeschreven. Deze nieuwsbrieven informeren de lezers over updates van de site en/of leveren informatie die eraan verbonden is. Bovendien kunnen nieuwsbrieven een rol spelen in het opbouwen en in stand houden van de relatie van de gebruikers met een website.
In internetverkeer wordt portaal gebruikt als een webpagina die dienst doet als "toegangspoort" tot een reeks andere website, die over hetzelfde onderwerp gaan. Soms dus synoniem van start- of hoofdpagina, maar meestal ook als vertrekpunt en overzichtstabel voor verdere navigatie binnen een onderwerp.

De Engelse naam, die ook veel in Nederlandse teksten gebruikt wordt, is portal.

Veeleer dan te proberen een eenduidige en algemeen geldige definitie te geven, volgen hierna enkele veel gebruikte definities of pogingen tot definitie.

Een webtoepassing die via een eenvormige gebruikersinterface toegang geeft tot een gevarieerd aanbod aan informatiebronnen.
Meer dan een webpagina met links naar andere toepassingen.
De universele, verpersoonlijkte toegang tot elke toepassing of informatiebron.
Beveiligde en verpersoonlijkte toegang tot inhoud en toepassingen.
Alhoewel dus afwijkende definities gehanteerd kunnen worden, wordt algemeen aangenomen dat een portaalsite in grote mate over volgende functies moet kunnen beschikken:
- Authenticiteit bevestigen
- Verpersoonlijkbaar zijn (personalisatie)
- Inhoud beheren
- Toegang verlenen tot toepassingen
- Groeperen en integreren
- Zoeken en catalogeren
- Samenwerken bevorderen
- Meertaligheid
-Distribueerbaar via diverse kanalen

Het bedrijfsportaal en het gemeenschapsportaal zijn twee brede categorieën van portaalsites. Deze sites bieden dan een startpagina met nuttige links en informatie voor de medewerkers van het bedrijf of de leden van de gemeenschap.
zoekmachine-optimalisatie (Engels: search engine optimization of SEO) is een onderdeel van zoekmachinemarketing en kan worden gedefinieerd als het geheel aan activiteiten bedoeld om een webpagina hoog te laten scoren in de reguliere zoekresultaten van een zoekmachine, op voor de webpagina relevante trefwoorden of zoektermen. Aangezien de plaatsing in die reguliere resultaten gratis is, vormen deze zoekresultaten een interessant alternatief voor zoekmachine-adverteren.

Hoe optimaliseren
Over het algemeen kun je zeggen dat de beste optimalisatie voor een website het leveren van kwalitatief hoogstaande inhoud (zgn. "content") is in combinatie met een gedegen structuur. zoekmachine gaan namelijk op zoek naar de beste inhoud voor de gebruikers van de zoekmachine, en een goede inhoud is daarom een noodzaak. Vaak wordt er rekening gehouden met keyword dichtheid, de title tag en het juiste gebruik van headers. Door juiste (X)HTML te gebruiken wordt er gewicht toegekend aan tekst. Zo weegt tekst tussen <h1> tags binnen website zwaarder dan tekst tussen paragraph - <p> - tags. Het gebruiken van de juiste tags heet ook wel semantiek.

Veel bedrijven geven soms veel geld uit aan reclame, maar besteden te weinig werk aan de inhoud van hun website. Wie goed gevonden wil worden op bepaalde product zal in de eerste plaats er zoveel mogelijk over moeten vertellen.

Daarnaast is het ook van belang om de website op een juiste manier op te bouwen en een goede titel te gebruiken. Metatags worden tegenwoordig niet veel meer gebruikt voor optimalisatie. Google heeft eind 2008 een 'SEO starter Guide' gepubliceerd. Hier staat duidelijk omschreven hoe Google over de meeste belangrijke zaken rond zoekmachine-optimalisatie denkt en worden de aanbevelingen, do's and dont's van SEO genoemd.

"Black hat SEO"
Sommige website proberen de zoekresultaten van de zoekmachine in hun voordeel te beïnvloeden door gebruik te maken van trucjes. Dit wordt "black hat SEO" genoemd.Een bekende truc is het gebruiken van zinnen met steekwoorden in dezelfde kleur als de achtergrondkleur van de website (cloaking); ze zijn dan wel zichtbaar voor de zoekmachine, maar niet direct voor de bezoeker. Deze trucjes werken vaak in het begin even, totdat ze veel gebruikt gaan worden. Dan verzinnen de makers van zoekmachine methodes om dit soort ongewenste optimalisatie tegen te gaan. Tegenwoordig treden makers van zoekmachine harder op tegen zulke ongewenste trucjes, waarbij website zelfs uit de index van de zoekmachine verwijderd kunnen worden. Zo werd de Duitse website van BMW 30 dagen volledig uit de zoekindex verwijderd[4] , omdat ze een landingspagina met alleen maar keywords maakten voor zoekmachine, terwijl "echte" bezoekers werden omgeleid d.m.v. Javascript.

Mogelijkheden
De titel van de pagina (iedere pagina een eigen titel),
gebruik van de juiste headers en semantische opmaak
de naam het bestand (google vriendelijke urls, geen vreemde tekens in de url, niet meer dan 3 diep. GOED: www.wiki.nl/bedrijfsnaam/hosting.php SLECHT: www.wiki.nl/content/site/new/versie5/index?=id323232)
de domeinnaam,
"alt" tags aan plaatjes en links (beschrijving van afbeelding/links),
de inhoud van de pagina
andere pagina's op je site ,
de inhoud van de sites die naar je linken
de populariteit van de sites die naar je linken.

Professionals
Voor grote website wordt zoekmachine-optimalisatie vaak door een specialist uitgevoerd die dit tot zijn commerciële kernactiviteit heeft gemaakt. zoekmachine optimalisatie is inmiddels zover geprofessionaliseerd en gegroeid dat er zowel een Nederlandse, Europese als een internationale brancheorganisatie is ontstaan. Deze professionalisering is vooral bij het zoekmachine-adverteren aan de gang.

Wedstrijden
Er zijn ook website die zogenoemde SEO contests (SEO-wedstrijden) organiseren waarbij het de bedoeling is, op vooraf bepaalde zoektermen, zo hoog mogelijk te scoren (ranking) in Google of een andere zoekmachine. Meestal gaat het dan om combinaties waar nog geen zoekresultaat voor bestaat.
Een visitekaartje, ook wel naamkaartje genoemd, is een kartonnen kaartje waarop een personeelslid of freelancer zich kan presenteren aan anderen, door dit kaartje uit te delen. Ook een privépersoon kan een visitekaartje hebben.

Een visitekaartje kan worden gemaakt door een drukker, maar er zijn ook automaten waaruit men tegen betaling een stapeltje visitekaartjes kan halen in een standaard lay-out.

Op het kaartje staat meestal vermeld:
- Naam van degene die het uitdeelt, eventueel met titels
- Functie
- Bedrijfsnaam
- Telefoonnummer(s)
- Adresgegevens van het bedrijf waarvoor hij of zij werkt
- Het logo (beeldmerk) van het bedrijf
- E-mailadres
- Adres van de website
Visitekaartjes worden zowel enkelzijdig als dubbelzijdig gedrukt en soms ook eenmaal gevouwen. De gebruikte papiersoort is meestal houtvrij dun karton, bijvoorbeeld 300 g/m2.

Sommige mensen laten hun visitekaartje beschermen met behulp van een lamineerapparaat. Ook was het een tijd hip om je visitekaartje als cd-rom uit te delen, met daarop bijvoorbeeld een bedrijfspresentatie. Deze cd-rom was in het formaat van een cd-single en er zijn zelfs rechthoekige exemplaren gemaakt die nauwelijks groter waren dan een normaal visitekaartje. Deze media konden 50 - 100 Mb aan data bevatten.

Er bestaan speciale doosjes om visitekaartjes in te bewaren. Mensen die veel visitekaartjes krijgen van relaties bewaren deze in mappen die plastic bladzijden met vakjes bevatten in de maat van visitekaartjes.
Web-Eye is een webmodule gebaseerd op een CMS-systeem die een volledig vrije opmaak van een website naar uw wensen toelaat, eigenlijk een softwarepakket waarvoor u enkel uw webbrowser nodig hebt. De initiële opmaak gebeurt door ons webdesign-team.
1.Omschrijven van het doel van de site.
2.Opstellen van een planning
3.Indeling bepalen
4.Lay-out bepalen
5.Grafische en technische uitwerking / website ontwerp
6.Optimaliseren van de inhoudelijke invulling
7.Opzetten van een testplatform
8.Lancering van de site

Verder onderhoud en opvolging kan volledig door u gebeuren.

Heel belangrijk is dat bij het opbouwen van de site veel aandacht wordt besteed aan juiste en gestructureerde informatie. De info mag niet te lang zijn, moet goed gestructureerd zijn en onmiddelijk verstaanbaar. De klant moet goed zijn weg vinden op uw site en op een korte maar krachtige manier de basisinformatie krijgen. Het moet ook boeiend zijn, zo houdt u iemand op je site.
Webdesign is het maken en vormgeven van alle website in het internet. Webdesign vertoont gelijkenissen met het grafisch ontwerp van traditioneel drukwerk, maar er zijn opvallende verschillen. Zo zijn kunnen video en audio deel uitmaken van webdesign en verloopt de interactie met de toeschouwer anders. Vanwege de technische asp is een webdesign naast vormgever veelal ook programmeur.

Structuur
In tegenstelling tot de traditionele structuur van boeken, met een inhoudsopgave, verschillende indexen, een hoofdstukindeling en dergelijke, worden website over het algemeen minder lineair vormgegeven. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse menu's, zoekfuncties en soms ook loginfuncties om delen van de inhoud af te schermen van het grote publiek. Een manier om oriëntatiemogelijkehden in een website te bieden is de zogenaamde broodkruimelnavigatie, waarbij het door de gebruiker gekozen pad in de boomstructuur van de website op elke pagina is aangegeven.

Opmaak
De inhoudelijke samenhang van de boodschap van een website, wordt met computercommando's in de tekst aangegeven. Doorgaans worden hiervoor html-codes opgeven. Daarnaast kan gebruikgemaakt worden van een stylesheet. Daarin worden aanwijzingen vastgelegd over de gewenste weergaven van bepaalde html-elementen zoals lettertypes, kleuren en achtergrondafbeeldingen en ook de positionering van en spatiëring tussen elementen op de site. Door meerdere webpagina's aan eenzelfde stylesheet te koppelen, is het eenvoudiger om de hele site in een uniforme opmaak te presenteren. De uiteindelijke weergave is echter voor de design niet volledig in de hand te houden, omdat verschillende lezer verschillende apparaten zullen gebruiken om zijn website te raadplegen.

Dynamische en interactieve webpagina's
Naast statische opmaakelementen kunnen er ook dynamische elementen worden toegevoegd zoals mouseovers, webvideo's en dergelijke, maar ook afzonderlijke interactieve onderdelen, bijvoorbeeld een landkaart waarvan elk onderdeel afzonderlijk aanklikbaar is. Voor het toevoegen van dynamische en interactieve elementen bestaan allerlei technieken: Javascript, Dynamic html, Adobe Flash. Deze sites leveren vaak echter problemen op voor mensen met tekstbrowser als Lynx en voor bijvoorbeeld blinden die surfen met een spraakbrowser of brailleleesregel, omdat er geen alternatieve inhoud wordt aangeboden.

Weergave
website zien er niet op iedere computer en in iedere browser identiek uit. html wordt door elke computer/browser afzonderlijk geïnterpreteerd en weergegeven. Een webdesign dient voor reguliere website rekening te houden met deze pluriforme weergave.

De resolutie is de grootte van het scherm, gemeten in pixels. De resolutie kan per gebruiker variëren. Een grote resolutie biedt vooral meer ruimte in de breedte, de lengte is over het algemeen minder van belang omdat dat wordt opgevangen door scrollen. Een ontwerp dat niet uitgaat van vaste beeldschermafmetingen noemt men wel liquid design, de inhoud "vloeit" hier als het ware in de beschikbare ruimte.
De kleurendiepte geeft aan hoeveel kleuren het scherm kan weergeven. In het verleden was 256 kleuren gangbaar en moest daar rekening mee worden gehouden. In die tijd zijn de webkleuren ontstaan. Tegenwoordig zijn hoge kleurendiepten echt normaal.
De kleurweergave kan verschillen per scherm. Op sommige computers is een programma geïnstalleerd dat gammacorrectie uitvoert, waardoor kleuren worden aangepast. Het maakt ook verschil of er een CRT- of TFT-beeldscherm wordt gebruikt.
De soort webbrowser is ook van belang. browser hebben ieder een eigen interpretatie van de code van een webpagina. Door het W3C zijn standaarden ontwikkeld over hoe de code moet worden geïnterpreteerd. De browser houden zich daar nog niet altijd volledig aan, vooral Internet Explorer is voor ontwikkelaars vaak een zorgenkind.
Afgezien van zulke technische weergave elementen, verwachten ook (kleuren)blinde, slechtziende of dove gebruikers dat een website ook voor hen raadpleegbaar is.

Werkwijze
De bouw van een website gaat in verschillende stappen. Elke stap kan worden uitgevoerd door een andere, op het betreffende gebied gespecialiseerde persoon. Vaak[bron?] wordt er bij het maken van een nieuwe website eerst een grafische opzet van de gehele webpagina gemaakt in de vorm van een enkel JPEG-bestand. Dit bestand gaat vergezeld van een aantal afzonderlijke plaatjes die gebruikt gaan worden als losse grafische elementen. De tekstuele inhoud krijgt wel een plaats, maar het opstellen van de teksten is een ander proces.

De grafische opzet wordt vervolgens omgezet in html, waarin de bijgeleverde grafische elementen worden gebruikt. Ook op dit moment is de tekstuele inhoud nog bijzaak. Als tekst wordt vaak het Lorem ipsum gebruikt. Op dit moment kan worden getest hoe de code eruitziet in verschillende omstandigheden. Ten slotte wordt de interactiviteit toegevoegd en worden de uiteindelijke teksten in de verschillende pagina's van de website geplaatst. Het is mogelijk dat het om een dynamische website gaat, waar de inhoud met behulp van een CMS aangepast kan worden. De codering van dit server-sidegedeelte valt echter niet onder webdesign.

Toegankelijkheid
Met de opkomst van smartphones, PDA's en andere (persoonlijke) apparaten die toegang hebben tot het internet, veranderen ook de eisen die gesteld worden aan een website. Het lijkt niet eenvoudig om bij het ontwerp en de bouw zicht te houden op de uiteenlopende vormen van gebruik die inmiddels mogelijk zijn. Met behulp van de webstandaarden die onder meer door het W3C zijn ontwikkeld, kan er toch voor worden gezorgd dat een site onder al die gebruikersomstandigheden bruikbaar is. Zo is html bedoeld om de inhoud van een webpagina van structuur te voorzien, CSS om de (grafische) stijl vast te leggen en de combinatie ECMAScript/DOM om interactiviteit aan een pagina toe te voegen. Een voordeel is dat al die componenten los van elkaar kunnen worden ontwikkeld en beheerd. Sterker nog: als zaken als inhoud, stijl en/of scripting worden gemengd, zal dat onmiddellijk een negatieve invloed hebben op de bruikbaarheid van een webpagina voor andere toepassingen dan een pc-met-beeldscherm-en-Internet-Explorer. Omdat het gebruik van andere browser, besturingssystemen en webapparaten gestaag toeneemt, wordt het voor webdesign steeds belangrijker om rekening te houden met dergelijke vormen van gebruik.
Webdevelopment is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor alles wat met het realiseren van een website te maken heeft.

Hieronder wordt verstaan: e-commercebusinessdevelopment, webdesign, webcontentdevelopment, client-side/server-side coding, en webserverconfiguratie. Onder webprofessionals wordt met deze term meestal gerefereerd aan het schrijven van back-endcode en eventueel webserverconfiguratie.

WYSIWYG
HTML-code wordt gebruikt om een webpagina in te delen en op te maken (positioneren van tekstgedeelten en afbeeldingen, kleuren, lettertypen e.d.). De meeste developers schrijven het liefst de HTML-code zelf. Het voordeel hiervan is, dat je meer controle hebt over het resultaat. Een ervaren programmeur schrijft deze code vrijwel net zo snel als dat een ander de pagina bouwt in een WYSIWYG-editor. Andere programmeurs geven de voorkeur om de code niet zelf te schrijven, maar dit over te laten aan een zgn. WYSIWYG-editor. Hiermee stel je de pagina samen op een manier die te vergelijken is met het maken van een pagina in een tekstverwerker (zoals Open Office of MS Word). De onderliggende code wordt door de applicatie automatisch gegenereerd. Bekende HTML-WYSIWYG-editors zijn FrontPage en Dreamweaver. Een veelgehoorde kritiek op die twee is dat ze onnodig ingewikkeld coderen, wat twee nadelen heeft: de code is nauwelijks leesbaar voor de developer en het heeft aanzienlijk grotere bestanden tot gevolg, wat de download van pagina's aanzienlijk kan vertragen voor bezoekers die geen breedbandinternetverbinding hebben. SeaMonkey Composer daarentegen genereert veel compactere code, die toch goed leesbaar is, en heeft bovendien een aparte tab om die code in te kijken. Voor webdevelopers is het vaak handig om afwisselend de WYSIWYG-versie en de broncodeversie te bekijken, omdat iedere versie zo zijn voor- en nadelen heeft.

Passieve en actieve website
Als je één of meer pagina's hebt met een stuk tekst en eventueel een paar plaatjes, kan je al spreken van een website. Een dergelijke website noem je een passieve website omdat het niets anders doet dan een statische tekst en eventuele plaatjes tonen. Maar zodra je wilt dat een bezoeker zich op je website kan aanmelden (bijvoorbeeld voor een forum), of dat er actuele informatie wordt getoond, is het nodig dat de website haar gegevens kan opslaan in een data. Dan spreek je van een actieve website. De inhoud van de website wordt namelijk actief samengesteld met gegevens uit een data. Om deze handelingen te automatiseren wordt er gebruikgemaakt van scripting: het beschrijven van handelingen die de computer of server moet uitvoeren. Scripting kan je onderverdelen in twee hoofdgroepen: client-side en server-side scripting.

Client-side scripting
Een client-side script is een script dat door de browser van de website wordt uitgevoerd. Hiervoor zijn verschillende scripttalen beschikbaar, zoals VBScript en JScript. Meestal werken sites met Javascript, omdat alle browser Javascript ondersteunen. VBScript bijvoorbeeld wordt alleen ondersteund door Microsoft Internet Explorer en niet door Mozilla Firefox.

Client-side scripting wordt veel gebruikt in combinatie met DHTML (Dynamic HTML). Denk hierbij aan het kopiëren of juist verbergen van een tekstveld als dit nodig is, maar ook het controleren of je in een aanmeldingsformulier alle gegevens hebt ingevuld. Op een goed doordachte website zul je nooit beveiligingskritische functies vinden die door een client-side script moeten worden uitgevoerd.

Server-side scripting
Server-side script is een script dat niet door de browser, maar door de webserver wordt uitgevoerd. Deze voert de handelingen uit die in het script zijn beschreven, waaronder bijvoorbeeld het aanroepen van een data, en stelt aan de hand hiervan een HTML-bestand samen. Dit bestand wordt vervolgens naar de client (de browser van de website) gestuurd. De client ziet dus nooit het server-side script. En dat is maar goed ook, omdat dit cruciale informatie kan bevatten, zoals data-wachtwoorden e.d.

De populairste talen voor server-side scripting zijn: ASP, ASP.NET en PHP. ASP.NET is de opvolger van ASP (Active Server Pages), beide van Microsoft. Hoewel ASP door (vooral kleinere) bedrijven nog veel wordt gebruikt, wint ASP.NET steeds meer aan populariteit. Vooral grotere IT-bedrijven geven de voorkeur aan deze taal, vooral vanwege de object-georiënteerde eigenschappen, die het eenvoudiger maakt om grote complexe systemen te bouwen en te onderhouden. PHP (PHP Hypertext Preprocessor) is het populairst onder amateurs en kleinere webbedrijven. Dit komt vooral omdat de taal redelijk eenvoudig van structuur is en daardoor vrij snel te leren is. Andere voordelen van PHP zijn, dat het door de manier waarop het script wordt uitgevoerd, deze website erg snel laden. Ook zijn de investeringskosten laag omdat PHP een opensourceproject is en daarom gratis gebruikt mag worden. PHP kan zeer goed draaien op een PC of server onder Windows, maar is eigenlijk bedoeld om te worden gebruikt in een LAMP-configuratie. Dat is de combinatie van vier opensourceprojecten: een Linuxbesturingssysteem met een Apache-webserver, een MySQL-data en PHP-scriptondersteuning.

Naast de genoemde scripttalen zijn er ook nog minder gebruikte talen zoals: Perl, ColdFusion, Python, Ruby en andere.

Contentmanagementsystemen
De laatste jaren worden kant en klare contentmanagementsystemen steeds populairder. Naast verschillende commerciële systemen, zijn er verschillende opensource-systemen beschikbaar zoals XOOPS, Joomla!, WordPress en Drupal. Hiermee is het mogelijk om een actieve website te bouwen zonder één regel script te hoeven schrijven. In deze systemen kan je aan de hand van kant en klare templates en allerlei vooraf in te vullen instellingen een complete website configureren. Wel vergt het flink wat tijd en energie om thuis te raken in zo'n systeem.
Webhosting is een dienst die aan particulieren of bedrijven ruimte aanbiedt voor het opslaan van informatie, afbeeldingen, of andere inhoud die toegankelijk is via een website. Om snelheid en veiligheid te garanderen en ervoor zorg te dragen dat een webpagina of een website altijd beschikbaar is, worden deze opgeslagen bij een zogenaamd hostingbedrijf of een webhost.
* Gratis hosting: meestal hostingruimte/webruimte met beperkte mogelijkheden. Het draaien van scripts (bijvoorbeeld ASP) en het voeren van een eigen domeinnaam is vaak niet mogelijk. Schijfruimte en bandbreedte zijn meestal ook beperkt. Soms voegt de hostingfirma reclame toe aan elke pagina.
* Shared hosting: hierbij worden meerdere (honderden) website op dezelfde server of webserver geplaatst. Hierdoor is het mogelijk dat de ene website de andere doet vertragen of zelfs crashen.
* Reseller hosting: bestemd voor wie zelf een webhost wil worden. Voorziet in een hoge schijfruimte en bandbreedte die kan verdeeld worden over alle sites die de gebruiker er wil op plaatsen. Te vergelijken met shared hosting, maar u heeft meer vrijheid en u kunt zelf web hosting verkopen.
* Virtual Private Server (VPS) hosting: hiermee kan één fysieke server meerdere virtuele servers huisvesten. Elke klant heeft dan adminstrator of root-rechten om de server te configureren en gebruikers rechten toe te kennen. De klant kan een VPS ook voor andere toepassingen dan website gebruiken. Als een virtuele server crasht, dan hebben de andere klanten daar geen last van. Processorcapaciteit en bandbreedte naar de harde schijf worden wel gedeeld door de klanten.
* Dedicated hosting: de klant krijgt werkelijk een eigen dedicated server (machine). Wel heeft deze zich te houden aan data en hardeschrijf ruimte.
* Co-Located hosting: de klant plaatst een eigen server in de ruimte van de colocatieprovider. Het is vereist om een "19" rack mountable"-server te plaatsen van 1, 2 of 4U (Units). Ook hier heeft de klant rekening te houden met data, maar hardeschrijven kunnen naar gewenste hoeveelheid worden geplaatst of vervangen door grotere.
* Cloud hosting: een nieuwe vorm van hosting op geclusterde (aan elkaar gekoppelde) servers waardoor een grote schaalbaarheid ontstaat. De voordelen zijn betere beschikbaarheid, grotere betrouwbaarheid en hogere snelheid.
Een weblog, ook wel blog genoemd, is een website waarop regelmatig - soms meerdere keren per dag - nieuwe bijdragen verschijnen en waarop de geboden informatie in omgekeerd chronologische volgorde (het nieuwste bericht verschijnt als eerst) wordt weergegeven. Wie een weblog bezoekt, treft dan ook op de voorpagina de recentste bijdrage(n) aan. De auteur, ook wel blogger genoemd, biedt in feite een logboek van informatie die hij wil delen met zijn publiek, de bezoekers van zijn weblog. Meestal gaat het dan om tekst, maar het kan ook om foto's (een fotoblog), video (vlog) of audio (podcast) gaan. Weblogs bieden hun lezers ook veelal de mogelijkheid om - al dan niet anoniem - reacties onder de berichten te plaatsen of een reactie via een Trackback-mechanisme achter te laten.

Het is het persoonlijke of juist het gespecialiseerde karakter dat weblogs interessant maakt voor bezoekers.

Sinds eind 2006 is microbloggen populair, een combinatie tussen bloggen en instant messaging. De bekendste site hiervoor is Twitter. Er bestaan klonen van, zoals Jaiku.
Een webpagina is een pagina op het World Wide Web, onderdeel van een internet site. Webpagina's bestaan uit HTML- of XHTML-code en zijn bedoeld om met een webbrowser bekeken te worden. De browser zet de broncode om naar een leesbare pagina. Door hypertekst links in de HTML-code kan eenvoudig van de ene pagina naar de andere worden genavigeerd, een bezigheid die ook wel surfen op het internet wordt genoemd.

Van tekst naar applicatie
De mogelijkheden die in webpagina's kunnen worden ondergebracht, zijn in de loop der jaren aanzienlijk uitgebreid. In de begintijd van het World Wide Web was het al mogelijk om plaatjes in tekst aan te brengen. Latere ontwikkelingen hebben het mogelijk gemaakt dat ook multimedia-inhoud en interactieve elementen konden worden ingebouwd. Het is inmiddels mogelijk om volledige applicaties in een enkele webpagina onder te brengen, bijvoorbeeld door het gebruik van HTML-scripting of Macromedia Flash. Gedurende deze ontwikkeling is de definitie van HTML regelmatig aangepast en zijn de capaciteiten van de browser voortdurend toegenomen. Deze ontwikkeling gaat nog steeds door.

Webpagina en URL
Elke webpagina heeft in principe een eigen uniek adres in de vorm van een URL. Daar zijn echter uitzonderingen op, sommige webpagina's worden dynamisch gegenereerd door een programma of script (zie ook server-side scripting), waardoor dezelfde URL een andere pagina kan tonen op basis van acties van de gebruiker of andere variabele factoren (soort browser, cookies, tijd etc). Het bestaan van frames is ook verwarrend voor de één-op-één relatie tussen een webpagina en een URL. Frames maken het namelijk mogelijk dat binnen een webpagina (met een URL) meerdere andere webpagina's (met ieder een eigen URL) kunnen worden ondergebracht.

website
Een website bestaat uit een aantal samenhangende webpagina's op hetzelfde domein. De beginpagina van een website wordt de hoofdpagina of homepage genoemd.
Een professionele website op maat, webstek of web site (afgeleid van het woord wereldwijde web) is een verzameling samenhangende webpagina's met mogelijk andere data, zoals afbeeldingen en video's, die gehost worden op een of meerdere webservers en meestal toegankelijk zijn via het Internet.

Een webpagina is een document, typisch geschreven in (X)HTML dat vrijwel altijd beschikbaar is via HTTP, een protocol waarmee een webserver communiceert met een client (meestal de webbrowser van een gebruiker).

Een webbrowser vertaalt het HTTP bericht in bruikbare informatie voor de gebruiker zoals het tonen van een webpagina.

Alle publiek toegankelijke websites worden over het algemeen collectief benoemd als het "wereldwijde web" wat weer een deel van een bepaalde laag van het Internet vormt.

Een kern eigenschap van het wereldwijde web vormt de hyperlink, een deel van het concept Hypertext, hiermee kan een gebruiker direct naar een specifieke tekst of ander digitale entiteit doorspringen.

De webpagina's van een website zijn meestal toegankelijk via een specifieke node (URI). Vaak wordt deze specifieke startnode de homepage genoemd. De URI's van de webpagina's zijn meestal georganizeerd in een hierarchy. De hyperlink tussen de webpagina's geven echter per gebruiker een andere representatie van de betreffende website.

Belangrijke standaarden rondom het wereldwijde web worden onder andere beheerd en uitgebreid door voorstellen door het World Wide Web Consortium, beter bekend als het W3C. De directeur van het W3C is Tim Berners-Lee, die in 1991 HTML voorstelde, als subset van het complexere SGML als vervolg op de hypertext achtige implementatie Gopher (het WWW is daarmee nog steeds geen hypertext systeem). Naast verschillende andere initatieven bleek HTML uiteindelijk het succesvolst.
XHTML (Extensible Hypertext Markup Language) is een computertaal voor vooral website, die de functionaliteit heeft van HTML, maar een striktere syntaxis. Dit omdat HTML gebaseerd is op het flexibele SGML, waar XHTML gebaseerd is op XML, een striktere subset van SGML. Door de striktere syntaxis van XML-documenten kunnen deze makkelijker verwerkt worden door een XML-parser, terwijl SGML-documenten een veel complexere parser nodig hebben. XHTML 1.0 is een W3C-standaard geworden op 26 januari 2000.

XHTML biedt, mits goed gebruikt, enkele voordelen boven HTML. Doordat XML-documenten well-formed moeten zijn, kunnen ze makkelijker geïnterpreteerd worden door User Agents, een correcte XML-parser moet namelijk een fatale error geven als een XML-document niet volledig correct is, terwijl bij SGML-parsers complexe error-correcties worden gedaan. Doordat voor het verwerken van XHTML minder rekenkracht nodig is kan deze ook beter verwerkt worden door User Agents met minder rekenkracht, zoals mobiele telefoons en PDA's.

Door de modularisatie van XHTML kan XHTML makkelijk uitgebreid worden met nieuwe elementen en attributen. Ook worden hiermee de compatibiliteitsproblemen opgelost die ontstonden door onofficiële uitbreidingen van de HTML-standaard die niet door alle browser werden ondersteund.

In XHTML kunnen verschillende XML-namespaces gebruikt worden, zo kunnen MathML en Scalable Vector Graphics in een XHTML-document verweven worden.